Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

De lossing van de eerstgeborene

Door Rabbijn mr. drs. R. Evers - 

1 mei 2026

F240704CG304

De lossing van de eerstgeborene. | Foto: Flash90

In de Bijbel lezen we over de verlossing van de Joden uit Egypte en de opdracht daarbij om onze eerstgeboren Joodse zoontjes te lossen bij een priester of koheen. Wat kan de achtergrond bij dit Bijbelse gebod zijn?

Ik moest aan die vraag denken toen ik onlangs na lange tijd weer eens was uitgenodigd voor een pidjon habeen – de lossing van een eerstgeboren zoon - bij een vriend uit Nederland. Het was geen groots evenement, geen publiek ritueel met veel pracht en praal, maar juist iets kleins en intiems: een jonge vader, een moeder die nog midden in de eerste weken van het ouderschap stond, een pasgeboren jongetje en een koheen (cohen of priester). En toch hing er iets zwaars in de lucht, alsof hier een oud verhaal opnieuw werd verteld, zacht maar onmiskenbaar.

De ceremonie van pidjon habeen behoort tot de minder bekende Bijbelse geboden. Ze geldt alleen onder specifieke voorwaarden: het moet wel echt een eerstgeborene zijn, niet voorafgegaan door misgeboorten en de vader of moeder mag niet behoren tot de stam Levi of een koheen (priester) zijn. Dertig dagen na de geboorte ‘lost’ de vader zijn eerstgeboren zoon door het geven van vijf zilveren munten aan een koheen. Daarmee wordt het kind symbolisch vrijgemaakt voor een leven buiten de priesterlijke dienst.

Oorsprong

De oorsprong van dit gebruik voert ons terug naar het hart van het Exodusverhaal. In de nacht van de tiende plaag werden de eerstgeborenen van Egypte getroffen, terwijl de Israëlieten werden gespaard. Die redding was geen neutraal gegeven: de eerstgeborenen van Israël werden daardoor op een bijzondere manier aan G’d toegewijd. Hun leven droeg vanaf dat moment een extra laag van heiligheid. Later, na de zonde van het gouden kalf, werd de priesterlijke taak overgedragen aan de stam Levi. De eerstgeborenen bleven echter een herinnering aan dat oorspronkelijke moment van goddelijke redding, een herinnering die telkens opnieuw wordt opgeroepen door de lossing.

Wat opvalt, is het moment waarop dit gebod in de Thora verschijnt. Nauwelijks zijn de Israëlieten bevrijd uit Egypte, nauwelijks hebben zij de macht van G’d ervaren in tekenen en wonderen, of er volgt al een opdracht die hen confronteert met de vraag: van wie is dit leven eigenlijk? Juist na een overweldigende ervaring van bevrijding blijkt de grootste uitdaging niet het geloven maar het niet vergeten. De mens went snel aan wonderen. Het uitzonderlijke wordt al gauw tot iets vanzelfsprekends.

Juist na een overweldigende ervaring van bevrijding blijkt de grootste uitdaging niet het geloven maar het niet vergeten. De mens went snel aan wonderen.

Geen bezit

Pidjon habeen doorbreekt dat mechanisme op een subtiele manier. Het plaatst een herinnering niet in een monument of een historisch verhaal maar midden in het gezin. Ouderschap is misschien wel de meest alomvattende menselijke ervaring. De zorg, de vermoeidheid, de liefde en de verantwoordelijkheid maken dat een kind al snel volledig ‘van ons’ voelt. En precies daar legt de Thora een kleine, maar scherpe onderbreking: dit kind is jou toevertrouwd, maar het is niet jouw bezit.

Dat wordt zichtbaar in het rituele gesprek tussen de vader en de koheen. De vraag wat hij verkiest – zijn zoon of het zilver – is natuurlijk geen echte keuze. En toch is het uitspreken ervan essentieel. Het maakt ouderschap tot een bewuste daad, geen vanzelfsprekend recht. De vader verklaart publiekelijk dat hij zijn zoon terugneemt, niet als eigenaar maar als verantwoordelijke opvoeder binnen een groter verhaal.

Op een dieper niveau raakt de pidjon habeen aan een fundamenteel Joods idee: alles wat wij ‘hebben’, hebben wij uiteindelijk ontvangen. In het Hebreeuws bestaat geen woord voor hebben. Dat geldt voor bezit, voor tijd, maar misschien wel het meest indringend voor kinderen. Door het kind eerst symbolisch aan G’d toe te schrijven en het daarna terug te krijgen, wordt menselijke trots getemperd en dankbaarheid geoefend. Het leven wordt niet geclaimd maar erkend als gave.

Die gedachte sluit aan bij andere rituelen rondom het ‘eerste’. Het eerste deeg, de eerste oogst, het begin van de maand – telkens wordt het begin gemarkeerd als moment van bewustzijn. Wie het eerste kan loslaten, erkent impliciet dat ook het vervolg niet vanzelfsprekend is. Pidjon habeen is daarmee geen geïsoleerd ritueel. Het is onderdeel van een bredere spirituele pedagogiek.

Herinneren

Wat de ceremonie extra kracht geeft, is haar eenvoud. Vaak ligt het kind op een schaal, soms omringd door zilver, als stille herinnering aan zijn waarde. Maar die waarde is niet economisch. De munten zijn geen betaling, maar een teken. Ze zeggen: dit leven laat zich niet in cijfers uitdrukken, alleen in relatie.

In een tijd zonder tempel en zonder actieve priesterlijke dienst zou pidjon habeen gemakkelijk tot folklore kunnen verworden. Toch gebeurt het tegenovergestelde. Juist doordat het ritueel zich heeft teruggetrokken uit het publieke domein en is geland in de huiskamer, behoudt het zijn zeggingskracht. Het verbindt het grote verhaal van de uittocht uit Egypte met het kleine verhaal van één gezin, één kind, één moment van overgave en terugkeer.

Toen ik na afloop weer naar huis liep, bleef één gedachte hangen: pidjon habeen gaat uiteindelijk niet over zilver, noch alleen over een eerstgeborene. Het gaat over herinneren. Over het vasthouden van het besef dat bevrijding, leven en toekomst niet bij ons beginnen en ook niet bij ons eindigen. In dat besef ligt misschien wel de diepste betekenis van dit oude, stille ritueel.

Rabbijn-mr.-drs.-R.-Evers_avatar-90x90 (1)

De auteur

Rabbijn mr. drs. R. Evers

Rabbijn R. Evers was opperrabbijn in Düsseldorf. Hij maakte in de zomer van 2021 met zijn vrouw alija naar Israël. 

Doneren
Abonneren
Agenda