De Times of Israel publiceerde onlangs een artikel met de titel: “Israelis hit by soaring food prices as producers, grocers feast on wartime windfall” (Israëli’s getroffen door stijgende voedselprijzen terwijl producenten en supermarkten profiteren van oorlogswinsten).
Eerlijk gezegd voelde het lezen ervan niet als nieuws. Helaas voelde het alsof iemand eindelijk in woorden had gezet wat mensen in dit land al jaren zeggen. Want terwijl we door oorlog heen leven, met alle angst, uitputting en onzekerheid, ging het leven gewoon door. De rekeningen pauzeerden niet. De druk pauzeerde niet. Maar de prijzen? Die pauzeerden ook niet. Ze stegen. En ze zijn niet gestopt. Ze blijven non-stop stijgen.
Voedsel en kosten van levensonderhoud
Het artikel beschrijft hoe de voedselprijzen scherp zijn gestegen, zelfs wanneer de wereldwijde inputkosten stabiel blijven of dalen. Grote fabrikanten, zoals Strauss (14%), Tnuva (12%) en Osem-Nestle (13%), verhoogden hun prijzen sinds het begin van de oorlog, terwijl de winkelwagens in de grootste supermarktketens duurder werden.
Zelfs de “kleine” dingen waar kinderen maar al te graag om zeuren zijn symbolen geworden. Het artikel noemt de geliefde Krembo, een met chocolade omhulde marshmallow lekkernij die bedoeld is als vervanging voor ijs in de winter, die 9% duurder werd, met een verpakking die 22 shekels kost. Het is niet zomaar “een beetje duurder.” Het is de langzame wurging van een normaal leven.
En achter elke statistiek zit natuurlijk een huis, dus ik voeg iets persoonlijks toe. Toen ik trouwde, konden we met 800 shekels (215 euro) boodschappen en huishoudelijke spullen kopen voor een hele maand. Vandaag is 600 shekels (161 euro) amper genoeg voor de Sjabbat-maaltijden elke week. Doordeweeks eten we meestal leftovers van Sjabbat of wat we maar bij elkaar kunnen schrapen, terwijl de koelkast bijna leeg blijft tot de volgende Sjabbat.
Volgens het Israeli Institute for Economic Planning (IEP) is in de afgelopen drie jaar de kostprijs van een winkelmandje met 50 basisproducten met ongeveer 20% gestegen, wat neerkomt op ongeveer 250 shekels (68 euro) extra per maand voor een gezin met twee kinderen.
Hulporganisatie Latet rapporteerde dat bijna 27% van de Israëlische gezinnen in 2025 te maken had met voedselonzekerheid, tegenover 21% een jaar eerder. Zij ontdekten dat een gezin van vier in 2025 14.139 shekels (3.811 euro) per maand nodig had om aan de minimale basisbehoeften te voldoen, waaronder 3.797 shekels (1023 euro) alleen al voor voedsel, tegenover 12.938 shekels (3.489 euro) per maand in 2023, toen de voedselkosten 3.496 shekels (942 euro) bedroegen. Veel gezinnen proberen het hoofd boven water te houden door simpelweg minder voedsel te kopen.
Ik ken persoonlijk jonge gezinnen die vanwege de stijgende prijzen zelfs terug verhuisden naar Amerika of Engeland.
Huisvesting
Daarna maakt huisvesting alles nog erger, zowel kopen als huren. Huur slokt salarissen op, en rondkomen betekent kiezen tussen huur, boodschappen, water, gas of energierekeningen, schoolkosten, of het aflossen van bankroodstanden.
Kopen is voor de gemiddelde persoon bijna onmogelijk geworden. De prijzen blijven extreem hoog en blijven stijgen, terwijl betaalbaarheid blijft afnemen. Maar huren is niet veel beter. In mijn eigen buurt alleen, zoals in zoveel Jeruzalemse buurten, voelt zelfs huren onmogelijk. Een klein, oud 2-kamerappartement van 45 meter kost meestal minstens 7000 shekels (1.888 euro) per maand, en dat is nog vóór arnona (gemeentelijke onroerendgoedbelasting) en vaste lasten.
