Het boek Job blijft moeilijk. Het gaat met Job zo anders als het eigenlijk zou moeten gaan. Iemand die zo vroom is, zou een mooi en gelukkig leven moeten hebben.
Een ding heeft Job in elk geval mee. Hij krijgt genoeg huisbezoek. Hij wordt aan alle kanten pastoraal begeleid. Het lost alleen niets op. Zijn vrienden proberen hem te helpen om te berusten in zijn lot. Ze vertellen hem dat dit niet zomaar gebeurt, dat God er wel een bedoeling mee zal hebben en dat God Job misschien wel geestelijk loutert. Alleen Job kan er niets mee.
Onschuld
In hoofdstuk 31 bepleit hij nog een keer zijn onschuld. Hij heeft altijd volkomen de wet van de Heere gevolgd. God weet het! En inderdaad, Job is een puur mens. Hij zegt bijvoorbeeld dat hij zijn slaven nooit onrechtvaardig behandeld heeft, omdat hij weet dat ook zij door God geschapen zijn (Job 31:15). Nooit heeft Hij God verloochend (Job 31:28). En als hij al een keer zonde gedaan heeft, dan heeft hij die niet vergoelijkt of de schuld aan een ander gegeven of weggestopt, zoals Adam ooit deed (Job 31:33). En dan lezen we aan het einde van dit hoofdstuk: “Hier eindigen de woorden van Job.” Hij heeft geen woorden meer, maar zijn pastorale vrienden zijn nog niet uitgesproken. Ze blijven doorgaan. Job krijgt nog maar liefs zes preken te horen.
Zwijgen
En dan steekt de wind op boven de plaats waar Job zit. De as waait op als de storm losbreekt. In de storm hoort Job de stem van God. God roept boven het bulderen van de wind: “Waar was jij Job toen Ik de aarde grondvestte? Heb jij ooit in je leven de morgen ontboden? Heeft de regen soms een vader? Wie laat het regenen? Job, kun je een paard zijn kracht geven en is het door jouw inzicht dat de valk vliegt zoals hij doet en zijn weg naar het zuiden kiest? Kun jij spelen met een krokodil als met een vogeltje? En Job, kun jij je stem verheffen boven de donder? Dan zal ook Ik u loven” (Job 38-40). En toen antwoordde Job: “Zie, ik ben te gering. Wat moet ik zeggen? Ik leg mijn hand op mijn mond en doe er het zwijgen toe” (Job 39:37-38).
Ik ben zelf ook even stil geworden bij dit Bijbelgedeelte. Snoert God op deze manier de mond van Job? Heeft hij dan helemaal niets in te brengen tegen wat hem overkomt? Moet hij er genoegen mee nemen? De Heere - maar dat weten wij alleen - heeft de boze de ruimte gegeven om Gods knecht te testen, want niemand is zo vroom als hij en de Heere weet dat ook. Laat de Heere Zijn beminde knecht Job nu ook nog sidderen in de kilte van een daverende storm en nog kleiner worden dan hij al is? Gaat het soms zo met Gods kinderen, met Israël…?
“
Wanneer een mens is uitgepraat, volgt niet de leegte, maar de verlossing.
Verlossing
Paulus heeft een soortgelijke passage, al is het maar kort. Aan het einde van Romeinen 11 citeert hij een tekst uit Job: “Ben je wel eens op een krokodil toegestapt? Nee, hoe zou je dan op Mij toestappen?” (bewerking van Job 41:2 v.v.). Paulus schrijft dan: “Wie heeft God ooit iets gegeven waardoor Hij hem iets terug moet betalen?” (Romeinen 11:35) Het is misschien moeilijk om te horen, maar het is wel waar. Hier stopt alle zelfrechtvaardiging, alle bewijs van vroomheid, alle bewijs van toewijding en overgave aan God.
De befaamde theoloog Karl Barth, die sowieso niets van menselijke vroomheid wilde weten, zegt hierbij en ik denk terecht: “Natuurlijk, het raakt de kern van onze theologie: Directe kennis van God? Neen! Medewerking aan Zijn besluiten? Neen! Mogelijkheid Hem te bevatten, te binden, te verplichten, in een wederkerige verhouding met Hem te treden? Neen! Geen ‘Verbondstheologie’. Hij is God. Hij zelf. Hij alleen. Dat is het ‘ja’ van de Romeinenbrief.”
