Het is dit jaar 40 jaar geleden dat de oprichter van Christenen voor Israël, Karel van Oordt, bij ons kwam in de kleine hervormde pastorie van Tull en ’t Waal. Hij stelde Willem de vraag: "Wil jij de nieuwe voorzitter van Christenen voor Israël worden? Ik word ouder en we zoeken een opvolger."
Deze vraag kwam voor ons als een volkomen verrassing! Willem had enkele maanden daarvoor een zware hersenoperatie ondergaan. “Ik weet niet of ik helemaal beter wordt en zoiets weer aankan,” antwoordde hij. “Dat geeft niet”, zei Karel, “de broeders hebben ervoor gebeden en we hebben de overtuiging gekregen dat jij onze nieuwe voorzitter moet worden. Wij doen al het werk wel, als jij maar voorzitter wilt worden.” Willem en ik hebben erover nagedacht en ervoor gebeden. Na een week durfden we geen ‘nee’ te zeggen!
In dezelfde tijd dat Karel bij ons op bezoek kwam, verscheen het mooie boekje van Rebecca de Graaf-van Gelder, getiteld ‘Wát een leven’. Daarin vertelt zij haar levensverhaal. Willem heeft er destijds het voorwoord in geschreven.
In haar boek getuigt Rebecca van de onverbrekelijke verbondenheid van de Allerhoogste met Zijn volk Israël. De kerk is niet in de plaats van Israël gekomen. Integendeel, wij zijn ingeënt op de edele olijfboom. “Niet gij draagt de wortel, maar de wortel draagt ú” (Romeinen 11:18).
Rebecca van Gelder wordt op 19 juni 1907 geboren in een orthodox-Joods gezin in Den Haag. Haar vader is goudsmid. Aan de hand van grootvader Van Gelder gaat ze iedere sjabbat naar de synagoge. Op de Joodse school leert ze Hebreeuws, het opzeggen van de gebeden en over haar eigen Joodse geschiedenis.
Als ze opgroeit, gaat ze naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Op haar achttiende behaalt ze daar haar diploma voor pianolerares. Ze geniet van het leven met uitgaan en dansen. Op een geven moment beseft ze hoe zinloos ze eigenlijk bezig is. Met een christelijke vriendin heeft ze vele gesprekken over het geloof.
Het Nieuwe Testament is voor haar een verboden boek. Bij haar vriendin vindt ze op een keer een Nieuw Testament en ze begint daarin te lezen. Haar oog valt op de uitspraak van Jezus: “Gij onderzoekt de Schriften, want gij meent daarin het eeuwige leven te hebben, en deze zijn het die van Mij getuigen” (Johannes 5:30).
Als ze verder leest, gaat er een nieuwe wereld voor haar open. “Ik pakte de Bijbel en de Bijbel pakte mij.” Haar allesbeheersende vraag is: “Wie is die Jezus (Jesjoea)? Is Hij de Messias, de Beloofde?” Mozes zegt in Deuteronomium 18:15: “Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de HERE, uw God u verwekken; naar Hem zult gij luisteren.” De Messias komt dus voort uit het volk Israël!
Door Rebecca's leven en getuigenis zijn vele ogen opengegaan voor de bijzondere plaats die Israël inneemt in Gods heilsplan. Ook mijn ogen zijn daardoor opengegaan.
In haar zoektocht naar antwoorden bezoekt ze een lezing van Willem ten Boom, de broer van Corrie ten Boom. Zijn woorden dringen niet tot haar door. Wel wordt ze getroffen door de woorden van ds. J. Rottenberg, een Jood van Poolse afkomst. Hij laat haar zien dat Jezus een Jood was en dat Hij als trouwe Jood de Wet/Thora hield. Het Nieuwe Testament is door Messiasbelijdende Joden geschreven. Niet lang daarna vertelt ze ds. Rottenberg van haar verlangen om, net als Jezus, gedoopt te worden. Dat gebeurt op 5 januari 1934.
Aan deze gebeurtenis gaan veel gedachten en worstelingen vooraf. Het komt tot een breuk met haar ouders, familie en het traditionele Jodendom. Daar heeft ze veel verdriet over. Maar ze kan niet anders. Ze was helemaal niet van plan om tot een ander geloof over te gaan. Ze was op zoek naar de Messias. Bij het lezen van de Schriften komt ze als het ware thuis. Ze wordt compleet. Ze voelt zich nu pas "een echte Jodin", zoals ze dat zelf omschrijft.
Enkele jaren later ontmoet ze Leen de Graaf, een christen, die net als zij gelooft dat Israël nog toekomst heeft. Hij is ervan overtuigd dat de kerk niet in de plaats van Israël gekomen is, maar dat God eeuwige verbonden met Zijn volk heeft.
Op 9 mei 1940, één dag voordat de Tweede Wereldoorlog begint, trouwen ze. Samen met Gods hulp kunnen ze het aan. Ze krijgen drie kinderen. Vanwege haar huwelijk met een niet-Joodse man is Rebecca tijdens de oorlog redelijk veilig. Veel van haar familie en vrienden zijn echter weggevoerd en vermoord. Al komt er in 1945 een einde aan de oorlog, in haar leven is de oorlog nooit voorbij.
Rebecca de Graaf-van Gelder is voor velen een zegen geweest. ‘Tante Rebecca’ werd ze liefkozend genoemd. Onvermoeibaar heeft ze gesproken over de Schriften die ervan getuigen dat Jezus de Messias is. In Hem worden alle geslachten op de aardbodem gezegend. Het heil is uit de Joden. De apostel Paulus schrijft in Romeinen 11:26-27: “De Verlosser zal uit Sion komen, Hij zal de goddeloosheden van Jakob afwenden. En dit is Mijn verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.”
Rebecca hield van Gods Woord. Ze bemoedigde anderen: lees wat er staat, geloof wat er staat en doe wat er staat! Door haar leven en getuigenis zijn vele ogen opengegaan voor de bijzondere plaats die Israël inneemt in Gods heilsplan. Ook mijn ogen zijn daardoor opengegaan voor Gods trouw aan Zijn volk. Zijn trouw ook aan ons, Zijn kinderen uit de volkeren. Daar mag ik nu al veertig jaar van getuigen, dankzij Rebecca!