Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

Dagboek: '4 mei werd gevoeld en 5 mei niet begrepen'

Door Opperrabbijn Binyomin Jacobs - 

8 mei 2026

Vrijheid op de Amstel

De afsluiting van de Nationale Bevrijding op de Amstel. | Foto: Jacobs

Ik ben aan het bijkomen van 4 en 5 mei. Back to normal, terug naar het alledaagse en het gewone. Hoewel… ik denk niet dat ik momenteel al in staat ben om de gewone rabbinale draad weer op te pakken. Meer dan andere jaren hebben 4 en 5 mei mij aangegrepen. Waarom?

6 mei heb ik bijna niets gedaan. Alleen e-mails beantwoord, belletjes gepleegd en we hadden een hele fijne online sjioer (cursus). Deze sjioer heet: diepgang. We gaan dus iedere keer, om de week, een uur en vijftien minuten de Joods-filosofische diepte in. En vandaag, 7 mei, heb ik mijn dag verknald met belastingaangifte 2025. Volgens mijn berekening krijg ik geld terug, ik voel me dus nu al rijk, maar mijn verstand zegt me heel rationeel dat ik waarschijnlijk ergens iets verkeerd heb ingevuld en er geen enkele reden is om aan mijn verkeerde emotie ruimte te geven, want als het dadelijk tegenvalt…

Emoties, gevoelens. Precies dat is de periode waarin we leven, de omertijd. Vanaf Pesach, de uittocht uit Egypte, tot Sjawoe’ot, het Wekenfeest, waarop het Joodse volk bij de berg Sinai de Thora van de Eeuwige ontving, tellen we de dagen, negenenveertig in totaal. De Joden waren uit Egypte getrokken, maar Egypte nog niet uit de Joden. De toenmalige verderfelijke cultuur had hun vergiftigd. Het vergif moest uit hun systeem opdat ze rein, met een zuivere geest, bij de berg Sinai van G’d de Tien Geboden zouden kunnen ontvangen. Iedere letter, iedere spatie, iedere regel heeft een betekenis. En dus rijst de vraag: waarom negenenveertig dagen, waarom niet vijftig of achtenveertig? De mens heeft negenenveertig gevoelseigenschappen en iedere dag nemen we een van die gevoelens onder het koosjere vergrootglas: hoe ging ik om met het gevoel van liefhebben, wat deed ik met strengheid, wat met de baas willen zijn en wat met hoogmoed? De omertijd is dus een groot zelfonderzoek, aan jezelf werken om een beter mens te worden en daarmee automatisch de samenleving te verbeteren.

4 mei

Op 4 mei herdachten we allen die het niet overleefden, vermoord werden, op het slagveld als militair omkwamen, als gewone burger getroffen werden door een granaat, als gewone Joodse burger werden vergast. En dan van 4 mei springen we dansend de 5 mei, Bevrijdingsdag, in. Overal zien we op oude filmbeelden een juichende en joelende menigte. Wat waren ze blij, vreugdevol en dankbaar, vanwege de bevrijding.

“Zouden zij ook hebben gedanst met een rood-wit-blauw vlaggetje in hun hand? De Joden die het hadden overleefd, waren meestal zwak, ziek en uitgeput en verkeerden in een bovenmenselijke spanning.”

Ik denk aan mijn lieve ouders. Zouden zij ook hebben gedanst met een rood-wit-blauw vlaggetje in hun hand? De Joden die het hadden overleefd, waren meestal zwak, ziek en uitgeput en verkeerden in een bovenmenselijke spanning: Leven mijn drie kinderen nog? Zal mijn man terugkomen? Wat is er gebeurd met mijn ouders? Waar zijn mijn tantes en ooms? Mijn hoogbejaarde grootouders? De veertienhonderd bewoners van het Apeldoornsche Bosch? Vragen, onzekerheid, angst… bevrijding? Voor de meeste Joden was er geen bevrijding. Ik ben G.Z.D van na de oorlog, maar bij ons thuis was alles voor en na de oorlog. Het leek alsof in de oorlog nooit had bestaan, dat was niet bespreekbaar.

Maar waarom beleefde ik dit jaar 4 en 5 mei anders? Tot dit jaar was 4 en 5 mei iets uit een ver verleden, maar nu gaf het mij een gevoel van een nabije toekomst. De 4 mei werd gevoeld en de 5 mei niet begrepen.

4 mei waren we om 12 uur in Loenen bij de herdenking op het enorme ereveld. Een indrukwekkende bijeenkomst met zo’n drieduizend aanwezigen op strak militaire wijze georganiseerd. Het programma verliep tot op de minuut precies. De toespraken zaten boordevol educatieve bezinning, het ging onder andere over waarde en waarden, om maar even een gedachte te noemen. Een thuiswedstrijd voor mij, omdat ik in de adviescommissie zit van de Oorlogsgravenstichting, de eigenaar van het imposante en dramatische ereveld. Ik had nooit zo stilgestaan bij het woord ereveld, maar dit jaar voelde ik de eer die werd toebedeeld aan de gevallenen meer dan ooit. Waarom beleefde ik de graven en het hele huldebetoon meer dan andere jaren? Misschien omdat het meer nabij voelde en minder ver weg.