Hier ligt, als ik het zo mag zeggen, de sleutel. God snoert Job niet genadeloos de mond. Hij brengt Job tot stilte, omdat zijn leven in Gods soevereine handen is. Wanneer een mens is uitgepraat, volgt niet de leegte, maar de verlossing. Wanneer onze pastorale kunstgrepen tekortschieten, ons filosoferen over de loop der dingen verstomt en wij de behoefte loslaten om Gods handelen te doorgronden, ontstaat er ruimte voor Gods 'ja'. Soms brengt Hij ons zelfs door een daverende storm tot stilstand. Juist dan komt die ruimte. En dat 'ja' van God blijft niet uit.
Zegen
Zo komen we aan het eind van het boek Job. En zie daar met wat voor een liefde de Heere spreekt over Zijn knecht Job. Hij richt zich met woede tot de hulpen in het pastoraat. Hoe haalden ze het in hun hoofd? Zij hebben op geen enkele manier goed over de relatie van God met Job gesproken. Ze hebben maar wat vroom gebazeld. De Heere zegt dat Zijn toorn alleen zal bedaren als Zijn knecht Job voor hen een offer zal brengen en voor hen zal bidden. Als Job dan voor hen gebeden heeft, gaat de zon op over zijn leven. Alle familie en vrienden komen nu naar Job om hem te beklagen en te troosten over het onheil dat de Heere over hem gebracht had. Aan de satan wordt niet eens meer gedacht.
“
Soms brengt Hij ons zelfs door een daverende storm tot stilstand. Juist dan komt die ruimte.
God zegent het leven van Job zoals Hij het nog nooit gezegend heeft. Hij krijgt zeven zonen en drie dochters en in het hele land vind je geen vrouwen zo mooi als Jobs dochters. Job leefde nog honderdveertig jaar en hij zag zijn kleinkinderen, vier generaties. Job werd betovergrootvader en stierf oud en van het leven verzadigd.
Als ik dit schrijf, kan ik me niet losmaken van wat er in Havat Gilad is gebeurd. Op Sjabbat werd dit kleine, dappere dorp in Samaria vermoedelijk in brand gestoken. We kwamen er regelmatig. We bezochten Yaël, de weduwe van een geliefde vermoorde rabbijn. Zij bleef na zijn dood achter met zes kleine kinderen. Haar huis is nu in vlammen opgegaan met alle boeken en foto’s van haar man. Ook de grote loods en timmerfabriek aan de rand van het dorp brandde tot de grond toe af. Yaël zei me dat ze probeerde de gedachtegang van Arabieren te begrijpen, maar ze was nog niet zover, want hoe kun je haat ook begrijpen.
Ik zag een foto van de loods die in lichterlaaie stond en de twee eigenaren die bij het licht van dat vuur de havdalah-kaarsen ontstaken en daarmee, zoals gebruikelijk, de Heere dankten voor de gloed van de Sjabbat die voorbij gleed. Het raakte me en ik vertrouw erop dat de Heere een keer zal brengen in het lot van Havat Gilad. Het dorp zal uit de as herrijzen en meer gezegend worden dan ooit.
Meer in deze Bijbelstudiereeks
Bijbel
Bijbelstudie: God is trouw
23 juli 2026
Bijbelstudie: God is trouw (39)
Het boek Job blijft moeilijk. Het gaat met Job zo anders als het ei...
Bijbel
Bijbelstudie: God is trouw
9 juli 2026
Bijbelstudie: God is trouw (38)
We zijn aangekomen bij misschien wel het moeilijkste boek van de he...
Bijbel
Bijbelstudie: God is trouw
25 juni 2026
Bijbelstudie: God is trouw (37)
Is de Heere wel zo verborgen als het lijkt? Nu Esther zich niet mee...
Bijbel
Bijbelstudie: God is trouw
11 juni 2026
Bijbelstudie: God is trouw (36)
Het boek Nehemia gaat over de herbouw van Jeruzalem. Het boek Esthe...
Bijbel
Bijbelstudie: God is trouw
28 mei 2026
Bijbelstudie: God is trouw (35)
Het werk aan de muren gaat door. Iedereen is bezig op zijn eigen pl...
Bijbel
Bijbelstudie: God is trouw
14 mei 2026
Bijbelstudie: God is trouw (34)
Het boek Nehemia vertelt over de herbouw van de muren van Jeruzalem...
Bijbel
Bijbelstudie: God is trouw
23 april 2026
Bijbelstudie: God is trouw (33)
In de geschiedenis van God met Israël gebeurt niet alles in een kee...
Aanbevolen artikelen
Bijbel
23 juli 2026
Tisja be’av: rouw om de verwoesting van de tempel
Een jaar geleden schreef ik: ‘Het is een dag die in de Joodse tradi...
Bijbel
Bijbelstudie: Waarom Jezus begon bij Israël
16 juli 2026
Bijbelstudie: Waarom Jezus begon bij Israël (3)
"Ik ben alleen maar gezonden tot de verloren schapen van het huis v...