Sluiten

Zoeken.

Onderzoekscommissie van de VN is niet alleen partijdig, maar ook incompetent

Door Andrew Tucker - 

5 juli 2023

Verenigde Naties

De onderzoekscommissie van de VN Mensenrechtenraad, die onderzoek doet naar Israël en de Palestijnse gebieden, heeft laten zien dat ze niet in staat is om te functioneren als een onafhankelijk tribunaal. Haar incompetentie werd duidelijk tijdens de recente presentatie van het derde rapport van de commissie.

Tijdens die presentatie beweerde een van de leden van het Comité - de heer Miloon Kothari - dat Oekraïne en "Palestina" op dezelfde manier "behandeld" zouden moeten worden. Hij zei: "Het internationaal recht handhaaft op correcte wijze de rechten van de Oekraïners om zich te verzetten en we zouden graag zien dat dezelfde normen worden toegepast op de zaak in Israël en Palestina."

Deze absurde bewering is niet alleen onjuist, ze is ook misleidend door te suggereren dat Israël op de een of andere manier illegaal grondgebied heeft aangevallen dat toebehoort aan een staat Palestina.

Verdraaiing van internationaal recht

Volgens professor Geoffrey Corn, een vooraanstaand internationaal expert op het gebied van internationaal humanitair recht (het oorlogsrecht), is “het gelijkstellen van de internationale juridische status van Oekraïne in reactie op Russische agressie met die van de Palestijnse gebieden een fundamentele verdraaiing van het internationaal recht."

Prof. Corn legt uit: "Sinds de goedkeuring van het Handvest van de Verenigde Naties zijn er weinig voorbeelden geweest van het recht van een lidstaat - krachtens artikel 51 van het Handvest - om te handelen uit zelfverdediging, en het recht van andere lidstaten om die slachtofferstaat te hulp te schieten, dan de situatie Oekraïne. De eerste en meest recente inval van Rusland op Oekraïens grondgebied was een flagrante schending van artikel 2(4) van het Handvest, dat het gebruik van geweld tegen een andere lidstaat verbiedt. Het "verzet" van Oekraïne wordt niet alleen wettelijk gesanctioneerd door Artikel 51, maar ook door diepgewortelde principes van het internationaal gewoonterecht die een staat die het slachtoffer is van een gewapende aanval toestaan om alle proportionele middelen te gebruiken om zichzelf te beschermen en te verdedigen."

Corn: "Niets aan de huidige situatie tussen Israël en de bezette gebieden is ook maar in de verste verte vergelijkbaar met deze situatie. Ten eerste is Israëls voortdurende aanwezigheid in deze gebieden niet het resultaat van een onwettige gewapende aanval tegen een Palestijnse staat. Sterker nog, zelfs de notie van een dergelijke staat wordt nog steeds betwist door de partijen, die beiden een internationale overeenkomst [de Oslo-akkoorden - red.] zijn aangegaan. Daarin wordt aangegeven dat over de uiteindelijke status van de Gebieden moet worden beslist door middel van wederzijdse latere overeenstemming. Ten tweede, zelfs als we het algemeen aanvaarde standpunt accepteren dat Israël gebonden is aan het internationale recht van oorlogvoerende bezetting in de Gebieden als gevolg van het verkrijgen van controle door militaire actie in 1967 (niet tegen Palestina, maar tegen Jordanië), voorziet dat recht niet in een 'recht' op zelfverdediging analoog aan artikel 51. In het beste geval voorziet het recht van oorlogvoerende bezetting in een 'recht' op zelfverdediging."

"Het recht van oorlogvoerende bezetting erkent hoogstens dat de bezettende macht op verzet zal stuiten binnen het bezette gebied; en wanneer deze verzetsstrijders opereren namens de staat wiens soevereine grondgebied wordt bezet, kan het internationale recht deze personen de status van krijgsgevangene toekennen als ze gevangen worden genomen. Maar het bezettingsrecht is fundamenteel neutraal over de vraag of de bezettende of bezette staat al dan niet handelde als agressor of uit zelfverdediging; het is in plaats daarvan een wettelijk regime dat in werking wordt gesteld door de feitelijke realiteit van de bezetting. Daarom is de suggestie dat Palestijnen een "recht" op verzet hebben analoog aan dat van het Oekraïense volk - een recht dat ogenschijnlijk is afgeleid van de veronderstelling dat Palestina, net als Oekraïne, het slachtoffer is van een gewapende aanval in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties en daarom een inherent recht op zelfverdediging door de staat uitoefent - feitelijk onhoudbaar, historisch verdraaid en juridisch ongeldig."

Illegaal?

In 2022 verklaarde de heer Kothari in een interview dat de bezetting van Israël "vanaf het begin illegaal is geweest". Ook dat is niet waar - bezetting is niet illegaal onder internationaal recht. Hij voegde eraan toe: "Ik zou zover willen gaan om de vraag op te werpen waarom [Israël] zelfs maar lid is van de Verenigde Naties. Omdat... de Israëlische regering haar eigen verplichtingen als VN-lidstaat niet nakomt. Ze proberen in feite consequent, rechtstreeks of via de Verenigde Staten, VN-mechanismen te ondermijnen".

Meneer Kothari is geen jurist en zou niet in een positie geplaatst moeten worden waarin hij juridische principes en mechanismen verkeerd kan voorstellen en misbruiken - zonder enige mogelijkheid tot herziening of beroep - om zijn eigen politieke agenda te bevorderen.

Zoals UN Watch en andere organisaties aantoonbaar hebben aangetoond, is de commissie fundamenteel eenzijdig en zijn de leden van de commissie allemaal zwaar bevooroordeeld tegen Israël. Maar zoals de recente verklaringen van de heer Kothari aantonen, is de Commissie niet alleen bevooroordeeld, ze is ook incompetent. Het wordt tijd dat de VN-lidstaten hun verantwoordelijkheid serieus nemen en dit gevaarlijke orgaan ontbinden.

Dit artikel verscheen op 28 juni op de website van JPost.

Photo Andrew

De auteur

Andrew Tucker

Andrew Tucker is Chief Editor van Israel & Christians Today en directeur van thinc. - The Hague Initiative for International Cooperation www.thinc.info

Doneren
Abonneren
Agenda