Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Wat was het allerergste dat u hebt meegemaakt?

Door Marianne Glashouwer - 

5 augustus 2026

Kamp_Vught_B&W

Willemina Hettinga zat eerst vast in Vught, voordat ze overgeplaatst werd naar een vrouwengevangenis in Duitsland. Op de foto kamp Vught. | Foto: Tiago Fioreze/Wikimedia Commons

"Na 1983 heb ik zelf gefunctioneerd in de jeugdvoorlichting van de Stichting Samenwerkend Verzet 1940-1945. De schoolkinderen vroegen dan vaak: 'Wat was nu het allerergste van die tijd?' Ik vond het een moeilijk te beantwoorden vraag, maar gaf vaak te kennen dat het verraad van je eigen mensen, zelfs soms je buren, het hardst aankwam”, schrijft Betty van der Woude-Hettinga in haar boek ‘Een pastorie in weer en wind’.

Drs. Geert C. Hovingh, kerkhistoricus en emeritusprekant in de Protestantse Kerk in Nederland, heeft een indrukwekkend boek geschreven over het verzet van predikanten tijdens de Tweede Wereldoorlog. In zijn boek ‘Verberg de verdrevenen’ (naar Jesaja 16:3) worden meer dan zeshonderd namen genoemd van predikanten die hulp boden aan Joden.

Tijdens het doorlezen van dit belangwekkende boek, kwam ik de naam tegen van ds. Jochem Folkerts Hettinga. Tijdens de oorlog was hij predikant in Hasselt en werkte hij mee aan tal van verzetsactiviteiten, evenals bijna zijn hele gezin. Hij was getrouwd met Willemina Siebolts Smid. Het echtpaar had zes kinderen, een dochter en vijf zonen. Allen werkten mee aan verzetsactiviteiten, behalve de twee jongste zoons van 10 en 11 jaar.

Het gezin heeft veel meegemaakt, maar na de oorlog werd er niet meer over gesproken. Ze wilden alles zo snel mogelijk vergeten. Op veler verzoek heeft dochter Elisabeth (Betty) de gebeurtenissen van haar familie tijdens de oorlog beschreven.

In juni 1943 werden jongens boven de 17 jaar opgeroepen om in Duitsland te gaan werken in de oorlogsindustrie. Om aan dit lot te ontkomen, gingen ze massaal onderduiken. Ook de broers van Betty doken onder en hadden al snel een actief aandeel in het werk van de landelijke knokploeg, de LKP. Deze groep pleegde overvallen voor bonkaarten, persoonsbewijzen e.d. en probeerde ook verzetsmensen die gevangengenomen waren te bevrijden.

Betty mocht als 19-jarige vele onderduikers naar hun toekomstig adres brengen. Ze ontdekte dat veel mensen, zeker mensen van wie zij het niet had verwacht, er tegenop zagen om de risico’s te aanvaarden, die eventuele onderduikers met zich zouden meebrengen. Ze zeiden gewoon: nee. Vaak waren het juist de meest eenvoudige mensen met de minste praatjes die enthousiast hielpen.

“Tijdens het bijwonen van een kerkdienst in het Huis van Bewaring werd ze bemoedigd door de tekst: 'Dit weet ik, dat God met mij is.'”

Haar vader, ds. Hettinga, sloot zich aan bij de verzetsgroepen ‘Trouw’ en ‘Je Maintiendrai’. Vanuit de pastorie liepen de draden naar andere gelijkgezinden in het land. Contacten werden gelegd, plannen beraamd. Door zijn manier van preken begrepen de mensen heel goed hoe hij over de bezetter dacht. Soms zaten de gemeenteleden met zweet in de handen in de kerk. ‘Als dat maar goed gaat!’

