Holocaustoverlevende Harry Rosier: 'Ik wist niet dat ik Joods was'
Door Geja Lahpor -
14 april 2026
Hij was pas zes jaar toen de oorlog begon. Nu is hij 91, al zou je dat niet zeggen. Rustig en integer vertelt hij zijn verhaal. Als kind woonde hij in Amsterdam, maar hij wist niet dat zijn vader Joods was, noch waarom hij moest onderduiken bij een tante in de Haarlemmermeer. Pas veel later hoorde hij over zijn Joodse wortels. Toen vielen de puzzelstukjes op hun plaats. Zijn herinneringen vertellen indringend het verhaal van een kind in oorlogstijd. Wat is hem het meest bijgebleven? En hoe heeft hij dat verwerkt? Holocaustoverlevende Harry Rosier vertelt.
Wat herinnert u zich van de oorlog?
“Ik heb niet heel veel herinneringen aan Amsterdam, waar ik woonde. Wel weet ik nog goed dat ik op een keer met een aantal kinderen in de Schouwburg moest eten. Toen ik daar binnenkwam, zag ik veel Duitse vlaggen en Duitse soldaten die luid stampend rondliepen. Dat maakte een indrukwekkende, maar ook angstaanjagende indruk op mij. Omdat ik een Joods jongetje was, werd het daarna veel te gevaarlijk voor mij in Amsterdam. Op een dag werd ik van school gehaald en naar mijn tante in de Haarlemmermeer gebracht, waar ik het grootste deel van de oorlog ben gebleven. Daar heb ik de oorlog heel bewust meegemaakt en veel spanning gekend.”
Granaatscherven
“In een weiland zocht ik regelmatig met mijn vriendjes naar kogelhulzen. Daardoor zag ik vaak lichtbundels die naar vliegtuigen zochten. Dat vond ik zowel fascinerend als beangstigend. Ik weet nog goed dat er daarna vliegtuigen overkwamen die begonnen te schieten. Op een keer kwam er een vrouw bij ons naar binnen rennen met granaatscherven in haar been. Ze gilde verschrikkelijk van de pijn en bloedde hevig. Dat gillen hoor ik nog steeds - zo heftig was dat,” herinnert hij zich.
Duitsers over de vloer
“De oorlog werd steeds erger. Mijn oudere neven moesten onderduiken. Later pleegden zij een overval op een postkantoor om bonkaarten voor voedsel te bemachtigen. Mijn oom had paarden en een vrachtwagen, die door de Duitsers werden gevorderd. Daardoor kwamen de Duitsers regelmatig bij ons over de vloer. Hoewel ik niet wist dat ik Joods was, moest ik weg als de ‘moffen’ kwamen. Ik moest dan naar boven of ergens anders gaan spelen. Dat begreep ik niet. Bij mijn tante heb ik nooit aan tafel mee kunnen eten; ik at altijd in de ‘rookstoel’, omdat de tafel vol zat met verzetsstrijders en onderduikers. Ik paste er niet meer bij.”
Mirjam
“In onze omgeving waren ook razzia’s. Ik zag de Duitsers aankomen in vrachtwagens en eruit springen, met helmen op en geweren in de hand. Dat maakte mij als kind erg bang. Overdag was het Joodse onderduikmeisje Mirjam bij ons; ’s nachts sliep ze ergens anders. Maar toen we een keer aan het zwemmen waren in de Vaart, kwamen er plotseling twee vreemde mannen aan. Mirjam werd gewaarschuwd om meteen weg te gaan, maar dat lukte haar niet. Die mannen - politieagenten - pakten haar op.
Mijn oom zag dat en ging er direct naartoe om te vragen wat er aan de hand was. Hij nodigde de agenten uit om erover te praten, met het plan hen aan de praat te houden tot het donker werd, zodat er misschien nog iets ondernomen kon worden. De agenten vertelden Mirjam dat ze naar haar ouders zou gaan, iets wat ze heel graag wilde. Ze geloofde hen en wilde met hen mee. Maar wat ze niet wist, was dat haar ouders in Auschwitz waren. Verschrikkelijk. Ze was verraden.”
