Bijbelstudie: Waarom Jezus begon bij Israël (3)
Door Karel van der Plas -
16 juli 2026
"Ik ben alleen maar gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël." Dat zijn Jezus’ scherpe woorden tot de heidense, Kananese vrouw. In het vorige deel hebben we stilgestaan bij dat laatste: het huis van Israël en haar roeping. Nu staan we stil bij het eerste: "Ik ben". Wie is Hij? Wie is Jezus en wat komt Hij doen?
Een dubbele roeping
We eindigden het vorige deel met die indrukwekkende woorden van Simeon. Wanneer hij het kind Jezus in zijn armen heeft, roept hij profetisch uit: “Mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien, die U bereid hebt voor de ogen van alle volken, een licht om de heidenen te verlichten en om Uw volk Israël te verheerlijken” (Lukas 2:30-32). Jezus’ roeping is tweeledig: Hij is niet alleen een licht “om de heidenen te verlichten”, Hij is er ook om “Israël te verheelijken”.
Paulus zegt hetzelfde in de Romeinenbrief: “En ik zeg dat Jezus Christus een Dienaar van de besnijdenis is geworden ter wille van de waarheid van God om de beloften aan de vaderen te bevestigen, en opdat de heidenen God zouden verheerlijken” (Romeinen 15:8-9a). Opnieuw: Jezus is er niet alleen om de heidenen tot de God van Israël te brengen, Hij is ook “een Dienaar van de besnijdenis” of zoals het in de NBV is vertaald: “een Dienaar van de Joden”. Jezus is een Dienaar van het volk Israël, en met welke reden? “Ter wille van de waarheid van God om de beloften aan de vaderen te bevestigen.” Jezus kwam dus niet om een streep te zetten door de beloften aan Israël, Hij kwam juist om deze te bevestigen! Toen het licht via Jezus de wereld inging, werd Israël niet terzijde geschoven. Israël blijft Israël – en Jezus kwam dit bevestigen.
“Als Jezus kwam als ‘Dienaar van Israël’, dan wil dat zeggen dat Hij kwam om hen voor te gaan in hun eeuwenoude roeping om een licht te zijn.”
De dubbelheid is een eenheid
Tegelijkertijd moeten we deze dubbelheid niet uit elkaar trekken. Het is niet zo dat we Jezus’ komst "om Israël te verheerlijken" los kunnen trekken van Zijn roeping om een "licht te zijn om de heidenen te verlichten". Dat is één geheel. Als we even teruggrijpen op de vorige overdenking, dan stelden we daar vast dat de roeping van Israël is: een licht te zijn voor de volken. Als Jezus dus kwam als Dienaar van Israël, dan wil dat zeggen dat Hij kwam om hen voor te gaan in hun eeuwenoude roeping om een licht te zijn. Dat het licht via Jezus de wereld ingaat, staat dus niet los van Israël. Jezus kwam speciaal voor Israël en omdat Jezus voor Israël kwam, kwam Hij voor de wereld. Israël is er tenslotte voor de wereld. Dát is hun roeping: "In u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden" (Genesis 12:3).
Daarom zegt Jezus ook tegen Zijn twaalf discipelen – een beeld van de twaalf stammen van Israël – "u bent het licht van de wereld" (Matteüs 5:13). Daarom zendt Hij ook deze twaalf uit met de opdracht om álle volken tot Zijn discipelen te maken (Matteüs 28:19). Hier allemaal klinkt de roeping van het volk Israël door. Kortom: Jezus kwam voor Israël en richtte Zijn bediening speciaal op hen – en via de weg van Israël gaat het heil de wereld in. Het is zoals Hij zelf zegt: "Het heil is uit de Joden" (Johannes 4:22).
Jezus, Israël en de volken
We komen nu dichter bij het verstaan van Matteüs 15. Wanneer Jezus de niet-Joodse vrouw antwoordt dat Hij alleen maar gezonden is tot Israël, dan sluit dit die vrouw niet uit, het sluit haar juist in. Jezus is er voor alle mensen, maar wel altijd via de weg van Israël. Anders gezegd: Jezus is er voor Israël, Israël is er voor de wereld en zo is Jezus er voor de wereld.
“Jezus is er voor Israël, Israël is er voor de wereld en zo is Jezus er voor de wereld. Dát is ook wat de Kananese vrouw erkende.”
Hoe treffend is het dat we deze diepere laag direct ná dit verhaal ontdekken in Matteüs 15? Want na de ontmoeting van Jezus met de Kananese vrouw, lezen we over de genezing van vele Joden rondom het Meer van Galilea. Hier worden die verloren schapen van Israël hersteld: “En de menigte verwonderde zich (…) en zij verheerlijkten de God van Israël” (vers 31). En meer nog: de menigte krijgt honger en we lezen over de tweede wonderbare spijziging. Bij de eerste wonderbare spijziging lezen we over twaalf manden die over zijn (een beeld van de twaalf stammen van Israël), maar nu lezen we over zeven manden die over zijn. En waar doet ons dit aan denken? Aan de zeventig volken die er volgens Genesis 10 zijn. Zeventig en zeven zijn getallen van volheid. Bij de tweede wonderbare spijziging wordt heel letterlijk Israël gevoed, en vanuit Israël stroomt het over naar de volken. Er zijn nog zeven manden over.
En zo komen we terug bij wat we net al stelden: Jezus is er voor Israël, Israël is er voor de wereld en zo is Jezus er voor de wereld. Dát is ook wat de Kananese vrouw erkende toen ze zij “Ja, Heere”. En die erkenning geeft de zegen. Maar dat gaan we de volgende keer behandelen.
Meer in deze Bijbelstudiereeks
Bijbel
Bijbelstudie: Waarom Jezus begon bij Israël
30 juli 2026
Bijbelstudie: Waarom Jezus begon bij Israël (4)
Jezus is er voor Israël, Israël is er voor de wereld en zo is Jezus...
Bijbel
Bijbelstudie: Waarom Jezus begon bij Israël
16 juli 2026
Bijbelstudie: Waarom Jezus begon bij Israël (3)
"Ik ben alleen maar gezonden tot de verloren schapen van het huis v...
Aanbevolen artikelen
Bijbel
Bijbelstudie: God is trouw
6 augustus 2026
Bijbelstudie: God is trouw (40)
We slaan het boek van de Psalmen open. Het wordt ook wel de binnenk...
Bijbel
Bijbelstudie: Waarom Jezus begon bij Israël
30 juli 2026
Bijbelstudie: Waarom Jezus begon bij Israël (4)
Jezus is er voor Israël, Israël is er voor de wereld en zo is Jezus...