Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

De hereniging van Jeruzalem: 'We waren nog te jong om het wonder ten volle te begrijpen'

Door Canaan Lidor  - 

15 mei 2026

Jeruzalemdag - F180513NS15

De Vlaggenmars op Jeruzalemdag. | Foto: Flash90

Toen de Joodse feestdagen van 1967 ten einde liepen, besloot Boris Shapiro ze te vieren op een manier die eeuwenlang onmogelijk was geweest: als burger van een Joodse staat in de Oude Stad van Jeruzalem.

Shapiro, een Israëliër afkomstig uit wat nu Azerbeidzjan is, was toen 17 jaar oud. Hij wilde Simchat Tora - een feest dat draait om de betekenis van de Thora voor het Joodse volk - meemaken op de Tempelberg in Jeruzalem, die Israël slechts enkele maanden eerder tijdens de Zesdaagse Oorlog op Jordanië had veroverd.

De reis was spannend en historisch, herinnert Shapiro zich, maar hij vond de ervaring spiritueel onbevredigend. “Er was euforie en nieuwsgierigheid, maar het draaide vooral om het kopen van prullaria bij Arabische verkopers. Ik voelde weinig eerbied om me heen. De synagogedienst was inspiratieloos, zelfs vergeleken met wat ik me herinnerde van onze synagoge in Bakoe,” vertelt hij.

Religieuze heropleving

Shapiro’s indrukken van Jeruzalem na de hereniging worden gedeeld door veel Israëliërs van zijn generatie. Ze weerspiegelen de verandering die de Israëlische samenleving sindsdien heeft doorgemaakt: een verschuiving weg van haar seculier-socialistische grondbeginselen richting meer religieuze betrokkenheid en erkenning.

Op Jeruzalemdag, die dit jaar begint op de avond van 14 mei, trekken duizenden mensen met Israëlische vlaggen door de Oude Stad tijdens de zogeheten Vlaggendans. Jeruzalemdag wordt jaarlijks gevierd op de 28ste dag van de Hebreeuwse maand Ijar, de dag waarop Israël het oostelijke deel van de stad innam en met West-Jeruzalem herenigde. Zowel de Vlaggendans - die ooit begon als een bescheiden nachtelijke wandeling van een handvol Joden - als andere nieuwe tradities maken deel uit van een bredere ontwikkeling waarbij Jeruzalem geleidelijk het centrum werd van een religieuze heropleving in de Israëlische samenleving, vooral sinds de jaren negentig.

Daarvoor zorgden de Joodse herfstfeesten - Rosj Hasjana, Jom Kippoer, Soekot en Simchat Tora - slechts voor een beperkte toename van het aantal bezoekers aan de Klaagmuur, een overblijfsel van de Joodse tempel. Tegenwoordig trekken de feestdagen honderdduizenden bezoekers, niet alleen in die periodes, wanneer doorgaans veertien grote gebedsdiensten plaatsvinden, maar ook tijdens Pesach, Chanoeka en Sjawoe'ot. De twee opperrabbijnen van Israël - een Sefardische en een Asjkenazische - organiseren bij bijzondere gelegenheden extra massale gebeden bij de Klaagmuur, waaronder in 2023 een gebedsbijeenkomst voor de vrijlating van de door Hamas gegijzelde Israëliërs.

Daarnaast is er de bedevaart naar de Tempelberg zelf - de heiligste plaats in het Jodendom. Waar de plek ooit streng verboden terrein was voor Joodse gebeden en religieuze bijeenkomsten, is de situatie onder de huidige regering ingrijpend veranderd. In 2025 bezochten meer dan 80.000 Joden de Tempelberg: 30 procent meer dan het jaar ervoor en meer dan dubbel zoveel als in 2021. Joden mogen er tegenwoordig bidden, zingen, buigen en zelfs volledig ter aarde gaan - een daad van nederigheid, in het Hebreeuws hisjtachavoet genoemd. Nog maar enkele jaren geleden kon zelfs het spreken van Hebreeuws reden zijn voor verwijdering door de Waqf, de islamitische religieuze autoriteit die tot 2023 feitelijk de controle over het gebied uitoefende.

“Er kwamen massa’s mensen uit het hele land. We verdrongen ons bij de ingang. Velen huilden van ontroering. De vreugde was enorm.”

