Historisch gezien is het zionisme de beweging die streeft naar de oprichting van een internationaal erkend nationaal tehuis voor het Joodse volk in het land Israël. Voordat Theodor Herzl het eerste Zionistische Congres in Bazel bijeenriep, waren er al verschillende zionistische bewegingen met uiteenlopende ideeën voor de situatie waarin de Europese Joden zich bevonden.
De term zionisme verwijst naar Sion, in de Bijbel een van de namen voor Jeruzalem. Maar Jeruzalem/Sion is volgens de Joodse traditie het geografische en geestelijke middelpunt van het land Israël. Vandaar dat Sion ook op heel het land kan slaan. Al meer dan tweeduizend jaar bidt het Joodse volk dagelijks om de inzameling van de ballingen, de wederopbouw van Jeruzalem en de terugkeer van God naar Sion. Dat de toekomst van het Joodse volk onlosmakelijk verbonden is met het land Israël, is diep geworteld in het Joodse zelfbewustzijn.
Orthodoxe Joden uit Oost-Europa – chassidiem als eersten, maar later ook anderen – gingen al in de achttiende eeuw in grote groepen terug naar het land Israël, gedreven door de wens om volgens de Thora te leven en zo het tijdperk van de Messias dichterbij te brengen.
In de negentiende eeuw ontstond er een nationaal zelfbewustzijn onder de Europese Joden. Tegelijk groeide ook het antisemitisme. Onder de naam Chibbat Tsion, liefde voor Sion, ontstonden verschillende bewegingen met als doel terugkeer naar Israël te bevorderen. De Chibbat Tsion-beweging ontleende de meeste van haar ideeën aan de basiswaarden van de Joodse traditie: de ervaring van de ballingschap, het verlangen naar verlossing en de religieuze en geestelijke verbondenheid met Erets Jisraël, het Land Israël.
De term zionisme zelf is waarschijnlijk in 1890 geïntroduceerd door Nathan Birnbaum. Hij zag het vooral als een politieke zaak: er moest een politieke oplossing komen voor de Joden, los van de vraag waar. Maar later groeide de overtuiging dat een politieke oplossing alleen te bereiken was als de Joden zich massaal in Israël zouden vestigen. Dat werd vanaf 1907 het beleid van de internationale zionistische beweging. De geschiedenis zou aantonen dat deze benadering juist was.
De verlossing van Israël als religieus gebod
Is het terecht om het zionisme alleen maar te zien als een seculiere politieke ideologie? Het is opmerkelijk dat de eerste Joden die zich in de moderne tijd in het Land Israël vestigden, nog vóór de eerste grote immigratiegolf (de zogenaamde eerste Alija) in de jaren 1880, orthodoxe Joden waren. Vroege nederzettingen zoals Petach Tikva werden gesticht door strenggelovige pioniers. De beroemde Joodse geleerde Nachmanides (rabbijn Mosje ben Nachman, Gerona 1194 – Akko 1270) ging al in 1267 terug naar het Land Israël. Hij legde de basis voor de Joodse wijk in Jeruzalem en riep alle Joden op om terug te keren. Overigens zijn er de eeuwen door Joden in het land blijven wonen. Er zijn bijvoorbeeld tientallen opgravingen van Joodse woonplaatsen uit de Byzantijnse tijd (vierde – zevende eeuw).
In 1840 braken er antisemitische rellen uit in Damascus. De Joodse filantropen Montefiore en Crémieux slaagden erin de Joodse gemeenschap te redden. De rabbijnen Tzvi Hirsch Kalischer (Pruisen, 1795 – 1874) en Jehoeda Alkalai (Bosnië, 1798 – Jeruzalem, 1878) zagen hun optreden als een voorbeeld voor de messiaanse tijd. De Joden moesten niet langer alleen maar op de Messias wachten, maar actie ondernemen. Het tijdperk van de Messias was aangebroken en de verlossing zou door menselijk handelen in gang moeten worden gezet.
Rabbi Alkalai wilde de Joodse nationale eenheid bevorderen door middel van een overkoepelende organisatie voor het wereldwijde Jodendom, met gemoderniseerd Hebreeuws als gemeenschappelijke taal. Het idee van nationale eenheid moest religieuze controverses overstijgen.
Terugkeer naar het land zal ook terugkeer naar de Eeuwige en Zijn goede geboden betekenen.
