Dat Israël een belangrijke plaats heeft in het Oude Testament is voor iedereen duidelijk, maar is dat in het Nieuwe Testament ook zo?
Het is duidelijk: in het Nieuwe Testament gaat het evangelie de wijde wereld in. Misschien voert het in de evangeliën nog niet de boventoon, maar met de komst van Paulus wordt de blijde boodschap van de komst van het Koninkrijk ook aan de heidenen gebracht. Maar dat wil nog niet zeggen dat Israël uit beeld verdwijnt.
Jezus, de Leeuw uit de stam van Juda
Stel je nu eens voor dat Israël wel uit beeld verdwijnt. Dan zou de besnijdenis van Jezus niets om het lijf hebben. Het zou hooguit een traditie zijn waaraan Maria en Jozef vasthielden. Je zou kunnen zeggen dat Hij als Jood geboren was, maar daarmee zou alles gezegd zijn. Dat Gabriël Maria vertelde dat haar zoon voor eeuwig als koning over Israël zou regeren, zou je dat dan nog letterlijk moeten nemen? Dat boven het kruis ‘Koning der Joden’ stond, zou dan alleen maar een spottende en valse beschuldiging zijn. Dat in de hemel over Hem gesproken wordt als de Leeuw uit de stam van Juda (Openbaring 5), zou dan alleen zijn omdat Hij ooit nu eenmaal zo geboren was. Maar stel je voor dat Israël niet verdwijnt in het evangelie.
Het evangelie van het Koninkrijk
Volgens de evangelisten predikte Jezus de komst van het Koninkrijk. Wat zou dat betekenen? Nergens wordt er gesuggereerd dat de mensen niet wisten waarover Hij sprak. Natuurlijk kenden ze de profeten. Ze wisten van de nieuwe wereld die zou komen, dat de wolf zal samenleven met het lam en dat de Heere door de hele wereld aanbeden zal worden. Dat had God immers beloofd. Heel de aarde zal delen in het heil van God.
Maar in het begin van het evangelie horen we Zacharias God loven omdat Hij Israël bevrijden zal van al zijn vijanden. We lezen van Simeon die de vertroosting van Israël verwacht en van Hanna die overal vertelt over de verlossing van Jeruzalem. We ontdekken in het optreden van Jezus hoe anders het Koninkrijk van God is dan de koninkrijken van de wereld. Hij geneest zieken en haalt mensen die verdwaald zijn erbij. Hoeren en tollenaars, melaatsen en onreinen worden uitgenodigd om dichterbij te komen. Maar het gaat nog steeds om Israël.
“Maar nergens hoor ik God zeggen dat Israël Zijn gemeente niet meer is. Integendeel, altijd blijven zij geliefden van God, zegt Paulus, allemaal!”
Jezus belooft tijdens het laatste avondmaal dat Zijn discipelen op twaalf tronen zullen zitten om de twaalf stammen van Israël te regeren. Die zullen er dus zijn! En de laatste vraag van de leerlingen na veertig dagen onderwijs over het Koninkrijk is wanneer God het Koninkrijk voor Israël dan zal herstellen. Met andere woorden: de verlossing van de wereld is aanstaande, maar vanuit het midden, vanuit het hart van de wereld, vanuit Israël en Jeruzalem.
Al Gods beloften worden vervuld
Paulus zegt in Romeinen 15:8 dat Jezus een dienaar van de besnedenen is geworden om de beloften van God aan de vaderen te bevestigen. Wat betekent dat dan, als de weg van God met de Joden is afgelopen? Het zijn toch hun vaderen? Als Israël zijn plaats verloren heeft, komen Gods beloften dan nog wel uit? Of alleen de beloften waarmee wij iets kunnen? In een berijmde psalm lees ik: “Zo min de hemel ooit uit zijnen stand zal wijken, zo min zal Uwe trouw ooit wank'len of bezwijken” (Psalm 89). Maar is dat dan wel zo? Is Gods trouw soms toch bezweken? Waar lees ik in de Bijbel dat God Israël achter zich gelaten heeft?
Het is waar dat een deel van Israël Jezus niet erkende als de Messias. Maar wat ook waar is, is dat de meeste Joden nog nooit van Hem gehoord hadden. Het is waar dat veel mensen dachten: als Jezus het werkelijk is, zullen we dat binnenkort wel merken. We zullen wel zien. En wat ook waar is, is dat er na verloop van tijd een universele Jezus gepredikt werd die Joden niet meer herkenden als hun beloofde Messias. En dat Joden door de eeuwen heen door toedoen van christenen zoveel leden dat zij een afkeer van Jezus kregen.
Maar nergens hoor ik God zeggen dat Israël Zijn gemeente niet meer is. Integendeel, altijd blijven zij geliefden van God, zegt Paulus, allemaal! Vanwege de vaderen en vanwege Gods verkiezing (Romeinen 11:28). En ik denk dat we ook dit mogen zeggen: in de Jood Jezus klopt het hart van God, in de Zoon van God klopt het hart van een Jood en daarmee is Israël des te meer het hart van Gods evangelie voor de wereld.
Deze overdenking verscheen eerder in onze maandkrant Israël Aktueel. Klik hier om gratis abonnee te worden!
Meer weten over de plaats van Israël in het evangelie? Bekijk dan ook eens deze tweedelige Bijbelstudieserie van ds. Henk Poot.