Daarom verhuizen zoveel jonge koppels uit plaatsen zoals Jeruzalem, simpelweg omdat ze het zich niet meer kunnen veroorloven om hier te wonen. Ik ken persoonlijk jonge gezinnen die hierdoor zelfs terug verhuisden naar Amerika of Engeland. Voor een gewoon jong koppel, een starter op de woningmarkt, of een gezin met bescheiden middelen, is deze realiteit heel moeilijk te verteren. Wat vroeger een haalbare droom was, is nu een last die op elke loonstrook en elke levensbeslissing drukt.
Vaste nutsvoorzieningen
Naast de stijgende voedsel- en huisvestingprijzen is het belangrijk om te beseffen dat Israël ook in bredere zin een duur land is: volgens OESO-vergelijkingen op basis van koopkracht behoort Israëls algemene prijsniveau voor consumptiegoederen en diensten, inclusief basisbehoeften, tot de hoogste binnen de OESO, en ligt het consistent boven het gemiddelde van de lidstaten. Bij elektriciteit ging het de afgelopen jaren om opeenvolgende tariefverhogingen; ongeveer +3,5% per januari 2025, gevolgd door nog eens circa +1,5% per januari 2026. Brede analyses wijzen er bovendien op dat de totale vaste lasten van nutsvoorzieningen (waaronder elektriciteit en water) voor een gemiddeld appartement tussen 2020 en medio 2025 in totaal met ongeveer 25% zijn gestegen, vooral door hogere energieprijzen.
Ook kookgas (LPG) werd duurder, met berichtgeving over een stijging van ongeveer +5% richting 2026. Maar vooral water is de laatste jaren duidelijk harder gaan oplopen dan voorheen: in januari 2023 werd het tarief verhoogd met ongeveer +3,5%, daarna volgde opnieuw een stijging van rond +3,4% in januari 2025, en nog eens ongeveer +2,49% richting 2026. In de praktijk voelt dat niet als een klein bedrag... een normaal huishouden van vier personen kan vandaag al snel rond de 700shekels (190 euro)per twee maanden aan water betalen, en dat is nog vóór elektriciteit en gas. Het zijn misschien geen spectaculaire sprongen zoals bij andere kostenposten, maar omdat dit vaste lasten zijn die elk huishouden maandelijks betaalt, telt de cumulatieve stijging wel degelijk mee in de totale druk op het gezinsbudget.
Transportkosten
De tarieven van het openbaar vervoer zijn ook voortdurend gestegen. Het basistarief voor de bus ging van 5.5 shekels naar 6 shekels, daarna naar 8 shekels, en nu wordt verwacht dat de tarieven later deze maand (januari 2026) 9 shekels zullen bereiken. Een stijging van ruim 63% in ongeveer drie jaar. Zo kan iemand geen normaal leven opbouwen. Gezinnen kunnen niet eens meer budgetteren.
Subsidies geschrapt
Voor het schooljaar 2025-2026 kan de maandelijkse kostprijs van een erkende kinderopvang makkelijk oplopen tot 6000 shekels (1630 euro) per maand, terwijl niet-erkende kinderopvangplekken doorgaans maar 500-600 shekels (136-163 euro) per maand vragen. Het is dus niet moeilijk te begrijpen waarom dit voor ouders die nu al financieel onder druk staan door de huidige economische realiteit veel aantrekkelijker en haalbaarder lijkt, zelfs wanneer het eigenlijk een keuze is die niemand zou willen moeten maken.
Deze hoge prijzen laat veel gezinnen nergens anders heen dan naar “alternatieven”, omdat religieuze, gecontroleerde/erkende kinderopvang duur is, beperkt beschikbaar, en vaak simpelweg niet beschikbaar is. Zelfs voor een gezin met twee werkende ouders is dit in de praktijk nauwelijks vol te houden.