Nationale en culturele emancipatie
Een nieuwe fase in de ontwikkeling van het zionistische gedachtegoed werd ingeluid door Leon Pinsker (Polen, 1821 – Oekraïne, 1891). Pinsker zag de emancipatie van het Joodse volk als de oplossing voor de Joodse kwestie. In zijn pamflet Selbstemanzipation (Zelfemancipatie), gepubliceerd in september 1882, schreef hij dat er ‘judofobie’, zoals hij antisemitisme noemde, zal zijn zolang de Joden een ‘spookvolk’ waren – overal een minderheid en nergens een normale nationale meerderheid. De oplossing was de Joden te verhuizen naar een eigen gebied waar ze een normale natie konden worden. De Joden moesten zich als natie onder de naties emanciperen.
Achad ha-Am (pseudoniem van Asjer Zvi Hirsch Ginsberg, 1856-1927) had kritiek op de politieke doelstellingen en methoden van de proto-zionistische beweging. Het land Israël kon volgens hem geen oplossing bieden voor de massa’s emigranten. In plaats daarvan moest Erets Jisraël dienen als een ‘spiritueel centrum’ om alle Joden wereldwijd te verenigen. De terugkeer van de ballingen moest worden voorbereid door de ontwikkeling van een nieuwe Joodse en Hebreeuwse cultuur in het land Israël. Zijn ideeën leidden tot een intensivering van de ideologische en culturele activiteiten van Chibbat Tsion.
Net als Pinsker zag Theodor Herzl (Hongarije, 1860 – Oostenrijk, 1904), geconfronteerd met antisemitisme in Frankrijk en Oostenrijk, de oplossing voor de Joodse kwestie als een internationale politieke zaak. Onder zijn visionaire leiding kwam in 1897 het Eerste Zionistische Congres bijeen. Volgens Herzl had de beweging die hij had opgericht slechts één doel: de verplaatsing van ‘een volk zonder land’ naar een of ander ‘land zonder volk’. ‘Wij zijn een volk – één volk’, schreef hij in zijn pamflet Der Judenstaat, en dit ene volk had een land nodig om werkelijk een volk te zijn. In Der Judenstaat besprak hij de contouren van de Joodse staat. Hoewel Palestina het meest voor de hand liggende gebied was om deze staat te stichten, konden ook andere landen, zoals Argentinië, in overweging worden genomen. Het Zionistische Congres sprak zich echter resoluut uit voor het land Israël als het enige natuurlijke en historische Joodse thuisland.
De nationaal-religieuze beweging
‘Het Land Israël voor het volk Israël volgens de Thora van Israël.’ Het motto van de nationaal-religieuze beweging is duidelijk. De Thora en het Land Israël zijn essentieel voor het voortbestaan van het Joodse volk. De nationaal-religieuze beweging werd in 1902 officieel opgericht binnen de Zionistische Organisatie door orthodoxe Joden die het idee van een nationale wedergeboorte steunden, maar niet tevreden waren met het seculiere karakter van het zionisme. Een Joods volk zonder religie is als een lichaam zonder ziel. Tegelijk stelden zij dat religieus geloof zonder nationale geest slechts een ‘half jodendom’ was. De Joodse identiteit is tegelijkertijd nationaal en religieus. De beweging nam de naam Mizrachi aan, een samenvoeging van de woorden merkaz roechani – ‘spiritueel centrum’. Mizrachi richtte onderwijsinstellingen en religieuze kibboetsen op in het Land Israël.
Rabbi Avraham Jitschak HaCohen Kook (Letland, 1865 – Jeruzalem, 1935), de eerste Asjkenazische opperrabbijn van mandaatgebied Palestina, nam een eigen positie in. Zijn ideaal was een theocratie. Hij beschouwde de inspanningen van de seculiere zionisten om het land op te bouwen als een heilig werk, maar was ook kritisch op hen omdat zij zich niet aan de sabbat en de spijswetten hielden.
Omkeer
Tesjoeva (omkeer, terugkeer) is het sleutelwoord. In Deuteronomium 30:1-10 komt de wortel van dat woord zeven keer voor, als omkeer tot God en terugkeer naar het land. Het is God, die ‘doet terugkeren’, staat daar letterlijk ook. Er is geen bekering zonder terugkeer naar het land. En terugkeer naar het land zal ook terugkeer naar de Eeuwige en Zijn goede geboden betekenen. Dat is de Bijbelse grond van het zionisme.
Deze artikel verscheen eerder in onze maandkrant Israël Aktueel. Klik hier om gratis abonnee te worden!