Enkele weken geleden, tijdens de voorjaarsvakantie, waren we met onze jongste dochter, haar man, en hun twee zoons van 9 en 11 jaar in Israël. Het was er rustig en vredig. We konden grote delen van het land bezoeken. Maar vijf dagen na onze thuiskomst, barstte de oorlog los.
Vlak voordat Joden wereldwijd Poeriem zouden vieren, werd de Haman van onze tijd (Khamenei) gedood. Bij het Poeriemfeest wordt gedacht aan de redding van het Joodse volk door het moedige optreden van de Joodse vrouw Esther, en hoe het complot van Haman verijdeld werd.
We zijn heel dankbaar dat we veilig thuis waren op het moment dat de gevechten begonnen. We leven intens mee met onze vrienden in Israël, die dit jaar Poeriem in de schuilkers moesten vieren. En met de mensen in Iran/Perzië.
Op onze tweede dag in Israël waren we in Galilea. Ik vind het altijd heel bijzonder om de plaatsen rondom het Meer van Galilea te bezoeken. Daar heeft de Here Jezus rondgewandeld met Zijn discipelen. De natuur was in die tijd ongeveer hetzelfde: het Meer, de bergen en dalen, allemaal groen! Zo was het in Bijbelse tijden ook.
Die Bijbelse tijden komen tot leven als we bij de opgraving van Magdala komen. In 2009 hebben archeologen de unieke Joodse stad uit de eerste eeuw blootgelegd, waaronder een synagoge uit de tijd van Jezus. Ze hebben inmiddels een marktplaats, een vissershaven en rituele baden blootgelegd. Ook werd de beroemde Magdalasteen ontdekt met een afbeelding van de menora. Deze stenen kist werd waarschijnlijk gebruikt om de Thorarollen in te bewaren.
In de tijd van Jezus was dit een bloeiend vissersdorp met een rijk religieus Joods leven. Jezus heeft daar na alle waarschijnlijkheid gesproken in de synagoge en een bijzondere vrouw uit het dorp ontmoet: Maria Magdalena.
Als we met Jezus lijden, zullen we ook met Hem verheerlijkt worden. Net als Maria uit het plaatsje Magdala.
Maria woonde daar in dat plaatsje Magdala, aan het Meer van Galilea. Lucas 8:2 introduceert haar als "Maria, genaamd Magdalena" (Statenvertaling) of "Maria uit Magdala" (NBG 1951). Ze was een hoogstaande en welgestelde vrouw, maar eigenlijk diep ongelukkig. Ze was namelijk bezeten door zeven demonen en leed verschrikkelijk. Toen gebeurde er een wonder: Jezus geneest haar. Haar leven is daarna nooit meer hetzelfde. Ze laat alles achter zich en volgt Jezus overal waar Hij gaat.
In haar liefde en toewijding overtreft ze alle andere discipelen. Als Jezus onderweg is, zorgt zij ervoor dat Hij niets tekort komt. Ze blijft bij Hem, ook als het moeilijk wordt. Bij Zijn proces, in het huis van Pilatus en als Hij bespot en gehoond wordt. Als Hij aan het kruis hangt, is zij erbij, terwijl bijna alle andere discipelen Hem verlaten hebben. Ze is erbij als Hij in het graf gelegd wordt (Matteüs 27:61; Marcus 15:47; Lucas 23:55).
Als eerste is ze de volgende morgen heel vroeg weer bij het graf. Als eerste is zij getuige van het lege graf. Als eerste ontmoet zij de opgestane Heere en ontvangt zij Zijn eerste boodschap: “Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God” (Johannes 20:17 en 18).
Wat geweldig dat Jezus ons Zijn “broeders en zusters” noemt (Marcus 3:35)! Zijn Vader is ook onze Vader en Zijn God is ook onze God. We zijn, samen met Jezus, erfgenamen (Romeinen 8:16,17). Als we met Hem lijden, zullen we ook met Hem verheerlijkt worden. Net als Maria uit het plaatsje Magdala.
Jezus heeft veel voor Maria gedaan. Maria Magdalena heeft veel voor Hem gedaan! Vraag niet alleen: wat kan Jezus voor mij doen, maar: wat kan ik voor Hem doen. Hij heeft al bewezen dat Hij van ons houdt, door Zijn leven voor ons te geven. Ik mag mijn leven aan Hem geven, en gehoorzaam doen wat Hij zegt en zo een licht te zijn in deze donkere wereld (Matteüs 5:16).
Het vissersplaatsje Magdala aan het Meer van Galilea werd in het jaar 67 verwoest door de Romeinen. Drie jaar voor de verwoesting van de tempel in Jeruzalem. Tot 2009 lag deze stad onder het puin begraven. Maar nu is de plaats weer tot leven gekomen en kunnen wij ons een beeld vormen hoe het was in de tijd van Jezus. Zo komt de Bijbel tot leven. En gaan de stenen spreken!