Sluiten

Zoeken.

Hachsjara en alija: Hoe Joodse jongeren opgeleid werden voor het leven in Israël

Door Petra van der Zande - 

1 juni 2022

Deventer-verenigig-1938

Leden van de Deventer Vereniging

“Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal u verzamelen uit de volken, en Ik zal u bijeenbrengen uit de landen waarover u verspreid bent, en Ik zal u het land van Israël geven.” Ezechiël 11:17 (HSV)

Deventer Vereniging

In 1918 werd de “Deventer Vereniging”- de eerste Hachsjara - door Rudolf (Ru) Cohen opgericht. Voordat Zionistische Palestina-pioniers (chaloetsiem) naar Erets Jisrael konden emigreren, moesten zij eerst worden opgeleid in landbouw of techniek. Boeren die bereid waren de jongeren, die niets van het boerenleven wisten, begonnen hen het vak te leren. Vanuit diverse Europese landen vonden chaloetsiem hun weg naar de Deventer Vereniging en leerden Overijsselse en Gelderse boeren hen, minstens vier jaar lang, landbouw, veeteelt en huishouding.

Wat is Hachsjara?

De Hachsjara was de opleiding voor het leven in Palestina. De hachsjara was gericht op het leven in een landbouwkolonie, de jongeren die de opleiding volgenden werden Palestina-pioniers of chaloetsiem genoemd. De opleiding bestond uit praktische vaardigheden voor het leven in de landbouw en daarbij ook het leren van Hebreeuws, de voertaal die in het land gebruikt zou gaan worden.

Ru had een meubelzaak in Deventer en woonde met zijn gezin in een groot huis. Vanuit hun huiskamer/kantoor, coördineerde hij samen met zijn vrouw Eva (Eef) in hun vrije tijd de vakopleiding van een paar honderd Palestina pioniers. Eva’s juridische opleiding kwam goed van pas bij het regelen van papieren voor Joodse vluchtelingen en emigranten. Het huis aan de Sandrasteeg werd een populair trefpunt. De jongeren werden er altijd warm ontvangen, kregen advies en indien nodig een bed in een van de vele slaapkamers.

Het Deventer verenigingsgebouw – Beth Chaloets - bood de jongeren onderdak op Sjabbat; er werd ook Hebreeuwse les gegeven en heftig gedebatteerd over hun toekomst in Palestina. In 1940 telde de Vereniging zo’n 250 leden.

beit chaloets deventer

Beth Chaloets in Deventer

Meer Hachsjarot

In 1933 stichtte de Mizrachi beweging een Hachsjara op religieuze grondslag “Dath-va-Eretz”, met een kibboets in Franeker en Beverwijk. In datzelfde jaar begon ook Agoedat Jisrael een eigen Hachsjara met niet-Zionistische jongeren die zich op Joodse heilige plaatsen wilden gaan vestigen. In 1940 woonden 55 chaloetsiem in “Haimers Esch”, een villa in Twekkelo (bij Enschede).

Hachsjarot waren te vinden in Gouda, Eindhoven, Laag-Keppel, Apeldoornsche Bos, Loosdrecht, Enschede, Elden en Marum. Tussen 1938 en 1941 woonden 105 chaloetsiem in een Jeugdherberg in Gorssel.

Ook jongeren onder de 18 konden als Chaloetsiem worden opgeleid. Paviljoen Loosdrechtse Rade huisde 40 tieners; de Catharinahoeve in Gouda werkte onder de naam “Joodse Jeugdfarm’. In Mijnsheerenland was er op landgoed ‘Hof van Moerkerken’ ook een opleiding gevestigd.

Begin 1939 reisden Ru en Eva naar het toenmalige Palestina om met eigen ogen te zien hoe hun chaloetsiem het maakten en of de opleiding zin had. Dankbaar dat het goed met hen ging, was het echtpaar vastbesloten de opleiding nog beter te maken.

De Tweede Wereldoorlog dwong verschillende Hachsjarot te sluiten, waardoor besloten werd tot de oprichting van de ‘Joodsche Centrale voor Beroepsopleiding’ (JCB). Vanwege hun bijdrage aan de voedselproductie werden de Hachsjarot in eerste instantie door de bezetter in stand gehouden, maar in maart 1941 werd ook Wieringermeer tegen alle verwachtingen in gesloten.

Doordat Joachim Simon, een leidinggevende in Loosdrecht, uit Buchenwald was teruggekeerd, waren de Hachsjarot al vroeg op de hoogte van wat er in Duitsland gaande was. Het echtpaar Westerweel richtte de ‘Westerweel groep’ op die vluchtroutes uitzette. Wieringermeer- en Deventer Chaloetsiem sloten zich bij deze verzetsgroep aan.  De helft van deze jongeren overleefde de oorlog; van de andere Hachsjarot slechts een derde. Tijdens de bezetting wisten 61 chaloetsiem Palestina te bereiken.

Per jaar gaf de Britse Mandaatregering in Palestina via het Joodse Agentschap slechts 7500 “Palestina Certificaten/Passen” uit. Om daarvoor in aanmerking te komen moest je familie in Palestina hebben. Aanvankelijk werden degenen die een aanvraag hadden lopen niet op transport gesteld, maar in oktober 1942 werden zelfs chaloetsiem die een Palestina pas hadden naar Westerbork gestuurd. Een aantal van hen, die met Duitse krijgsgevangenen uitgewisseld konden worden, kwamen als Auschtauschjuden in het Aufenthalslager in Bergen Belsen terecht.

Palestina pas

Palestina certificaat

In september 1943 werd ook Ru Cohen’s gezin gedwongen naar het Amsterdamse getto te verhuizen.

“…. Sterk te zijn in tijden als deze is een kunst, geloof te houden is een geluk, illusies houden is een veiligheid.”

Ru Cohen in een brief aan de Verenigde Chaloetsiem in Westerbork.

Eind 1943 waren er slechts 1297 Palestina certificaten uitgegeven en veel van de aanvragers al naar het oosten gedeporteerd. In januari 1944 vertrok de groep certificaatbezitters vanuit Westerbork naar Bergen-Belsen (in plaats van Auschwitz) en een deel van hen kwam in juli met ‘Transport 222’ in Palestina aan.

Ru en Eva bezweken in Bergen Belsen aan hun ontberingen.

“Bemind van lieflijk bij hun leven en in hun dood niet gescheiden” staat op de gedenksteen op de Joodse begraafplaats in Deventer ter nagedachtenis van de zeven omgekomen Cohen familieleden.

Van 1945-1947 werd het Deventer Beth Chaloets geleid door Hes Cohen, de dochter van Ru en Eva. Na haar vertrek naar Israël nam Hans Mosendorff (Nathan Mageen) het laatste jaar van de Hachsjara over. De geboorte van de staat Israël in 1948 opende de deur voor iedere Jood die, ongeacht zijn of haar opleiding, Alijah wilde maken.

“Ieder heeft zoveel hemel boven zijn hoofd als hij grond onder de voeten heeft.” Bialik

stolpersteinen Cohens

Stolpersteine ter nagedachtenis aan Rudolf en Eva Cohen

Petra-van-der-Zande_avatar-90x90

De auteur

Petra van der Zande

Petra van der Zande woont sinds 1989 in Jeruzalem. Samen met haar man zorgde zij 21 jaar lang voor vier meervoudig gehandicapte Israëlische pleegkinderen. Nu is zij onder andere actief...

Doneren
Abonneren
Agenda