Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Achtergrond

Terug naar overzicht

Operatie Yachin: de emotionele uittocht van Marokkaanse Joden

Door Petra van der Zande - 

5 januari 2026

D201-071

Marokkaanse Joodse immigranten arriveren in Israël. | Foto: Cohen Fritz/The National Photo Collection of Israel

"Hij zal een banier omhoogheffen onder de heidenvolken en Hij zal de verdrevenen van Israël verzamelen en hen die vanuit Juda overal verspreid zijn, bijeenbrengen van de vier hoeken van de aarde" (Jesaja 11:12).

Operatie Yachin was een complexe en emotionele operatie die tussen 1961 en 1964 ruim 97.000 Marokkaanse Joden per vliegtuig en schip via Frankrijk en Italië naar Israël bracht. Een van de twee centrale pilaren van Salomo’s tempel werd 'Yachin' genoemd. De Bijbelse naam van de operatie werd gekozen omdat alijah (immigratie naar Israël) beschouwd wordt als een belangrijke pijler die het bestaan van de Joodse staat ondersteunt.

Joden in Marokko

De Marokkaanse Joden waren volledig geïntegreerd in de overwegend islamitische samenleving, waar ze al ruim 2000 jaar deel van uitmaakten. Koning Mohammed V weigerde daarom ook de Marokkaanse Joodse bevolking uit te leveren aan het naziregime. Toen het land in 1956 onafhankelijk werd van het Franse koloniale bewind, kregen de Joden volledige rechten en status. Ondanks incidentele gewelddadige gebeurtenissen was Marokko een van de veiligere thuislanden voor Joden in de Arabische wereld. Toch zijn er sinds de oprichting van de staat in 1948 tot het begin van Operatie Yachin ruim 120.000 Joden vanuit Marokko naar Israël verhuisd.

Ondanks het in 1959, onder druk van de Arabische Liga, uitgeroepen uitreisverbod, lukte het rond de 29.400 Marokkaanse Joden illegaal naar Israël te emigreren. De Egoz, die op 10 januari 1961 met 44 Joodse emigranten aan boord voor de noordkust van Marokko zonk, was een wake-up call voor de Marokkaanse autoriteiten. Hassan II, die begin 1961 zijn vader opvolgde, hief meteen het Joodse emigratieverbod op.

“Ik zag al die mensen huilend de medina verlaten – grootmoeders, grootvaders, jonge en oude mensen, met hun couscouspotten, manden, en kruiden. Het was een tragedie.”

— Marokkaanse Joodse Mergui

Emotionele uittocht

De Israëlische premier David Ben-Gurion ging meteen tot actie over. Na een aanbetaling van 500.000 dollar werd Hassan II 100 dollar per emigrant beloofd voor de eerste 50.000 Marokkaanse Joden die zouden emigreren. Daarna werd het 250 dollar per emigrant. Vanwege de economische en financiële gevolgen voor de jonge staat, moest operatie Yachin verschillende keren worden onderbroken. Zoals later het geval was met de Russische Joden, kozen sommigen ervoor om zich in Frankrijk, Canada of de Verenigde Staten te vestigen in plaats van in Israël.

De nu 80-jarige Mergui, die een paar jaar in Israël had gewoond en naar Marokko terugkeerde, herinnerde zich de emotionele uittocht. "Ik zag al die mensen huilend de medina (Arabisch woord voor stad) verlaten – grootmoeders, grootvaders, jonge en oude mensen, met hun couscouspotten, manden, en kruiden. Het was een tragedie." Ook al wist men dat ze naar het land van de Bijbel vertrokken, naar huis, begrepen ze niet wat er werkelijk gebeurde.

Barre omstandigheden

Naast een gratis reis naar Israël was de migranten ook een verblijfplaats beloofd. Eenmaal in Israël realiseerden Marokkaanse Joden (en andere immigranten uit Arabische landen), dat de werkelijkheid niet was zoals de zionistische beweging hen had voorgespiegeld. De 'verblijfplaats' bleek een 'ma'abara' (doorgangskamp) te zijn dat bestond uit tenten en tinnen hutten, met ondermaatse sanitaire voorzieningen en ontoereikende beschutting. Bewoners waren blootgesteld aan barre weersomstandigheden. Bedoeld als een tijdelijke oplossing, bleven velen er meerdere jaren wonen, sommigen zelfs vier jaar. Veel van de ma'abarot werden uiteindelijk permanente ontwikkelingssteden, zoals Sderot, Kiryat Shmona en Beit She'an.

