Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Tisja be’av: rouw om de verwoesting van de tempel

Door Kees de Vreugd - 

23 juli 2026

F260722AVS04 (1)

Joden herdenken de verwoesting van de tempel op de avond van Tisja be’av. | Foto: Flash90

Een jaar geleden schreef ik: ‘Het is een dag die in de Joodse traditie veel aandacht krijgt, maar in de christelijke traditie onbekend is: de negende (Hebreeuws: tisja) dag van de Hebreeuwse maand av. Christenen herdenken de verwoesting van de tempel in Jeruzalem niet.’

9 av is de dag waarop de verwoesting van zowel de eerste als de tweede tempel wordt herdacht. Dat gebeurt met een vastendag (zoals Jom Kippoer: van de avond tot de avond). In de synagoge wordt het boek Klaagliederen gelezen, dat het door de Babyloniërs verwoeste Jeruzalem bezingt.

Hoe moet ik als christen, vanuit een christelijk perspectief, stilstaan bij tisja be’av en de verwoesting van de tempel? Eerst probeer ik opnieuw te luisteren naar een Joodse stem. In zijn boek The Jewish Way; Living the Holidays (1988) beschrijft rabbijn Irving Greenberg de impact van de verwoesting van de tempel en de reacties daarop. Het verlies van de tempel veroorzaakte een verandering in de Joodse godsdienst. De verwoesting van de tempel betekende niet het einde van het Jodendom: “het kon slechts een oproep zijn om God op een nieuwe manier te dienen”, schrijft Greenberg. De twee antwoorden daarop waren het rabbijnse Jodendom en de opkomst van het christendom. Rabbi Jochanan ben Zakkai ontsnapte uit Jeruzalem om in Javne (Jamnia) een leerhuis op te richten, waar uiteindelijk ook de canon van de Hebreeuwse Bijbel zijn definitieve vorm kreeg.

Het zwaartepunt verschoof van de sacramentele dienst van de priesters naar de priesterlijke dienst van het Joodse volk. De dagelijkse gebeden van gemeenschap en individu, vergezeld van daden van liefdevolle goedheid, namen de plaats in van de offers in de tempel, inclusief hun verzoenende functie. In zekere zin werd de Joodse eredienst geseculariseerd, zoals Greenberg het noemt, en tegelijk gedemocratiseerd. Geseculariseerd, omdat Gods tegenwoordigheid in de tempel niet langer het middelpunt kon zijn, maar omdat men God moest zoeken en dienen in alle aspecten van het dagelijks leven. Een secularisatie die paradoxaal genoeg leidt tot de heiliging van het leven. Greenberg noemt deze verschuiving van priesters naar volk een vernieuwing van het verbond: het verbondsvolk werd nu ten volle verantwoordelijk als partner van het verbond.

“Wanneer de Messias in heerlijkheid komt, zal Israël zich opnieuw tot Hem wenden en zal het ‘Huis’ (de tempel) opnieuw vervuld worden met de heerlijkheid van de HEERE.”

Christenen, althans de christelijke auteurs van wie de geschriften bewaard zijn gebleven, konden of wilden daarin niet meegaan. Al vroeg in de christelijke traditie werd de verwoesting van de tempel gezien als bewijs van Gods definitieve oordeel over Israël. Toch, zo merkt Greenberg op, gebruikten de vroege christenen in hun reactie traditionele Joodse denkkaders. Zij aanvaardden de gebeurtenissen uit de Joodse geschiedenis als normatief. Maar toen zij de verwoesting gingen zien als teken van het einde van het Joodse verbond, voerde de logica van die nieuwe situatie hen een andere weg op. “Door bepaalde Joodse overtuigingen af te wijzen, de oude beloften te vergeestelijken door hun focus te verleggen van het land en het volk Israël naar persoonlijke verlossing, maar tegelijk de fundamentele religieuze liefde en troost van het Jodendom aan de wereld te verkondigen, schiepen zij het christendom.”

Aan de andere kant stellen historici als bijvoorbeeld Daniel Boyarin tegenwoordig dat de scheidslijnen in de praktijk tot ver in de vierde eeuw lang niet zo scherp waren. Er was veel meer wisselwerking tussen christenen en Joden dan de religieuze leiders wenselijk vonden.

Greenberg noemt de Joodse reactie het “paradigma van het antwoord”. Dat is een wezenlijk kenmerk van het Jodendom. Maar hoe reageren wij als christenen?

Opnieuw luister ik naar de Joodse traditie. De tempel werd verwoest, zo leert de Talmoed, omdat het volk werd gedreven door ongegronde haat. Hoe zit dat met ons? Hoeveel ongegronde haat richting het Jodendom heeft er in het christendom bestaan? Hoeveel ongegronde haat bestaat er vandaag nog, zelfs onder christenen onderling?

Jezus leerde het voluit Joodse, en daarom Bijbelse, beginsel van de onderlinge liefde. Dat zou ook onze verhouding tot de Joden moeten bepalen. Heeft Hij Gods definitieve oordeel over Jeruzalem aangekondigd? In Zijn woorden klinkt zeker een element van oordeel door: “Zie, uw huis wordt aan u overgelaten als een woestenij” (Matteüs 23:38). Maar dat is niet het laatste woord. Er staat een totdat: “Want Ik zeg u: u zult Mij van nu af aan niet meer zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij die komt in de Naam van de Heere” (vers 39). Wanneer de Messias in heerlijkheid komt, zal Israël zich opnieuw tot Hem wenden en zal het ‘Huis’ (de tempel) opnieuw vervuld worden met de heerlijkheid van de Heere.

Kees de Vreugd

De auteur

Kees de Vreugd

Kees de Vreugd is theoloog en werkt bij Christenen voor Israël waar hij onder meer hoofdredacteur is van het blad Israël en de Kerk.

Doneren
Abonneren
Agenda