Bijbelstudie: Lofzang van Zacharias (2)
Door Karel van der Plas -
8 oktober 2026
"En Zacharias, zijn vader, werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde: Geprezen zij de Heere, de God van Israël" (Lukas 1:67-68a).
De Lofzang van Zacharias begint eerst met het prijzen van de Heere. Opvallend hierin is dat hij specifiek spreekt van “de God van Israël”. Belijden we God ook als de God van Israël of zien we dit als iets uit het verleden?
Voor altijd de God van Israël
Dat God de God van Israël is, is niet alleen belangrijk voor onze kijk op Israël, maar bovenal zegt dit iets wezenlijks over God zelf. God kiest er blijkbaar voor zich in Zijn Woord aan de wereld te openbaren als de God van Israël. Dat is ook wat Hij tegen Mozes zegt bij de brandende braamstruik (Exodus 3:15). Hij maakt zich bekend als “de God van Abraham, de God van Isaac en de God van Jakob” en God zegt daarbij: “Dit is voor eeuwig Mijn Naam, dit is Mijn Naam ter gedachtenis, van generatie op generatie.”
Zo gaat Mozes dan ook naar de farao toe: “Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Laat Mijn volk gaan” (Exodus 5:1). God is de God van Israël – en dat is niet iets van het Oude Testament. God is de “Onveranderlijke van Israël” (1 Samuël 15:29). Hij is gisteren, vandaag en tot in de toekomst dezelfde. En Zacharias bevestigt dit: “Geprezen zij de God van Israël.”
“Gods Naam is over Israël uitgeroepen, wat wil zeggen dat Israël Gods eigendom is.”
Wat betekent dit?
Maar wat houdt dit alles in? Wat betekent het dat God voor eeuwig Zijn Naam aan het volk Israël heeft verbonden? Het betekent drie dingen:
1. Eigendom
Wanneer een naam over iets of iemand wordt uitgeroepen, betekent dit in de eerste plaats dat het eigendom wordt van degene die de naam uitroept. We zien dat bijvoorbeeld terug bij de inname van de stad Rabba in 2 Samuël 12:26-31. Joab, de legeraanvoerder van David, wil niet dat zijn naam, maar Davids naam over de stad wordt uitgeroepen. David moet de eer over de overwinning krijgen en zijn naam moet worden uitgeroepen over de stad. Oftewel: de stad moet eigendom worden van het koningshuis van David.
Zo kunnen we ook naar Israël kijken. Gods Naam is over hen uitgeroepen, wat wil zeggen dat Israël Gods eigendom is. Daarom lezen we ook over Israël: “De HEERE, uw God, heeft ú uitgekozen uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is” (Deuteronomium 7:6).
2. Bescherming en zegen
Het tweede aspect betekent bescherming, zegen en voorspoed. Na de bekende priesterlijke zegen, die ook wij vaak iedere zondag aan het eind van onze diensten horen, zegt God: “Zo moeten zij Mijn Naam op de Israëlieten leggen; en Ík zal hen zegenen” (Numeri 6:27). Dat God Zijn Naam verbindt aan Israël – Hij legt Zijn Naam op hen – betekent dus ook de zegenrijke bescherming van God. Zo’n diepe bescherming dat God zelfs zegt dat ieder die Israël aanraakt Zijn oogappel aanraakt (Zacharia 2:8).
“Dat God de God van Israël is, is dus niet iets wat verandert wanneer Jezus verschijnt.”
3. Representatie
Dat God Zijn Naam aan Israël verbindt, betekent ook dat Israël representatief is voor God in deze wereld. Dit klinkt al bij de roeping van Abraham. God belooft niet alleen een land en een volk, Hij belooft dat door dat land en volk de gehele wereld gezegend gaat worden (Genesis 12:3). Dat klinkt ook door bij Jesaja: “Dit volk heb Ik Mij geformeerd. Zij zullen Mijn lof vertellen” (Jesaja 43:21). God draagt Israël en Israël draagt Gods Naam. Zij zijn Gods knecht, Zijn dienaar. “U bent Mijn getuigen, spreekt de HEERE, en Mijn dienaar die Ik verkozen heb” (Jesaja 43:10).
In de roeping van Israël gaat het niet alleen over Israël, het gaat over God en over de wereld. Want waarom verkiest God Israël? “U bent Mijn getuigen, spreekt de HEERE, dat Ik God ben” (Jesaja 43:12). God verbindt zich aan Israël, Hij gaat de geschiedenis in als de God van Israël, om door dat volk heen ook ons te bereiken.
Jezus wijst op de God van Israël
“Geprezen is de God van Israël”. Zo begint Zacharias. En Zacharias had geen ouderwets godsbeeld, hij was immers vervuld met de Heilige Geest. De Geest geeft hem de woorden in de mond om de Heere te belijden als de God van Israël.
Dat God de God van Israël is, is dus niet iets wat verandert wanneer Jezus verschijnt. Integendeel zou je kunnen zeggen: Zacharias profeteert juist over Jezus en in dit alles draait het om wat de God van Israël doet voor Zijn volk en de wereld. We zien dit ook terug in Matteüs 15. Wanneer Jezus de blinden, kreupelen en verlamden geneest bij het Meer van Galilea, dan lezen we dat de omstanders zich verwonderden en dat zij “de God van Israël verheerlijken” (Matteüs 15:31). Jezus’ handelen wijst naar de Vader, naar de God van Israël!
Aanbevolen artikelen
Bijbel
Bijbelstudie: God is trouw
1 oktober 2026
Bijbelstudie: God is trouw (44)
We kijken ditmaal naar de tweede psalm uit het tweede boek van de P...
Bijbel
Israël Aktueel
29 september 2026
Als God niet trouw is aan Israël...
…hoe zeker is dan Zijn belofte aan ons? Wat als God Zijn beloften a...