De tragedie in Romema
Onlangs trof een tragedie de wijk Romema in Jeruzalem, bij een illegale kinderopvang, waar tientallen baby’s en peuters gewond raakten en twee baby’s stierven. De Degel HaThora-partij reageerde met een verklaring waarin werd gezegd dat zij herhaaldelijk hadden gewaarschuwd dat het schrappen van kinderopvangsubsidies tot een ramp zou leiden, en dat besluitvormers verantwoordelijkheid dragen voor de omstandigheden die gezinnen in onveilige regelingen duwden.
Toch moet het, met alle pijn, duidelijk gezegd worden dat kinderopvangcentra uiteraard niet zonder toezicht mogen worden gerund. Maar tegelijk is een diepgaand zelfonderzoek nodig. Wie kan zeggen: “Onze handen hebben dit bloed niet vergoten en onze ogen hebben het niet gezien” (Deuteronomium 21:7), wanneer een zeer grote bevolking in één keer in nood wordt geduwd, mensen worden gedwongen om alternatieve oplossingen te zoeken, en de gevolgen hard en bitter kunnen zijn...
En toch leef ik liever hier op brood en water dan comfortabel in Amsterdam, Londen, New York, of waar dan ook buiten het land Israël.
Het voelt onmogelijk
Dus ja, we voelen het overal: voedsel blijft stijgen, transportkosten stijgen non-stop, subsidies voor basisbehoeften zoals kinderopvang zijn geschrapt of beperkt, en betaalbare, gecontroleerde kinderopvang wordt steeds moeilijker te vinden. Het gewone dagelijkse leven voelt als een strijd om ademruimte, financieel en emotioneel.
Dezelfde peiling die de woede van het publiek over prijzen liet zien, vond ook dat veel Israëli’s zich afvragen waarom ze überhaupt in dit land zouden blijven. Een op de vier zegt nu dat de kosten van levensonderhoud, huisvesting en “het gebrek aan een goede toekomst voor mijn kinderen” hen serieus doen overwegen om Israël te verlaten, zelfs als ze van dit land houden. En ik moet toegeven: misschien hebben ze niet helemaal ongelijk dat ze zich zo voelen?
Maar hier ga ik een andere kant op. Als ik niet religieus was; als ik niet wist dat alles in G-ds handen is, zou ik het misschien met hen eens zijn. Er zijn inderdaad echte obstakels om hier te leven, echte gebreken, en soms een cultuurschok die iemand uitput. En toch leef ik liever hier op brood en water dan comfortabel in Amsterdam, Londen, New York, of waar dan ook buiten Eretz Jisrael (het land Israël).
Niet alleen omdat mijn kinderen hier openlijk als herkenbare Joden over straat kunnen lopen op een manier die in plaatsen zoals Nederland simpelweg gevaarlijk is, maar vooral omdat we hier ons Jodendom kunnen leven, en volgens de wegen van de Thora ten volle kunnen leven. Er is hier wel een toekomst voor voortdurend, bloeiend Joods leven.
Ja, er kunnen ernstige meningsverschillen zijn met de regering, en zelfs pijnlijke botsingen met onze seculiere landgenoten over fundamentele verschillen. Maar zoals iemand mij ooit zei: “Tenminste zijn dit familieruzies.” Het is een ruzie met mijn broer, die ik ondanks alles nog steeds liefheb. En toch, ondanks dit alles, is er iets aan het land van Israël dat geen spreadsheet kan meten.
