Tien dagen lang reis ik door Israël met een studiereis van Christenen voor Israël. Onderweg komen we Joden, christenen en Arabieren tegen. Hoe is de sfeer in het land? Het blijkt een wiebelige balans tussen oorlog en vrede.
Het meer van Galilea schittert in de ochtendzon. De bergen aan de overkant gaan schuil in de heiige zonsopkomst. Met alle berichten over drones uit Libanon ben je toch benieuwd wat je in het noorden aantreft, maar de alledaagsheid in Tiberias is toch niet helemaal wat ik verwachtte. In Katzrin op de Golanhoogvlakte klinkt een vrolijk muziekje over het pleintje waar we later die dag lunchen. Maar een bezoek aan de natuurparken tegen de grens met Libanon kan niet doorgaan: gesloten vanwege de veiligheidssituatie.
Gedreun in de verte
In Jish, dicht bij de grens met Libanon, ontmoeten we Neveen Elias. Vanaf een uitkijkpunt in het dorp kijken we uit over de grens en enkele Libanese dorpen aan de andere kant. Het zijn dorpen waar maronitische christenen wonen die Hezbollah niet toelaten in hun woonplaats. Samen met het Israëlische leger helpen de christenen in Jish de bewoners van deze Libanese dorpen. Dagelijks brengen zij goederen die nodig zijn de grens over. Terwijl ze vertelt horen we in de verte het gedreun van explosies. De oorlog woedt verder. Maar op dit moment niet hier.
‘We willen gewoon in vrede leven’
Vroeg in de ochtend ontmoet ik drie jongens in Herzliya. Zon, zee, strand, geen spoor van oorlog. “Where are you from?” vragen ze me. Eyal, Elad en Yonathan werken in een van de hotels langs de boulevard. Hun nachtdienst zit er net op en voor ze naar huis gaan, ontspannen ze even op het strand. “Waarom is iedereen in het Westen zo boos op ons? We willen gewoon in vrede leven. Vertel ze dat maar.”
“Waarom is iedereen in het Westen zo boos op ons? We willen gewoon in vrede leven. Vertel ze dat maar.”
Even uitblazen
We reizen verder door het hartland van Israël. In Shilo ontmoeten we Sarah. Als je haar glimlach ziet, lijkt het of er nooit oorlog is geweest. Maar haar verhaal vertelt iets anders: “Net als bij veel gezinnen in Israël, is mijn man wekenlang opgeroepen voor reservedienst. Natuurlijk houden wij moeders het gezin draaiend, maar de kinderen missen hun vader. Als hij dan na weken weer thuiskomt, willen wij natuurlijk even uitblazen. Maar hij is óók moe en heeft vaak vreselijke dingen gezien. Nou, ik kan je vertellen dat zo’n thuiskomst dan niet gezellig is…”
Toch blijft ze lachen. Het feit dat wij hier zijn, maakt haar blij. Langs de weg zag ze overal Israëlische vlaggen en iemand heeft een verkeersbord naar ‘Har Habayit’ opgehangen: de Tempelberg. Dit bemoedigt haar om vol te houden. De Messias is niet ver weg.
‘Precies wat onze vijanden willen’
In het nieuws lezen we dat de rust in Noord-Israël alweer is verstoord. Drones en raketten van Hezbollah maken de plaatsen waar we de reis begonnen onveilig. Maar daarvan merken wij niets. Op vrijdagavond daalt de Sjabbatsrust net zo vredig over de stad als altijd. Maar op maandag staat het verkeer in Jeruzalem vast. De charedim demonstreren tegen wat zij als een vervolging van Thoragetrouwe Joden ervaren. “Ik houd van de staat Israël”, vertelt de charedische Alex. “Maar wij orthodoxe Joden worden steeds vaker doelwit van politieke campagnes. Ik kan veel kritiek noemen op hoe het land wordt bestuurd, maar met deze verdeeldheid, doen we precies wat onze vijanden willen.”
Geen ‘normaal’ meer
De straten van Sderot doen onwerkelijk aan. We rijden over een rotonde die ik herken van beelden van dood en verderf op de ochtend van 7 oktober 2023. Nu is alles stil en vredig. Aryeh vertelt ons dat het alarm in de stad al bijna een jaar niet meer heeft geklonken. En wonder boven wonder is de bevolking sinds die vreselijke dag alleen maar gegroeid. “Maar de oorlog eist toch zijn tol. Veel reservisten zijn in Gaza of Libanon. Toeristen blijven weg. Het leven is moeilijk en wat morgen zal brengen, is altijd onzeker. Er is geen ‘normaal’ meer”, vertelt Aryeh.
Je niet laten ophitsen
De bus waarmee we door Israël reizen, wordt bestuurd door Moaz, een rustige, slanke Arabier uit Jeruzalem. Kundig stuurt hij de bus door de smalste straatjes en anticipeert prettig op het chaotische verkeer in Israël. In kibboets Mashabe Sade schuift hij bij ons aan in de eetzaal. Hij en zijn buren willen in vrede leven met Israël. Maar daarvoor moeten ze wel zo nu en dan buitenstaanders uit hun buurt verjagen die de bewoners willen ophitsen tegen Israël. Bij Moaz zal dat niet zo snel gebeuren. Behalve op de bus rijdt hij al zestien jaar op de ambulances van Magen David Adom. Als hij ons afzet bij het vliegveld drukken we hem warm de hand en loven zijn stuurkunsten. Met een verlegen glimlach neemt hij die aan: “Toda” (‘bedankt’).
Deze reportage verscheen eerder in onze maandkrant Israël Aktueel. Klik hier om gratis abonnee te worden!
Christenen voor Israël organiseert elk jaar een studiereis naar Israël voor predikanten, voorgangers en studenten theologie. Meer informatie over deze studiereis vindt u hier.