Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

Eloel en eenheid: wat gebeurt er na de oorlog? (2)

Door Yoel Schukkmann - 

29 augustus 2025

Soldaten en orthodoxe joden (1)

Israëlische militairen en orthodoxe Joden nemen deel aan een gebed en de wekelijkse lezing van een Thora-rol. | Foto: Michael Giladi/ Flash90

In het eerste deel van dit tweeluik stond de rol van seculiere Israëli’s in de spanningen binnen de Israëlische samenleving centraal. Vandaag richt de schrijver de blik naar binnen: op de houding van de orthodoxe gemeenschap waar hij zelf uit komt, en vertelt hij over een bijzondere ontmoeting met een militair.

Nu de maand Eloel net is ingegaan, de maand van inkeer en tesjoeva (terugkeer naar G-d), waarin de poorten van zelfreflectie openstaan, is het tijd dat wij allemaal de waarheid onder ogen zien. Niet alleen over de Staat, maar ook over onszelf. Want hoewel we terecht opstaan tegen pogingen om onze Thora-levens te seculariseren, moeten we ook erkennen dat er momenten waren, zelfs in onze eigen gemeenschappen, waarop het verzet tegen de gedwongen dienstplicht een grens overschreed. Er waren stemmen die reageerden met haat in plaats van een heilig -gerechtvaardigd- meningsverschil. Demonstraties die veranderden in een Chiloel Hasjem, een ontheiliging van G-ds Naam, in plaats van een eerbetoon aan de Heilige Thora.

Wij verzetten ons tegen het dwingen van jesjieva-studenten om hun Gemaras (Talmoed delen) in te ruilen voor wapens, niet omdat we het leger minachten, maar omdat Thora-studie zelf het grootste wapen is, niet minder belangrijk dan tanks en helikopters. Onze jesjieva-jongens zijn ook soldaten, strijdend in de geestelijke frontlinie. Maar dat mag nooit betekenen dat we neerzien op de jonge mannen die hun leven fysiek riskeren voor ons allemaal. Zij zijn onze broeders. We moeten hen onze dankbaarheid tonen, juist omdat we dankzij hen Thora kunnen blijven leren. En als we ons ooit hebben gedragen alsof het “wij tegen zij” was, dan moeten we daar tesjoeva voor doen.

Want Thora zonder hart is gevaarlijk. En een eenheid die stopt bij de grens van onze eigen gemeenschap is geen eenheid: dat is tribalisme, vermomd als religie.

Een diepere waarheid

De Arizal (1534-1572) leerde dat elke Jood als een ledemaat van een groot lichaam is. Als één ledemaat pijn heeft, lijdt het hele lichaam. Deze oorlog heeft ons die waarheid op de meest hartverscheurende manier opnieuw laten zien. De tragedie van 7 oktober was niet alleen een nationale ramp: het was een geestelijke aardbeving. Het schudde de muren tussen werelden los. Het herinnerde ons eraan dat we niet alleen kunnen overleven. Dat Thora zonder empathie een ontheiliging van G-ds naam is. En dat een volk dat op geloof is gebouwd, trouw moet blijven aan haar ziel.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de Mir Yeshiva leren in Shanghai, terwijl Europa brandde. Hun wonderlijke ontsnapping begon met transitvisa uitgegeven door Chiune Sugihara, een Japanse consul in Litouwen, die tegen bevelen in duizenden handgeschreven visa afgaf. Met zijn hulp kon de hele yeshiva via Rusland naar Japan vluchten en zich uiteindelijk in Shanghai vestigen, waar zij hun leerhuis opnieuw opbouwden en de vlam van de Thora onder de zwaarste omstandigheden brandend hielden.

Hun studie creëerden verdiensten die niet alleen henzelf beschermden, maar het hele Joodse volk. Vandaag vervullen onze yeshivas en kollelim (leerhuizen) een soortgelijke rol, een geestelijke Iron Dome. Maar zelfs de Iron Dome heeft brandstof nodig. Het heeft ook mankracht nodig. Wij hebben beide nodig: de Kol Yaakov (de stem van Jakob: Thora-studie en gebed) én de handen van Esau (fysieke kracht). Dit partnerschap is niet optioneel. Het is existentieel. Ik heb het met mijn eigen ogen gezien.

Brieven en tekeningen van kinderen aan de muren, eten bereid door jesjieva -jongens, bezoeken van ultra-orthodoxe vrijwilligers aan frontliniebases, dit zijn geen symbolische gebaren. Ze breken muren af. Ze bouwen bruggen. Ze helen soldaten die nog nooit de warmte van Sjabbat hebben gevoeld. Soldaten die nog nooit een synagoge van binnen zagen, maar die nu tegen me zeggen: “Stop niet. We hebben jullie gebeden nodig.”

Vandaag zijn onze leerhuizen als een geestelijke Iron Dome. Maar zelfs de Iron Dome heeft brandstof nodig.

