Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Sommige beelden gaan nooit weg

Door Joanne Nihom - 

4 mei 2026

Ben Flesschedrager

Ben Flesschedrager. | Foto: Flesschedrager

Ben Flesschedrager werd in 1937 geboren in Amsterdam in een Joods gezin. In zijn gedachten ziet hij nog altijd flarden van die tijd: het oude Joodse Amsterdam. Zijn Amsterdam. “Het is geen afgerond verhaal,” zegt hij. “Het zijn losse beelden die zich hebben vastgezet in mijn geheugen en nooit zijn weggegaan.”

Zijn vader, Barend, was kleermaker. “Een man van stof en draad,” vertelt Ben, “een geschiewes (Jiddisch voor 'goed mens', red.) van een man, die geen vlieg kwaad deed.” Zijn moeder Agaath was een flinke, kordate, lieve vrouw. “Mijn ouders ontmoetten elkaar op een dansavond. Mijn moeder kwam uit Haarlem en zij trok later in bij zijn grootouders. In die tijd was het reizen van Haarlem naar Amsterdam een hele toer. Van mijn grootouders leerde mijn moeder over het Jodendom en de Joodse keuken.”

Ben groeide samen met zijn oudere broer Ab op in een liefdevol, warm en hecht gezin. Zijn vader had twee zussen, en er was een nichtje, Betty, slechts een week ouder dan Ben. “We waren onafscheidelijk. We speelden iedere dag samen.” Twee kinderen die nog niets wisten van wat er zou komen.

Tot die ene dag. Ben was met zijn moeder onderweg naar zijn grootouders. “Er was een razzia geweest in hun straat. Vanuit de verte zagen we hoe zij, en ook Betty, door de Duitsers werden weggevoerd. Dat beeld draag ik altijd bij me.” Tot op de dag van vandaag hangt haar portret boven zijn bed. Sinds kort woont Ben, samen met zijn vrouw, in Beth Shalom in Amsterdam; de foto verhuisde met hem mee. “Alsof ik haar niet achter kan laten.”

Je praat er niet over, dat is makkelijker

Als een wonder overleefden Ben, zijn broer en zijn ouders de oorlog. “Mijn moeder was niet bang en erg brutaal. Ze poeierde de Duitsers gewoon af. Daar vertelde ze altijd best trots over.” En er was onze bovenbuurman, een politieman. “Als er een razzia kwam, waarschuwde hij ons. Dan kropen we in de kast en wachtten tot het voorbij was. Stil. Adem inhouden.”

“Mijn ouders spraken nooit over de oorlog. En ik heb dat ook nooit gedaan. Ook niet in mijn eigen gezin. Ik wilde mijn twee dochters niet opvoeden met dat ongelofelijke verdriet.”

— Holocaustoverlevende Ben Flesschedrager

Bens vader kreeg een sper omdat hij verplicht voor de Duitsers werkte en hun kleding repareerde. Maar er was meer. “Joodse mannen konden zich laten steriliseren, zonder verdoving, en kregen dan ook een sper. Vader heeft dat ook laten doen. Pas veel later heb ik me echt beseft wat dat voor hem moet hebben betekend.”

Nooit voorbij

“Toen was de oorlog voorbij, maar niet voor ons. Zoals zo velen ging vader iedere dag naar het Centraal Station om te kijken of zijn ouders, tantes en Betty terug zouden komen. Iedere dag weer. Er was hoop. Tevergeefs. Later hoorde hij dat ze waren vermoord in Sobibor en Auschwitz.”

Voor de oorlog had zijn vader een atelier, met de eerste Amerikaanse knoopsgatenmachine. Alles werd door de Duitsers gevorderd. Na de oorlog moest hij helemaal opnieuw beginnen. In de Haarlemmerstraat bouwde hij weer iets op. Zijn moeder begon een grote dameszaak. Later ging Ben in het bedrijf van zijn vader werken en nam hij het, samen zijn vrouw Lia, over.

Bij Ben thuis werd nooit over de oorlog gesproken. “Mijn ouders deden dat niet. En ik heb dat ook nooit gedaan. Ook niet in mijn eigen gezin. Ik wilde mijn twee dochters niet opvoeden met dat ongelofelijke verdriet.” 

Alleen kleine dingen deelde hij met ze: dat ze fietsten om licht te maken, duiven vingen om te eten en bloembollen. Dat het in die oorlogsjaren ging over overleven. “Maar het echte verhaal zit diep in mij verborgen. En daar blijft het ook. Misschien was het niet goed om het weg te drukken, maar je kunt niet de hele dag huilen. Dus praat je er niet over. Dat is makkelijker.”

“In Sobibor en Auschwitz heb ik kaddisj gezegd voor mijn omgekomen familie. En voor het eerst echt afscheid kunnen nemen. Het verdriet blijft, maar er kwam iets bij. Rust. Erkenning.”

— Holocaustoverlevende Ben Flesschedrager

De foto boven zijn bed

Op 1 april 1986 overleed Ben zijn vader. “Pas toen kon ik iets met mijn verdriet. Daarvoor was het net alsof het alleen van mijn vader was geweest.” In die periode raakte hij overspannen. “Een burn-out, zoals ze dat nu noemen. De herinneringen kwamen naar boven. De pijn en het verdriet van het verlies. Mijn jongste dochter opperde of het misschien een idee was om een reis naar Auschwitz en Sobibor te maken. Dat dat misschien zou helpen met de verwerking. Samen zijn we gegaan. Het was zwaar. Heel zwaar. Maar het was goed om te doen. Daar heb ik kaddisj gezegd voor mijn omgekomen familie. En voor het eerst echt afscheid kunnen nemen. Het verdriet blijft, maar er kwam iets bij. Rust. Erkenning. En ook en vooral dat ik verdriet mag hebben.”

Ben heeft nog steeds moeite om er echt over te praten. “Het doet pijn. Wat ook pijn doet, is dat de wereld eigenlijk niets geleerd heeft. Na 1945 zijn er zoveel oorlogen geweest. Wat doen mensen elkaar toch aan. En dan de ellende in Israël. Ik kan er niet over horen en sluit me er voor af. Uiteindelijk komt het altijd weer goed, maar ten koste van veel.” Boven zijn bed hangt de foto van Betty. Als stille getuige van zijn verloren familie. “Elke dag als ik naar haar kijk,” zegt Ben, “weet ik: sommige verhalen eindigen niet.”

joannenihom-cirkel

De auteur

Joanne Nihom

Onze journaliste Joanne Nihom woont al enige jaren in Israël. “Israël is voor mij thuiskomen, onderdeel zijn van een ongelofelijke uitdaging. Israël is voor mij het land, de zee, de...

Doneren
Abonneren
Agenda