D 0

Prefab hutten worden in elkaar gezet voor nieuwe immigranten, 1949. | Foto: Eldan David/The National Photo Collection of Israel

Tweederangsburgers

De Europese (Asjkenazische) Joden, die zich in de jaren 1880 als eersten in Palestina vestigden, en de leiding hadden over de ma'abarot, beschouwden de Sefardische Joden als tweederangsburgers.

Al snel liepen de gemoederen hoog op. Met portretten van koning Mohammed V liet men weten dat ze naar Marokko terug wilden. Voor de meesten was dit echter onmogelijk. Diegenen die via clandestiene operaties het land waren binnengekomen, beschikten niet over legitieme reisdocumenten. De paspoortsituatie van de "Yachin" Joden was gekoppeld aan de overeenkomsten die met Marokko waren gesloten.

Abraham-akkoorden

De pragmatische koning Hassan II steunde de Marokkaanse Joden die waren gebleven. Zowel de regering van zijn vader als die van hemzelf telden veel Joodse ministers in hoge posities. Sinds de Abraham-akkoorden hebben koning Mohammed VI en Israël in december 2020 formeel diplomatieke betrekkingen aangeknoopt. Beide landen heropenden hun verbindingsbureaus in Rabat en Tel Aviv, die sinds de Tweede Intifada (2000) waren gesloten. Sinds de normalisatie is er een sterke toename van samenwerking op gebied van veiligheid, defensie (gezamenlijke oefeningen), landbouw en handel.

Behoud van het Joodse erfgoed

De grootste overgebleven Joodse gemeenschap in de Arabische wereld - ongeveer 2.000-2.500 Joden - wonen voornamelijk in Casablanca, Marrakesh en Fez. De gemeenschap geniet koninklijke bescherming en de Marokkaanse grondwet van 2011 erkent de Joodse invloed binnen de nationale identiteit. De Joodse geschiedenis is ook onderdeel van het nationale schoolcurriculum. Joodse erfgoedplaatsen, waaronder synagogen, begraafplaatsen en heiligdommen, worden door de overheid gerestaureerd en behouden. Het Museum van het Marokkaanse Jodendom in Casablanca is het enige in de Arabische wereld.

“Israël heeft de grootste armen ter wereld - het verwelkomt iedere dakloze Jood.”

— Ruth Gruber

Emotionele band

Een grote diaspora van ongeveer 700.000 tot 1 miljoen Israëliërs van Marokkaanse afkomst onderhoudt een sterke emotionele, culturele en persoonlijke band met het land van hun voorouders, dat zij vaak bezoeken voor toerisme of religieuze pelgrimstochten. Ondanks politieke spanningen fungeert deze diaspora als een unieke "menselijke brug" tussen de twee landen en bevordert culturele uitwisseling, handel en toerisme.

Israël is een land van immigranten. De Sefardisch Joodse gemeenschappen uit Jemen, Ethiopië en Marokko hebben voor enorme uitdagingen gestaan. De Russische Joden hadden dat weer op een heel andere schaal. Velen is het gelukt, door hard te werken, en met vallen en opstaan, om volledig te integreren in de multiculturele maatschappij. En het einde van de alijah is nog niet in zicht!

"Israël heeft de grootste armen ter wereld - het verwelkomt iedere dakloze Jood." Ruth Gruber


Petra-van-der-Zande_avatar-90x90

De auteur

Petra van der Zande

Petra van der Zande woont sinds 1989 in Jeruzalem. Samen met haar man zorgde zij 21 jaar lang voor vier meervoudig gehandicapte Israëlische pleegkinderen. Nu is zij onder andere actief...

Doneren
Abonneren
Agenda