Ruzie tussen eenvoudige mensen
Er wordt verteld dat Reb Hershele uit Tiberias eens Rebbe Yisroel Friedman, de Rebbe van Ruzhin, bezocht in het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. De Ruzhiner Rebbe ondervroeg hem intens over elk detail van wat er gebeurde in Eretz Yisrael, niet bereid om zelfs het kleinste nieuws te missen. Uiteindelijk noemde Reb Hershele een eenvoudige ruzie in een bepaalde synagoge tussen twee kleermakers. “Ah,” antwoordde de Rebbe, “dat is precies wat ik zocht. Een ruzie in het Heilige Land, zelfs tussen twee eenvoudige mensen, veroorzaakt meer beroering in de hemel dan een ruzie tussen twee zeer grote mensen in choets la’aretz (buiten het land Israel).”
Op dezelfde manier had Rabbijn Yosef Chaim Sonnenfeld, de opperrabbijn van de Oude Jisjoev (ultra-orthodoxe gemeenschap) in Jeruzalem, een uitzonderlijk geleerde kleinzoon die, terwijl hij financieel worstelde in dit land, overwoog om een goedbetaalde rabbijnspost in Tsjechoslowakije aan te nemen zodat hij Thora kon blijven leren met stabiliteit. Maar toen hij zijn grootvader om raad vroeg, zei Rabbijn Sonnenfeld met duidelijkheid: “Het is beter om een eenvoudige arbeider te zijn in Erets Jisrael dan een Rav in chutz la’aretz.”
Mogen wij allemaal onze ogen openen voor het geschenk van G-ds geliefde land, zelfs wanneer de omstandigheden moeilijk zijn.
G-ds ogen zijn er altijd op gericht
De Boyaner Rebbe, Rebbe Mordechai Shlomo Friedman, vloog eens naar Israël toen zijn gabbai (assistent) en veel passagiers overweldigd waren door het adembenemende uitzicht. Mensen wezen, staarden en fluisterden vol ontzag over de Nifla’ot haBorei, de wonderen van de Schepper.
Maar de Rebbe zat rustig met zijn boeken, verdiept in zijn studie, ogenschijnlijk onaangeraakt door de opwinding om hem heen. De assistent, die de Rebbe normaal nooit zou storen in het midden van zijn leren, smeekte hem uiteindelijk om uit het raam te kijken en het ongelooflijke uitzicht te zien. De Rebbe keek even op, maakte een gebaar met zijn hand, en citeerde: “Van mijn vlees kan ik mijn G-d zien” (Job 19:26), en keerde toen terug naar zijn Talmoedtraktaat.
Toen ze aankwamen in Israël, begroetten menigten de Rebbe, en zijn volgelingen vergezelden hem enthousiast terwijl hij door het land reisde, hopend om woorden van Thora te horen of iets mee te krijgen door gewoon bij hem te zijn. Toch zat de Rebbe urenlang in stilte, starend uit het raam zonder weg te kijken. Iedereen was verbaasd, totdat iemand uiteindelijk vroeg waarom de Rebbe zo gefocust was op het kijken naar buiten. Zonder zich om te draaien antwoordde de Rebbe met het vers, “Het is een land waar Hasjem, uw G-d, voor zorgt, waarop Hasjem altijd Zijn ogen houdt…” (Deuteronomium 11:11-12), en voegde eraan toe: “Als Hij kijkt, kan ik zeker ook kijken.”
Dus, dit alles wetend, hoe zou ik dan ooit permanent ergens anders kunnen wonen?
Mogen wij allemaal ons hoofd opheffen, onze ogen openen, en werkelijk getuige zijn van, en waardering hebben voor de schoonheid en heiligheid, het geschenk en de mogelijkheid, van G-ds geliefde land, zelfs wanneer de omstandigheden moeilijk zijn. Moge Hasjem ons een makkelijke en goede levensonderhoud geven, stabiliteit en gemoedsrust, zodat wij Hem al onze dagen op de juiste manier kunnen dienen. En mogen wij de woorden van koning David waardig zijn: “Sjievtie be’bees Hasjem le’orech Jamim” om te wonen in het Huis van G-d, voor lengte van dagen (Psalm 27:4).