Nederlands handelsverbod raakt wijnhuis dat veel ouder is dan het huidige conflict
Door Redactie -
2 september 2026
Vanaf 22 september treedt een verbod in werking op de import en handel in Israëlische producten uit Judea en Samaria (de Westelijke Jordaanoever) en de Golanhoogvlakte. Dat heeft de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, minister Berendsen, op 21 juli 2026 bekendgemaakt.
Nederland beschouwt de Israëlische dorpen in deze gebieden als ‘illegale nederzettingen’. De regering heeft daarom herhaaldelijk binnen de Europese Unie gepleit voor een handelsverbod, maar daarvoor onvoldoende steun gekregen. Daarom richtte de regering haar aandacht op nationale maatregelen. In mei 2026 legde zij een sanctiebesluit voor spoedadvies voor aan de Raad van State. Dat advies leidde niet tot wijzigingen. Het verbod zal daarom eind september van kracht worden. Overtreding ervan kan leiden tot een gevangenisstraf van maximaal zes jaar.
Pieter van Oordt, directeur van het Israël Producten Centrum (IPC), noemt het handelsverbod “uiterst teleurstellend”. “De regering heeft het hele proces met spoed in gang gezet. Dat laat wel zien dat men dit heel graag wilde en het zo snel mogelijk ingevoerd wilde hebben.” Het IPC verkoopt onder meer producten uit Judea en Samaria. “Al jarenlang werken wij samen met leveranciers uit Judea en Samaria, onder wie leveranciers met een groot aantal Palestijnse werknemers. Het verbod treft niet alleen Joodse ondernemers in Judea en Samaria, maar ook duizenden werknemers die daar dagelijks hun inkomen verdienen, onder wie veel Palestijnen. De ironie van deze maatregel is dat de regering zegt op te komen voor de Palestijnen, terwijl het juist Palestijnse werknemers zijn die er daadwerkelijk door worden getroffen”, zegt Van Oordt.
Kort geding IPC tegen Nederlandse Staat: 16 september volgt de uitspraak
Woensdag 26 augustus voerde het Israël Producten Centrum (IPC) samen met de European Jewish Association (EJA) een kort geding tegen de Nederlandse staat over het voorgenomen import- en handelsverbod van Nederland op producten uit Joodse dorpen in Judea en Samaria....
Het Nederlandse besluit klinkt als een maatregel die betrekking heeft op de huidige politieke situatie in Judea en Samaria en de Golanhoogvlakte. Maar achter de bedrijven die hierdoor worden geraakt, gaan ook geschiedenissen schuil die veel verder teruggaan dan de gebeurtenissen van vandaag. Zion Winery is daarvan een bijzonder voorbeeld. Het familiebedrijf maakt al 178 jaar wijn in en rond Jeruzalem en is het oudste nog bestaande wijnbedrijf in Israël.
Wijnkelder in de Oude Stad
In de jaren 1830 emigreert de familie Galin uit Oekraïne. Ze zijn chassidisch en zetten voet aan wal in Safed en Tiberias. Na de aardbeving van 1837 verhuist de familie naar Jeruzalem. Vader Mordechai Avraham Galin wordt leider van de Tiferet Israel Yeshiva. Tijdens een van de bezoeken van Sir Moses Montefiore aan Jeruzalem ontmoet Mordechai hem. Montefiore benadrukte het belang van terugkeer naar de landbouw: Joden zouden zelf wijngaarden en olijfbomen moeten aanleggen en in hun eigen levensonderhoud voorzien.
“Inmiddels is Zion Winery uitgegroeid tot de zesde wijnmakerij van Israël in omvang, maar het familiebedrijf heeft zijn ambachtelijke karakter behouden.”
In de nauwe straten van de Oude Stad van Jeruzalem richt zoon Yitzhak Galin daarom in 1848 een kleine wijnmakerij op. Hij heeft daarvoor een Ottomaanse vergunning nodig, en die blijkt niet eenvoudig te verkrijgen. Gelukkig beschikt zijn zwager Baruch Shor over een vergunning voor de handel in alcohol. De familie kan daarvan gebruikmaken en neemt vervolgens ook diens naam aan. Shor betekent in het Hebreeuws: stier.