Een aangrijpende vraag

Op één van die bases, hoog op een bergtop aan de Libanese grens, ontmoetten we een soldaat die ik hier “Ronen” zal noemen. Vanuit de bunker, achter een hoge muur van zandzakken, kon je de lichtjes van Hezbollah-posten in de verte zien flikkeren. Er waren plekken waar we niet eens mochten staan, omdat ze binnen bereik van sluipschutters lagen.

Later die avond nam Ronen me apart. “De meeste mensen zijn te bang om hierheen te komen,” zei hij. “Soms voelen we ons vergeten door de hele wereld. Maar deze bezoeken, die herinneren ons eraan dat we niet alleen zijn. Het Sjabbat-eten geeft ons een smaak van iets dat velen van ons nooit hebben gehad. Een echt, traditioneel Joods thuis. De warmte van de pakketten, het zingen en dansen… het is alsof iemand ons ziet, niet alleen als soldaten, maar als familie.”

Vanaf dat moment belde hij me af en toe. En elke week stuurden we eten en woorden van bemoediging naar zijn eenheid. Week na week gingen die pakketten op weg, altijd met liefde, altijd met zorg. De band groeide, gedragen door wederzijds respect en echte verbondenheid. Tot die ene dag… toen de telefoontjes met Ronen ophielden. Ik zat achter mijn laptop toen het bericht op mijn scherm verscheen: een drone had zijn basis getroffen.

En op dat moment dacht ik terug aan onze ontmoeting. Ik herinnerde me de stilte die viel, de manier waarop zijn stem brak toen hij me vroeg: “Waarom? Waarom zouden jullie, een groep chassidiem, helemaal vanuit Jeruzalem naar ons komen?” En de waarheid was zo simpel, en toch zo zwaarwegend. “Ondanks wat de media zeggen,” antwoordde ik, “zijn wij met jullie. We bidden voor jullie. We leren in jullie verdiensten. We voelen jullie pijn. We zitten samen in deze oorlog. Alleen door achdoet, echte eenheid, kunnen we hieruit komen.”

Er is maar één ding waar ik bang voor ben. Wat gebeurt er ná de oorlog? Nu is iedereen verenigd, maar blijft dat zo?

— Ronen, Israëlische militair

Die woorden raakten hem diep. Zijn ogen straalden opeens, en hij zei iets dat ik nooit zal vergeten: “Je hebt gelijk dat je de media niet moet geloven. Maar de waarheid is, jullie moeten ook niet geloven wat je over ons hoort. De meeste soldaten die ik ken, ikzelf inbegrepen, geloven dat het onze taak is om fysiek te beschermen. Maar we leven dankzij jullie gebeden. Dankzij jullie Thora-leren. Stop nooit. We hebben beide nodig. We hebben deze eenheid broodnodig.”

En toen, bijna fluisterend, voegde hij iets nog indringenders toe: “Er is maar één ding waar ik bang voor ben. Wat gebeurt er ná de oorlog? Nu is iedereen verenigd, charediem (ultra-orthodox), dati le’oemi (nationaal religieus), seculieren… maar blijft dat zo? Of vallen we terug in onze oude patronen? Misschien is deze eenheid wel het enige goede dat uit deze oorlog voortkomt.”

Ronen verlangde naar iets eenvoudigs: achdoet, eenheid. Echte, eerlijke eenheid. Niet de soort die verschillen uitwist, maar die ze verheft. En hij had gelijk om bang te zijn. Wat gebeurt er na de oorlog? Zullen we elkaar weer vergeten? Zal deze eenheid verdwijnen?

Ondanks alles mogen we dat niet laten gebeuren.

Ware eenheid wordt niet geboren uit tragedie. Ze wordt beproefd door wat we doen als de tragedie vervaagt. Ze wordt beproefd, vooral, in hoe we omgaan met ons eigen volk. Als we Thora gebruiken als een wapen, als we religieuze kilte laten heersen en anderen wegduwen, dan is dat een chiloel Hasjem dat geen enkel gebed kan herstellen.

Maar als we leiden met warmte en moed, met overtuiging en empathie, dan kunnen we, zelfs in een Staat die soms vergeet dat ze Joods hoort te zijn, nog steeds herinneren dat we allemaal geliefd zijn door Hasjem.

We zijn nu in de Joodse maand Eloel. Onze Geleerden leggen uit dat de Hebreeuwse letters van de naam “Eloel” een akroniem is voor het vers “Ani Le’Dodi Ve’Dodi Li” (Ik ben voor mijn Geliefde, en mijn Geliefde is voor mij). Het is G-ds manier om ieder van ons toe te fluisteren in deze maand: “Je bent Mijn geliefde.” En als G-d mijn seculiere broeder “Mijn geliefde” noemt, wie ben ik dan om het daar tegenin te gaan?

Dit is deel twee in een tweeluik over spanningen in de Israëlische samenleving. Gisteren verscheen deel 1. 

Yoel Shukkmann

De auteur

Yoel Schukkmann

Yoel Schukkmann groeide op in Nederland en maakt deel uit van een chassidische gemeenschap, een stroming binnen het ultra-orthodoxe Jodendom. In zijn tienerjaren verhuisde hij naar Israël om in...

Doneren
Abonneren
Agenda