Tussen Pasen en Hemelvaart komen we twee belangrijke vragen van de discipelen tegen. Maar het is de vraag of die altijd wel goed begrepen zijn.
De eerste vraag is die van de twee discipelen die op de dag van de opstanding vanuit Jeruzalem op weg zijn naar Emmaüs. Ze spreken met elkaar over het sterven van Jezus en zijn geschokt dat het zo met Jezus afgelopen is. Ze hadden grote verwachtingen van Hem, maar het lijkt allemaal voor niets. Als Jezus zich bij hen voegt, herkennen ze Hem niet. Letterlijk staat er dat hun ogen verstrakt waren. Als Hij hen vraagt waarover ze zo druk spreken, vragen ze Hem of de dingen die gebeurd zijn met Pesach soms aan Hem voorbijgegaan zijn. En ze vertellen over de kruisiging met de verzuchting: “Wij echter leefden in de hoop dat Hij het was die Israël verlossen zou!”
Door lijden heen
En dan zegt Jezus nadat Hij hen aangehoord heeft: “O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gezegd hebben! Moest de Christus niet lijden om in Zijn heerlijkheid in te gaan?” We moeten opletten wat Jezus niét zegt. Hij zegt niet dat zij de profeten niet begrepen hebben of dat zij een verkeerd beeld van de Messias hebben. Jezus zegt alleen maar dat zij niet álles wat de profeten gezegd hebben geloofd hebben. Wat die twee verwachtten, was volkomen terecht. Maar het moest door lijden heen gaan. En dan legt Jezus heel de Bijbel uit, de boeken van Mozes, de Profeten, en de Geschriften, kortom de Tenach.
Ik had het graag gehoord, maar misschien moeten ze de Bijbel zo lezen en ontdekken? Misschien de geschiedenis van Jozef, die verkocht en uiteindelijk verhoogd werd, en ten slotte de hele wereld zou redden van de hongersnood. Of David, die gezalfd werd tot koning over heel Israël, maar vóór zijn kroning eerst jarenlang moest vluchten. Of Psalm 22 met dat prachtige einde: Alle einden van de aarde zullen zich tot God bekeren. Of Jesaja 53: Als Hij Zijn leven tot een schuldoffer gesteld heeft, zal Hij licht zien.
Verlossing van Jeruzalem
Binnen, tijdens de maaltijd, gaan hun ogen open. Als Jezus Zijn handen uitstrekt, zien zij de plaats van de wonden, en als Hij het brood breekt. Maar het blijft staan: Hij zal Israël verlossen! Wat Maria en Zacharias zongen, waar Simeon voor bad en waar Hanna van getuigde, is niet achterhaald door de dood van Jezus. Hij is opgestaan om dat te doen, de verlossing van Jeruzalem!
Het mooiste komt nog en daar hoort het herstel van het koninkrijk voor Israël bij.
Herstel koningschap
De tweede opmerking is een vraag. Het is de vraag van de twaalf discipelen wanneer Christus het koningschap voor Israël zal herstellen (Handeling 1:6). Dat is geen verkeerde vraag! Alsof de discipelen nadat Jezus hen veertig dagen onderwezen heeft over alle facetten van het Koninkrijk, er nog niets van begrijpen. Dat betekent niet minder dan dat Jezus’ lessen geen enkele uitwerking hebben gehad en de apostelen dus nog niet klaar zijn voor hun taak. Dan kan Jezus ook eigenlijk niet weggaan. Dan moet het overnieuw. Nee, het is gewoon de laatste en voor de leerlingen misschien ook wel de belangrijkste vraag. Jezus had nota bene tijdens de sedermaaltijd beloofd dat zij de twaalf stammen van Israël zouden regeren! De laatste opmerking, als afsluiting van het onderwijs is: Wanneer gaat het allemaal gebeuren, wanneer is het voltooid?
Ze zijn klaar en berekend op hun taak. Ze moeten alleen de kracht van de Heilige Geest nog ontvangen om hun roeping in de praktijk ook echt te volbrengen, in de autoriteit van Jezus. De prediking van het Koninkrijk moet verder gebracht worden. Waar Jezus mee bezig was, moet worden voortgezet aan de Joden in de verstrooiing en ook de heidenen mogen worden uitgenodigd. Maar dan, dan komt de vervulling en daar hoort de verlossing van Israël bij. Jeruzalem wordt weer een lof op aarde, en daar zal het centrum van Gods Koninkrijk zijn. Daar zal Jezus op de troon van David plaatsnemen en daar zullen de apostelen koningen worden.
Pasen is het begin
De vraag is of wij het in de kerk wel begrepen hebben. Zijn we misschien zo gefocust op het leven na de dood, op de hemel misschien, dat het met Pasen wel genoeg was? Maar het is nog niet af! Het mooiste komt nog en het komt hier, en daar hoort het herstel van het koninkrijk voor Israël bij. Pasen is niet het einde, het is het begin, het verzekert de vervulling van alles wat de Heere beloofd heeft.
Deze overdenking verscheen eerder in onze maandkrant Israël Aktueel. Klik hier om gratis abonnee te worden!