Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

Het land Israël leeft werkelijk

Door Rabbijn mr. drs. R. Evers - 

13 mei 2026

F260201CG13

Veel groen in de woestijn van Israël. | Foto: Flash90

De band tussen het Joodse volk en Israël verschilt van een normale relatie tussen volk en vaderland. De band tussen Joden en Israël is uniek omdat die tegelijk religieus, historisch én existentieel is.

Dat verschil ligt vooral op drie niveaus: oorsprong, betekenis en continuïteit. De band tussen de Joden en Israël gaat duizenden jaren terug en is geworteld in de Bijbel. Het land wordt daarin gezien als een G’ddelijke belofte aan het Joodse volk. Deze relatie ontstond dus als een religieus verbond en niet alleen als een politieke of nationale ontwikkeling. Voor Joden is Israël niet alleen een land, maar ook een heilige plaats die centraal staat in gebed, traditie en religieuze praktijk. Het maakt deel uit van onze identiteit, zelfs wanneer wij er niet wonen. Zelfs gedurende bijna 2000 jaar waarin veel Joden niet in Israël woonden, bleef de band bestaan. In gebeden, feestdagen en rituelen bleef het verlangen naar terugkeer levend.

Een levend wezen

In mijn recente Bijbelstudie heb ik echter nog een veel frappanter aspect van het heilige Land ontdekt. Het Land reageert als een levend wezen op het gedrag van zijn bewoners. De vroegere inwoners van Kanaän werden verdreven vanwege hun abominabel gedrag maar ook voor de Israëlieten gold (Leviticus 20:22): “En jullie zullen al Mijn inzettingen en al Mijn rechten onderhouden, en die doen; opdat het land u niet uitspuugt, waarheen Ik u breng om daarin te wonen.”

Die uitdrukking “opdat het land u niet uitspuugt” heeft me altijd geïntrigeerd. Het duidt op een interactie tussen het land en degenen, die daar wonen. Zoiets bestaat bij geen enkel ander land ter wereld.

In Leviticus 14:34–35 lees ik: “Wanneer jullie in het land Kanaän komen, dat Ik jullie in bezit zal geven, en Ik aantasting in een huis in het land dat jullie bezitten laat ontstaan, dan moet de eigenaar van het huis naar de priester gaan en zeggen: ‘Het lijkt erop dat er aantasting in mijn huis zit.’ Volgens de traditionele uitleg was deze ‘aantasting’ een donkergroene of donkerrode melaatsvlek op de muren, waardoor deze afgebroken moesten worden. De kanaänitische Emorieten verborgen hun goudschatten in de muren van hun huizen. Het land verried deze verstopplaatsen aan de nieuwe bewoners van het heilige Land. De G’ddelijke geest die door Israël waart, liet geen gelegenheid voorbijgaan om ons welzijn te bevorderen.

Geen enkel ander volk zal kunnen aarden in Israël en daar gedijen.

— Dertiende-eeuwse Spaanse commentator Nachmanides

Het sabbatsjaar

In Leviticus 25:4 lezen wij: “Maar in het zevende jaar moet het land een volledige rustperiode hebben, een sabbat voor G’d. Jullie mogen je akkers niet bezaaien en je wijngaarden niet snoeien.” De zestiende-eeuwse Italiaanse verklaarder Seforno wijst ons al direct op de voortreffelijke kwaliteiten van Israël: “Hier in Italië moeten we de landerijen een keer in de twee of drie jaar braak laten liggen om op adem te komen. In Israël is dit slechts een maal in de zeven jaren nodig!” De Thora beschrijft het braak liggen niet alleen als een rustperiode voor het fysieke land maar als ‘een sabbat voor G’d’, net zoals dit bij de voorgeschreven rustdag voor de mensen geldt. G’d en het land interacteren.

In Leviticus 25:20-22 staat: “Als u vraagt: Maar wat moeten wij in dat zevende jaar eten, als we niet mogen zaaien en oogsten? zal het antwoord zijn: in het zesde jaar zal Ik de oogst zegenen en deze zal zó groot zijn dat u genoeg hebt tot de oogst in het negende jaar wordt binnengehaald, dus voor drie jaar.” Het land lijkt bovennatuurlijk krachtig.

Het zesde jaar is het laatste jaar voor het braak liggen. Het is het jaar waarin het land het meest aan rust toe is. Toch belooft G’d aan Zijn gelovigen, dat de opbrengst van juist dat jaar drievoudig zal zijn. Deze belofte is kwantificeerbaar en controleerbaar en toont een enorme betrokkenheid bij zelfs de meest aardse behoeften van de mens.

Pas toen de Israëlieten terugkeerden naar Israël begon het Land weer te groeien en te bloeien. Hier ligt een duidelijke interactie tussen volk en bodem wat ik bij geen enkel ander land aangetroffen heb.

Een troosteloos land

Leviticus 26:31–33 luidt: “Ik zal jullie steden tot puinhopen maken en jullie heiligdommen verwoesten… Ik zal het land verwoesten, zodat jullie vijanden die er wonen, er met ontzetting naar zullen kijken.” Het klinkt als een bitter lot maar de dertiende-eeuwse Spaanse commentator Nachmanides ziet hierin juist een positieve boodschap: “Geen enkel ander volk zal kunnen aarden in Israël en daar gedijen.” Het doet me denken aan de opmerkingen van de historicus Mark Twain, die Israël bezocht in 1867 (toen nog onderdeel van het Ottomaanse rijk) en zijn indrukken beschreef in zijn reisboek The Innocents Abroad. Hij was toen onderdeel van een Amerikaanse pelgrimsreis.

Een van de meest geciteerde passages luidt (vrij vertaald): “Een troosteloos land… waarvan de bodem rijk genoeg is, maar geheel aan onkruid is overgelaten… een stil, treurig, verlaten land.” En ook: “We hebben nooit een menselijk wezen gezien op de hele route… nauwelijks een boom of struik ergens.” Over de Jizreëlvallei (de Vlakte van Jizreël) schreef hij ongeveer: “Er is nauwelijks een dorp te zien… deze uitgestrekte vlakte is een desolate leegte.” Twain beschrijft het heilige Land precies zoals de Bijbel dit doet.

Pas toen de Israëlieten terugkeerden naar Israël begon het Land weer te groeien en te bloeien. Hier ligt een duidelijke interactie tussen volk en bodem wat ik bij geen enkel ander land aangetroffen heb.

De verspieders in Numeri hoofdstuk 13 spraken kwaad over het Land en de hele generatie werd toen gestraft. Iedereen die roddelde over Israël stierf in de woestijn. G’d komt op voor de eer van Zijn Land (Deuteronomium 11:12): “Een land waar de ogen van uw G’d, voortdurend op gericht zijn, van het begin van het jaar tot het einde van het jaar.”

Rabbijn-mr.-drs.-R.-Evers_avatar-90x90 (1)

De auteur

Rabbijn mr. drs. R. Evers

Rabbijn R. Evers was opperrabbijn in Düsseldorf. Hij maakte in de zomer van 2021 met zijn vrouw alija naar Israël. 

Doneren
Abonneren
Agenda