“Hoewel ik niet wist dat ik Joods was, moest ik weg als de ‘moffen’ kwamen. Ik moest dan naar boven of ergens anders gaan spelen. Dat begreep ik niet.”
Revolvers
“Toen de agenten wilden vertrekken, stonden er buiten mensen uit de buurt. Er werd geschoten, en mijn oom werd in zijn schouder geraakt. Er vloeide veel bloed. Dat bracht mij als kind volledig uit mijn evenwicht; ik was doodsbang. De agenten waren ook nog hun revolvers kwijtgeraakt. Ze zeiden: ‘Als die revolvers niet terugkomen, staat morgen de Gestapo hier.’ Uiteindelijk kregen ze hun wapens terug, maar ze namen Mirjam mee. Later hoorden we dat ze naar Auschwitz was gedeporteerd. Dat heeft veel impact gehad op mijn leven. In de buurt maakte ik ook een schietpartij mee waarbij op een auto werd geschoten die in brand vloog. Toen er hulp kwam, zag ik dat er twee dode volwassenen en drie levenloze kinderen uit de auto werden gehaald.”
Hoe kwam u er later achter dat u Joods was?
“Een journalist deed onderzoek in Auschwitz en wist uiteindelijk meer van mijn verleden dan ikzelf, omdat mijn moeder er nooit iets over had verteld. Mijn moeder was in Leiden terechtgekomen en raakte zwanger van mij. Pas toen ik al getrouwd was, vroeg een van mijn kinderen wat mijn roots waren, maar ik had geen idee. Toen ben ik zelf onderzoek gaan doen. Ik ontdekte dat mijn vader Joods was. Amiran, de zoon van mijn halfbroer Salomon Benjamin, woonde in Israël. Toen ik dat allemaal wist, vroeg ik me af: wat betekent het Joods-zijn voor mij?”
Israël
“Mijn vader werd vlak voor het einde van de oorlog naar Auschwitz gedeporteerd, maar hij overleefde en keerde terug naar Nederland. Tragisch genoeg was hij zo verzwakt dat hij kort daarna alsnog overleed. Ik heb hem helaas nooit kunnen ontmoeten. Met Amiran in Israël heb ik wel contact opgenomen.” Harry wordt stil en zichtbaar geëmotioneerd. Het raakt hem nog steeds. Even later vervolgt hij: “Amiran was blij om mij te leren kennen, want hij dacht dat ik zijn enige overgebleven familielid was.”
Bezoek
“Later was er een bijeenkomst in Utrecht van Joodse kinderen die op zoek waren naar hun roots. Daar was ook een vrouw die mijn halfzus bleek te zijn. Ze belde mij later op.” Geëmotioneerd en na een korte stilte zegt hij: “Inmiddels is ze overleden. Ik heb mijn familie in Israël wel kunnen bezoeken, en dat was heel bijzonder. Onlangs zijn zij bij ons in Nederland geweest. Ze gingen ook naar Christenen voor Israël om cadeautjes te kopen voor familie in Israël. Enthousiast vertelden ze dat ze zich daar meteen thuis voelden en dat dit bezoek hen goed had gedaan.”
Wat hebben de oorlogen tegen Israël van de afgelopen jaren met u gedaan?
“Israël ligt mij na aan het hart. Als ik het nieuws hoor en lees over de oorlogen tegen Israël raakt mij dat diep. Dan voel ik me echt Joods. Ik kan me voorstellen hoe mensen zich voelen in een oorlogsgebied, want dat heb ik zelf ook ervaren - heel intens. Soms zit ik huilend voor de televisie. De agressie tegen Israël houdt niet op. Het is begonnen toen Jezus geboren werd. Toen wilde Herodes alle Joodse jongetjes al doden. Op 7 oktober was het onbeschrijfelijk wreed, en tot op de dag van vandaag gaat het door. Ik bid er dagelijks voor.”
Bekijk ook deze interessante explainer, waarin we de vraag behandelen: Is de staat Israël een goedmakertje voor de Holocaust?