De wijnkelder ligt vlak bij de Kleine Westelijke Muur (deel van de Klaagmuur). De wijnvaten worden zo geplaatst dat niemand ze per ongeluk kan aanraken. De druiven komen uit Hebron en worden met ezels naar Jeruzalem gebracht. Decennialang koopt de familie ze bij dezelfde Arabische druiventeler. Het gaat om inheemse rassen als Hamdani, Jandali en Dabouki. De meeste wijn is zoet en wordt verkocht in kleine vaten, want flessen zijn schaars. De familie is inmiddels volledig thuis in het negentiende-eeuwse Jeruzalem. De Shors spreken Arabisch en maken deel uit van het dagelijks leven van de stad.
Een van de kleurrijkste figuren uit de geschiedenis van het bedrijf is Rosa, de vrouw van Shmuel Shor, de derde generatie van de familie. Zij opent op de oude katoenmarkt, vlak bij de Tempelberg, de eerste wijnbar van Jeruzalem. Ze schenkt er wijn en arak aan de lokale bevolking en staat bekend als een markante vrouw. Wanneer haar man jong overlijdt, neemt Rosa ook de leiding van de wijnmakerij over.
Familie blijft wijn maken
De jaren die volgen brengen de nodige veranderingen: de wijnmakerij verhuist, de machthebbers veranderen, de stad verandert, maar de familie blijft wijn maken. In 1925 moet de wijnmakerij na 77 jaar de Oude Stad van Jeruzalem verlaten. De Britse autoriteiten willen niet langer industrie in de overbevolkte woonwijken van de Oude Stad. De familie verhuist naar de Rappaportstraat in Beit Israel, in West-Jeruzalem. Rosa woont tegenover de wijnmakerij, maar in de wijnmakerij wordt ook gewoond. De familie op de begane grond, de wijnmakerij op de eerste verdieping en de vaten worden op de tweede verdieping opgeslagen. Rosa is daarmee een van de eerste vrouwelijke directeuren van een wijnmakerij, een opmerkelijke positie, zeker binnen de ultraorthodoxe wereld.
“De plek veranderde, de omstandigheden veranderden en de familie groeide. Maar generatie na generatie bleef de wijnmakerij in handen van dezelfde familie.”
Bij de oprichting van de staat Israël wordt de wijnmakerij geleid door twee broers, Avraham Meir Shor en Moshe Shalom Shor, onder de naam Shor Brothers. De familieleden dienen, anders dan tegenwoordig veel ultraorthodoxe Joden, in het Israëlische leger. Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 lijden zij drie tragische verliezen. Dat raakt de familie diep.
In 1955 besluiten de broers het bedrijf te splitsen. Avraham Meir zet de wijnproductie voort onder de naam Zion Winery. Moshe Shalom richt zich op de productie van sterke drank en noemt zijn bedrijf Shimshon Winery. De twee ondernemingen blijven in hetzelfde gebouw gevestigd, gescheiden door een wand.
Na 134 jaar in Jeruzalem verhuist Zion Winery in 1982 naar Mishor Adumim, aan de rand van Jeruzalem, daar waar de woestijn van Judea begint. Later neemt Moshe Shor het roer van Zion Winery over als directeur. Hij laat de wijnmakerij volledig renoveren en investeert in moderne apparatuur. Daarmee maakt het bedrijf een grote kwaliteitsslag. Inmiddels is Zion Winery uitgegroeid tot de zesde wijnmakerij van Israël in omvang, maar het familiebedrijf heeft zijn ambachtelijke karakter behouden.
Het eigendom is al die jaren in handen van de familie Shor gebleven en ook de huidige directeur komt uit de familie. Bovendien is de wijnmaker zelf familie. Zvika Shor nam in 1982 het stokje over van zijn vader en behoort inmiddels tot de langst dienende wijnmakers van Israël.
Zion Winery heeft inmiddels 178 jaar geschiedenis achter zich. Het bedrijf maakte wijn onder het Ottomaanse Rijk, het Britse Mandaat en de staat Israël. De plek veranderde, de omstandigheden veranderden en de familie groeide. Maar generatie na generatie bleef de wijnmakerij in handen van dezelfde familie.
Het Israël Producten Centrum hoopt alle producten uit Judea en Samaria die het dit jaar heeft ingekocht vóór 22 september te hebben verkocht. Inmiddels is bijna twee derde van deze voorraad verkocht, waaronder ook de wijnen van Zion Winery. De laatste producten kunt u hier bestellen.
Dit artikel verscheen eerder in onze maandkrant Israël Aktueel. Klik hier om gratis abonnee te worden!