— De 91-jarige rabbijn Avigdor Nebenzahl over de hereniging van Jeruzalem

Ontroering en grote vreugde

Voor religieuze Joden was de hereniging van Jeruzalem vanzelfsprekend een heel andere ervaring. Rabbijn Avigdor Nebenzahl, inmiddels 91 jaar oud, bezocht de Klaagmuur zes dagen na de bevrijding van de Oude Stad, tijdens Sjawoe'ot - een andere belangrijke Joodse feestdag. “Er kwamen massa’s mensen uit het hele land. We verdrongen ons bij de ingang. Velen huilden van ontroering,” herinnert Nebenzahl zich. “De vreugde was enorm. Ik ging naar binnen en bad het Musaf-gebed [een extra gebed voor feestdagen en bijzondere gelegenheden]. Dat gebed staat me tot op de dag van vandaag helder voor de geest.”

De vreugde, voegde hij eraan toe, “was dubbel: eerst omdat we de Tempelberg hadden bevrijd, en vervolgens omdat we gered waren van onze vijanden”. Daarmee verwees hij naar de grote angst voor een vernietigende Arabische invasie in de dagen vóór Israëls preventieve aanval waarmee de Zesdaagse Oorlog begon.

Naar schatting bezochten ongeveer 200.000 Joden de Oude Stad van Jeruzalem tijdens Sjawoe'ot in 1967. Toch duurde het nog decennia voordat de traditionele Sjawoe'otmars door de Oude Stad uitgroeide tot een vaste traditie (die enkele weken na de mars op Jeruzalemdag plaatsvindt). Tegenwoordig vullen tienduizenden Joden op Sjawoe'ot de steegjes van de Oude Stad, in een massale optocht die doet denken aan die eerste pelgrimstocht van 1967.

Shapiro bezocht de Tempelberg in 1967, kort voordat Israël het beheer overdroeg aan de Waqf, in een poging de lokale Arabische bevolking en de bredere moslimwereld tegemoet te komen. Hij herinnert zich dat hij de Fundamentsteen zag, die volgens de Joodse traditie de plek markeert waar Abraham zijn zoon Isaak bond - een centraal verhaal in zowel het Jodendom als het christendom over gehoorzaamheid en geloof.

Shapiro, vader van één zoon en grootvader van drie, is in de loop der jaren religieuzer geworden. Bij elk bezoek aan Israël trekt hij naar de Oude Stad van Jeruzalem. “Ik herinner me dat ik de Tempelberg bezocht en daarna afdaalde om de Fundamentsteen te bekijken. Ik nam het in me op, maar misschien was ik te jong om de betekenis echt te begrijpen. Misschien was Israël destijds als samenleving ook nog te jong om het wonder van onze terugkeer naar deze plek ten volle te beseffen.”

“Misschien was Israël destijds als samenleving ook nog te jong om het wonder van onze terugkeer naar deze plek ten volle te beseffen.”

— Boris Shapiro over de hereniging van Jeruzalem

Hereniging en opbouw

Jeruzalem, en vooral het oostelijke deel van de stad, telt veel Arabische inwoners en is geregeld het toneel van terroristische aanslagen. Grote delen van de Arabische wereld beschouwen de stad als de toekomstige hoofdstad van een Palestijnse staat, terwijl veel landen Jeruzalem nog altijd niet erkennen als hoofdstad van Israël. Toch gelooft Shapiro dat Israël er in essentie in is geslaagd de stad te herenigen. Daarbij wijst hij op de relatief vreedzame co-existentie tussen Joden en Arabieren, ondanks de voortdurende spanningen.

“Vooral sinds het weer mogelijk werd om op de Tempelberg te bidden, zou ik zeggen dat we Jeruzalem zowel symbolisch als praktisch hebben herenigd,” zegt Shapiro. “Maar het heeft tijd gekost voordat velen van ons de volle betekenis daarvan begrepen.”

Rabbijn Nebenzahl zegt dat het een bron van vreugde en dankbaarheid is om de Oude Stad van Jeruzalem te kunnen bezoeken en er te wonen. “Maar juist daarom doet het des te meer pijn dat de Joodse tempel nog altijd niet is herbouwd.” Tegelijkertijd, voegt hij eraan toe, “verheugen degenen die rouwen om de verwoesting van de tempel zich er ook over dat Jeruzalem overal om ons heen opnieuw wordt opgebouwd”.

thumbnail_headshot-Cnaan Lidor-avatar

De auteur

Canaan Lidor

Canaan Lidor is een in Israël geboren journalist die jarenlang in Nederland werkte als correspondent en vier jaar geleden met...

Doneren
Abonneren
Agenda