Ierland keurt wet goed die import uit Israëlische gemeenschappen in Judea en Samaria verbiedt
Door JNS -
8 juli 2026
Het Ierse parlement heeft dinsdag wetgeving goedgekeurd die de invoer verbiedt van goederen die zijn geproduceerd in Israëlische gemeenschappen in Judea en Samaria. Daarmee neemt Ierland een van de meest verstrekkende handelsmaatregelen aan die ooit door een Europees land zijn ingevoerd.
Het wetsvoorstel Israeli Settlements (Prohibition of Importation of Goods) Bill verbiedt de invoer van producten afkomstig van Israëlische woon-, landbouw- en commerciële ondernemingen die zijn gevestigd buiten de internationaal erkende grenzen van Israël.
De centrumrechtse coalitieregering verklaarde dat de wetgeving is opgesteld naar aanleiding van het ‘advisory opinion’ dat het Internationaal Gerechtshof in 2024 uitbracht, waarin werd geoordeeld dat de Israëlische aanwezigheid in Judea en Samaria, Oost-Jeruzalem en Gaza volgens het internationaal recht illegaal is.
Ierland behoort sinds het bloedbad dat Hamas op 7 oktober 2023 aanrichtte tot de felste Europese critici van Israël. Dublin erkende in 2024 een Palestijnse staat, waarna Israël zijn ambassade in de Ierse hoofdstad sloot. In juni ontzegde Ierland de Israëlische minister van Nationale Veiligheid, Itamar Ben-Gvir, en minister van Financiën, Bezalel Smotrich, de toegang tot het land.
De maatregel zal naar verwachting slechts een beperkte directe economische impact hebben. De Ierse invoer uit Israëlische gemeenschappen in Judea en Samaria – waaronder producten als fruit, groenten en hout – bedroeg tussen 2020 en 2024 minder dan €1 miljoen.
In juni waarschuwde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat de voorgestelde wetgeving neerkomt op „nietszeggende symboolpolitiek”
De wet heeft desalniettemin een bredere diplomatieke betekenis, omdat Ierland de eerste lidstaat van de Europese Unie wordt die een alomvattend invoerverbod invoert dat specifiek is gericht op Israëlische gemeenschappen in Judea en Samaria.
Israël heeft zich gedurende het gehele wetgevingsproces fel tegen de maatregel verzet. Minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar omschreef de wet eerder als „antisemitisch” en waarschuwde dat Ierland „een prijs zal betalen” als de wet van kracht wordt. Volgens hem worden Israëlische gemeenschappen in Judea en Samaria hiermee op oneerlijke wijze geviseerd.
De stap volgt op maandenlange kritiek vanuit Washington. In juni waarschuwde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken dat de voorgestelde wetgeving neerkomt op „nietszeggende symboolpolitiek” die „de vrede in het Midden-Oosten niet dichterbij brengt, de inwoners van Gaza niet helpt voeden en niet bijdraagt aan de doelen die Ierland zegt na te streven.”
Amerikaanse functionarissen waarschuwden bovendien dat de wetgeving antisemitisme zou kunnen aanwakkeren, degenen die een hernieuwd conflict in Gaza nastreven zou kunnen aanmoedigen en de activiteiten van Amerikaanse bedrijven die zaken doen in Ierland zou kunnen bemoeilijken.
De Ierse regering houdt vol dat de maatregel geen boycot van Israël is, maar een gerichte beperking van goederen die afkomstig zijn uit Israëlische gemeenschappen buiten de Groene Lijn van vóór 1967.
Voordat de wet daadwerkelijk van kracht wordt, moet zij nog de resterende parlementaire procedures doorlopen. De verwachting is dat de wet vóór het zomerreces van het Ierse parlement zal worden aangenomen.