Bijbelstudie: God in gesprek met Israël (6)
Door Tjerko van der Wouden -
25 november 2025
Nu we in het vierde gesprek hebben gelezen over de komst van God als rechter en zuiveraar (Maleachi 2:17–3:5), gaan we in het vijfde gesprek (3:6–12) verder met een ander thema: bekering. God spreekt opnieuw tot heel Israël en zegt: “Keer terug naar Mij, en Ik zal naar u terugkeren” (vers 7). Het is een oproep vol liefde en geduld van een God die niet verandert en die, ondanks de ontrouw van Zijn volk, trouw blijft aan Zijn beloften. In dit gesprek gaat het over de houding van het volk tegenover God: over wat het betekent om Hem te geven wat Hem toekomt en wat er gebeurt als we dat niet doen.
Het begint met een krachtige uitspraak: “Want Ik, de HEERE, ben niet veranderd, u, kinderen van Jakob, bent daarom niet omgekomen” (Maleachi 3:6). Dat is de basis van alles wat volgt. God verandert niet, Hij blijft trouw aan Zijn verbond, ook als Israël dat niet is. De geschiedenis van Israël is er één van vallen en opstaan, van trouw en ontrouw, maar daar doorheen klinkt Gods stem die zegt: “Keer terug naar Mij, en Ik zal naar u terugkeren” (Maleachi 3:7).
De oproep tot bekering
Gods woorden zijn gericht aan het hele volk. De ontrouw van Israël is niet een individueel probleem, maar iets dat de gemeenschap als geheel aangaat. Sinds de dagen van hun vaderen zijn ze afgeweken van Gods verordeningen. Toch blijft de toon niet veroordelend, maar uitnodigend: “Keer terug.” Bekering is in de Bijbel nooit alleen spijt of schaamte. Het is een terugkeer in relatie, terug naar de God die niet veranderd is. God wil herstel, geen afstand. Toch reageert het volk verbaasd: “In welk opzicht moeten wij terugkeren?” (Maleachi 3:7). Ze lijken niet te begrijpen dat ze van God zijn afgeweken. Maar dan stelt God de pijnlijke diagnose: “Zou een mens God beroven? Werkelijk, u berooft Mij!” (Maleachi 3:8)
Beroving van God
De beschuldiging dat Israël God berooft, gaat over de tienden en de offers die ze niet brengen. In de wet van Mozes (Leviticus 27:30–33 en Numeri 18:21–32) is vastgelegd dat een tiende van de oogst aan God toebehoorde. Het is een erkenning dat alles van Hem komt. Maar in de tijd van Maleachi werden die tienden niet meer gebracht. De tempelvoorraadkamers bleven leeg, de priesters kregen geen onderhoud en de eredienst verslapte.
Het gevolg was voelbaar in het dagelijks leven: mislukte oogsten, droogte en sprinkhanen die de velden aantastten (Maleachi 3:11). Het land zelf leek mee te lijden onder de geestelijke dorheid van het volk. De boodschap is duidelijk: als Israël God niet geeft wat Hem toekomt, verdort het leven. Ook in onze tijd herkennen we dat patroon. Waar God buiten beeld raakt, droogt het geestelijke leven op. Niet omdat God wraakzuchtig is, maar omdat Hij de bron van leven is. Wie de bron afsluit, verliest de stroom.
“
Waar God buiten beeld raakt, droogt het geestelijke leven op.
De belofte van overvloed
Toch blijft ook hier de hoop voorop staan. God zegt: “Beproef Mij toch hierin […] of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen” (Maleachi 3:10). Het is alsof Hij zegt: “Probeer Mij maar uit, geef Mij weer de eerste plaats, en je zult zien wat Ik doe”. De zegen die volgt, is overweldigend. De hemelvensters zullen zich openen en de vruchtbaarheid van het land keert terug. Maar de kern is niet materiële welvaart. Het gaat om het geestelijke herstel. Waar Israël opnieuw leert geven, wordt de relatie met God hersteld, en daarmee ook de zegen over het land.
Volk en land horen bij elkaar
In het slot van dit gedeelte komt alles samen: “Alle heidenvolken zullen u gelukkig prijzen, want u zult een aangenaam land zijn” (Maleachi 3:12). Het volk en het land worden in één adem genoemd. Israël is niet zomaar een verzameling mensen, maar een volk dat geworteld is in een land dat aan God toebehoort. Wanneer het volk leeft naar Gods wil, weerspiegelt het land die zegen.
Ook vandaag blijft dat een theologisch principe: God is trouw aan Zijn volk en aan Zijn beloften. Zijn verbond met Israël is niet verbroken, want Hij is niet veranderd. En tegelijk laat dit ons nadenken over onze eigen roeping. Hoe ziet “terugkeren tot God” er in onze tijd uit? Misschien niet in tienden en offers, maar in tijd, aandacht en toewijding. Waar wij God weer centraal stellen, komt er leven.
Om over na te denken
- Wat betekent het voor jou dat God zegt: “Ik ben niet veranderd”? Hoe geeft dat vertrouwen in een onzekere wereld?
- Waarin merk jij dat “terugkeren tot God” ook herstel van de relatie met God betekent?
- In welke gebieden van jouw leven zou jij God meer “de eerste plaats” kunnen geven?
Meer in deze Bijbelstudiereeks
Bijbel
Bijbelstudie: God in gesprek met Israël
23 december 2025
Bijbelstudie: God in gesprek met Israël (8)
We zijn aangekomen bij het einde van onze reis door het boek Maleac...
Bijbel
Bijbelstudie: God in gesprek met Israël
9 december 2025
Bijbelstudie: God in gesprek met Israël (7)
Na het vijfde gesprek, waarin God Israël opriep tot bekering en bel...
Bijbel
Bijbelstudie: God in gesprek met Israël
25 november 2025
Bijbelstudie: God in gesprek met Israël (6)
Nu we in het vierde gesprek hebben gelezen over de komst van God al...
Bijbel
Bijbelstudie: God in gesprek met Israël
11 november 2025
Bijbelstudie: God in gesprek met Israël (5)
In de vorige Bijbelstudie zagen we hoe Maleachi Israël opriep tot t...
Bijbel
Bijbelstudie: God in gesprek met Israël
28 oktober 2025
Bijbelstudie: God in gesprek met Israël (4)
In de vorige Bijbelstudie lazen we hoe God via Maleachi de priester...
Bijbel
Bijbelstudie: God in gesprek met Israël
14 oktober 2025
Bijbelstudie: God in gesprek met Israël (3)
In dit derde deel van deze Bijbelstudieserie over Maleachi richten ...
Aanbevolen artikelen
Bijbel
Israël Aktueel
9 januari 2026
De verblijdende boodschap van Zacharia
In het jaar 538 voor Christus had de Perzische koning Kores (of Cyr...
Bijbel
8 januari 2026
Een wolk van getuigen
Afgelopen zondag waren mijn man Willem en ik in de oude Nederlandse...