Om 4 uur werden bloemen gelegd door burgemeester Bolsius bij het Joodse lichtmonument in Amersfoort. De stadsvader hield in de plenzende regen een toespraak. We bleven niet lang, want ik moest, zonder Blouma, verder. Om klokslag zeven uur en dertig minuten zat ik in de Nieuwe Kerk op de Dam voor de Nationale Dodenherdenking in aanwezigheid van Zijne Majesteit de Koning en Hare Majesteit de Koningin. Na het binnenprogramma de twee minuten stilte bij het Nationale Monument buiten op de Dam waarna koffie en thee in Krasnapolsky. De opkomst was zoals ieder jaar, maar de beveiliging overtrof, helaas, de vorige jaren.

“Bij ons thuis was alles voor en na de oorlog. Het leek alsof in de oorlog nooit had bestaan, dat was niet bespreekbaar.”

5 mei

En toen 5 mei. De Nationale Viering van de Bevrijding, dit jaar in Utrecht. Waren de Dam en Loenen dit jaar qua programmastructuur gelijk aan de vorige jaren, de viering in de Dom was anders. Speels met duidelijke soms wat schurende boodschappen over tolerantie, anders mogen zijn. Bewust voor gekozen, vertelde mij Sharon Dijksma, Utrechts eerste burger. Dat ik niet geheel vrij van trots ben (hetgeen geen goede eigenschap is!) voelde ik toen bij de propvolle Bevrijdingsmaaltijd, na afloop van de Dom, plotseling onze nieuwe minister-president (D66) tegenover me stond om een handje te schudden en een paar woorden te wisselen. Ook Hans Oosters (PvdA), de commissaris van de Koning, was speciaal naar me toegekomen om me welkom te heten. Overigens had ik een vrij lang gesprek in Krasnapolsky met een parlementariër van Denk en een van GroenLinks.

En toen naar huis en op naar het Koninklijk Theater Carré aan de Amstel in Amsterdam voor de indrukwekkende afsluiting van de Nationale Viering van de Bevrijding 2026, in aanwezigheid van onze koning en koningin en vele nationale prominenten uit de politiek. Blouma heeft daar haar vriendinnetje Gerdie Verbeet weer ontmoet en ik de mijne, Dilan Yesilgöz (VVD). Voor hen die niet weten hoe die afsluiting in z’n werk gaat: eerst een ontvangst in Carré, daarna het programma op de Amstel, waarbij de genodigden letterlijk op de Amstel zaten op het gastenplatform, daarna weer bijeen in Carré, voor de koffie en thee (rijmt!).

Bij de bijeenkomst voor en na het concert op de Amstel had ik de gelegenheid om verschillende ambassadeurs even te spreken, waaronder de ambassadeur van Israël, van Duitsland, van Australië.  Overigens heb ik ook nog ergens bij een van de nationale plechtigheden Chris Stoffer (SGP) ontmoet en meerdere politici van de ChristenUnie. O ja, ook nog Wouter Koolmees, de huidige directeur van de NS. Waarom vermeld ik al die politici? Louter en alleen om mezelf te verantwoorden? Uit trots om zo’n goed netwerk te hebben? Neen! Door alle ontmoetingen te vermelden, wil ik aangeven hoe belangrijk het is om als Joods Nederland zichtbaar (met baard en hoed) aanwezig te zijn. Chanan Hertzberger, onze super-actieve voorzitter van het Centraal Joods Overleg (CJO) zit er ook zo in en dus ben ik hem bijna overal tegengekomen.

Wat is mij het meest bijgebleven van al die bijeenkomsten? Dat ongevraagd, overal waar sprake was van een maaltijd, ook voor ‘ons Joden’ een speciale koosjere maaltijd was verzorgd. Dat proefde erg goed en gaf het gevoel dat er aan ons is gedacht en dat we erbij horen.

Solidariteitswandeling

Ik zit nu, 7 mei 22:31 uur, in de auto dit dagboek te schrijven. Ik was in Drachten voor de eerste solidariteitswandeling. Iedere eerste donderdagavond van de maand zal die plaatsvinden. Ik probeer zoveel mogelijk met zo’n eerste wandeling mee te lopen, vandaar nu Drachten. De organisatie had zich een beetje verkeken op het aantal deelnemers. Ze hadden twintig verwacht, maar als ik zeg dat het er tweehonderd waren, overdrijf ik niet (of misschien een klein beetje!). Geweldig! Wat een warmte. Wat een solidariteit met Israël, met ons Joden. Het Am Jisraël Chaj, het Joodse volk leeft en overleeft, klonk luidkeels in Drachten bij het oorlogsmonument aan het eind van deze eerste solidariteitswandeling.

Bekijk ook deze interessante explainer over hoe Joden in Nederland ontvangen werden na de Tweede Wereldoorlog.

Jacobs website

De auteur

Opperrabbijn Binyomin Jacobs

Opperrabbijn Binyomin Jacobs werd in 1949 in Amsterdam geboren. Hij staat bekend als een bruggenbouwer en is een veelgevraagd spreker.

Doneren
Abonneren
Agenda