Door verraad, waarschijnlijk van een NSB’er, werd vader opgepakt en kwam hij terecht in het Huis van Bewaring in Haren. Het leek erop dat hij de kogel zou krijgen, net als vele van zijn vrienden. Om aan de martelende verhoren te ontsnappen en niet ongewild zijn vrienden te verraden, simuleerde hij psychotisch gedrag. Dat deed hij zó goed, dat men ervan overtuigd raakte dat deze dominee ‘knettergek’ was. Hij werd daarom opgenomen in Stichting Dennenoord in Zuidlaren, waar hij tussen de patiënten terecht kwam. Via het personeel bleef hij in contact met het verzet.

Zou ds. Hettinga in deze situatie gedacht hebben aan David? Als David op de vlucht is voor koning Saul, komt hij terecht bij Achis, de koning van Gath. David vreest voor zijn leven en besluit om krankzinnigheid voor te wenden. Zijn list werkt. De koning is ervan overtuigd dat David krankzinnig is en laat hem vrij (1 Samuël 21:10-15).

Nadat ds. Hettinga gearresteerd was, zette zijn vrouw samen met de kinderen het verzetswerk voort. Ze verspreidden illegaal drukwerk en hadden wapens voor overvallen in huis. Ook werd er in huis veel vergaderd om onderduikers en Joden te kunnen helpen aan schuilplaatsen, bonkaarten, enz.

Vanwege verraad werden de groepen ‘Je Maintiendrai’, en ‘Trouw’ opgerold. Velen werden ter dood veroordeeld en doodgeschoten. Betty maakte als tiener mee dat haar moeder gearresteerd werd. Ook voor mevrouw Hettinga dreigde een zware straf, omdat er wapens in de pastorie gevonden werden. Zij werd ook afgevoerd naar het Huis van Bewaring in Haren. Tijdens het bijwonen van een kerkdienst daar werd ze bemoedigd door de tekst: “Dit weet ik, dat God met mij is” (Psalm 56:10). Ook de tekst “Welzalig hij die al zijn kracht en hulp alleen van U verwacht” (Psalm 84:3, berijmd) gaf haar steun.

“Zij vertelde dat zij in Vught het mooiste kerstfeest ooit beleefde. Ze zongen: 'Hij heeft gedacht aan zijn genade.'”

Mevrouw Hettinga kwam na Haren in Kamp Vught terecht en uiteindelijk in een vrouwengevangenis in Duitsland. Daar leefde ze onder erbarmelijke omstandigheden. Ze moest in een munitiedepot werken, loopgraven aanleggen en wordt tenslotte ook nog in steengroeven te werk gesteld. Op 19 april 1945 wordt ze bevrijd door het Russische leger.

Haar dochter Betty schrijft dat haar moeder niet veel sprak over haar ervaringen. Wel dat zij veel steun aan haar geloof had gehad. Ook vertelde ze over de grote haat die ze had ondervonden van mensen. Daarbij moest ze dan vaak denken aan het lijden van haar Heer en Heiland, die dit vrijwillig onderging uit grote liefde voor ons. Al die slagen en vernederingen, en de smadelijke dood aan het kruis. Dat gaf haar diepe dankbaarheid. In haar Bijbeltje was de tekst van 2 Korintiërs 12:10 onderstreept: “Als ik zwak ben, dan ben ik machtig.”

Ook vertelde zij dat zij in Vught het mooiste kerstfeest ooit beleefde. Op een koude, donkere kerstmorgen vierden ze tussen de barakken het kerstfeest. Ze zongen: “Hij heeft gedacht aan zijn genade”. Een predikant, die eveneens in Vught gevangen zat, las het kerstevangelie en sprak de zegen uit.

Wonder boven wonder hebben alle gezinsleden de oorlog overleefd. In 1983 ontvingen ds. Hettinga (postuum), zijn vrouw, dochter, en drie zonen het Verzetsherdenkingskruis vanwege hun moedige verzet tegen de demonie van nazi-Duitsland.

Marianne Glashouwer

De auteur

Marianne Glashouwer

Marianne Glashouwer is spreekster van Christenen voor Israël. Ze is bekend van de Evangelische Omroep en schreef diverse boeken.

Doneren
Abonneren
Agenda