Er is iets merkwaardigs aan de hand met Israël. Er is in de Bijbel op diverse plaatsen sprake van een diepe doofheid en blindheid, en een verhard hart. Dat lees je wat Israël betreft al vlak na de uittocht uit Egypte. Mozes zegt in Deuteronomium 29:2-4: “Mozes dan riep geheel Israël tot zich en zei tot hen: Gij hebt alles gezien wat de Heere in het land Egypte voor uw ogen Farao, al zijn dienaren en zijn gehele land heeft aangedaan. (…) Doch de Heere heeft u geen hart gegeven om te verstaan of ogen om te zien, of oren om te horen, tot op de huidige dag.”
Dat kan dus gebeuren. Je hebt alles gehoord en gezien wat er gebeurd is. Er was niets mis met je ogen of je oren. En toch…Je begreep het niet echt. Het drong niet tot je door. Er was geen innerlijk verstaan. En als reden daarvoor noemt Mozes dat dit in het geval van Israël komt doordat de Heere Israël geen hart gaf om te verstaan of ogen om te zien of oren om te horen. De Heere kan kennelijk het hart verharden en de ogen verblinden en de oren doof maken.
Kan zoiets ook de christenheid overkomen? Niet een door de Heere bewerkte doofheid en blindheid, maar iets dat de christenheid zichzelf in de loop der eeuwen bewust heeft aangedaan? Want er is heel wat te zien in onze dagen. Wat eeuwenlang onmogelijk scheen, is nu al tientallen jaren aan de gang. Israël keert terug naar het Beloofde Land.
Psalm 132:13-14 zegt: “Want de Heere heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd: Dit is Mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd.” Wie spreekt hier? Een Jood of een Arabier of een Israëli of een Palestijn? Neen. Hier spreekt de Allerhoogste God, Schepper van hemel en aarde. We zien al tientallen jaren de machtige hand van de Allerhoogste in actie.
Tegen Israël zegt Hij in Jesaja 43:5-7: “Vrees niet, want Ik ben met u [Israël]; Ik doe uw nakroost van het oosten komen en vergader u van het westen. Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: Houd niet terug, breng Mijn zonen van verre en Mijn dochters van het einde der aarde, ieder die naar Mijn Naam genoemd is, en die Ik geschapen heb tot Mijn eer, die Ik geformeerd heb, die Ik ook gemaakt heb.”
Als we noord-zuid-oost-west in de Bijbel lezen, moeten we natuurlijk ons in gedachten verplaatsen naar Israël en Jeruzalem, want daar is de Bijbel ontstaan. En dan op de wereldkaart kijken naar het oosten en het westen, en naar het noorden en het zuiden. En zo zien wij het Joodse volk terugkeren uit alle windstreken, uit alle werelddelen. Terug naar het Beloofde Land Israël. Omdat de tijd is aangebroken dat de Heere Zijn volk genadig is en terugbrengt naar Zijn land, en Zijn stad Jeruzalem.
De Heere doet dat met heel Zijn hart en heel Zijn ziel. Voor zover ik weet de enige tekst in de Bijbel die spreekt over het hart en de ziel van God. In Jeremia 32:40-41 zegt Hij: “Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel Mijn hart en heel Mijn ziel.”
“We zouden de Allerhoogste moeten smeken om genade voor wat wij Zijn volk, en Zijn land, en Zijn stad Jeruzalem hebben aangedaan en nog steeds aandoen.”
Vraag: Ziet de wereld dat? Zien de volkeren dat? Ziet de christenheid dat? Zien u en ik dat? Dringt het tot ons door? Of hebben we ons hart en verstand geblokkeerd met allerlei blokkades die ons beletten om echt te zien wat we waarnemen met onze ogen en oren? Sommigen zien het wel. De meesten niet. Je kunt iets zien en het toch niet echt zien. Het dringt niet echt tot je door. En het overgrote deel van de mensheid ziet het niet. Ook in de kerk niet. Velen zijn ‘doof en blind’ geworden. Door theologische opvattingen die eeuwenlang verkondigd zijn. Dat wordt ‘vervangingstheologie’ of ‘vervullingstheologie’ genoemd.
Eeuwenlang had de christenheid geleerd en geloofd dat zij als kerk van Christus het Joodse volk als uitverkoren volk van God verving. Dat God Zijn volk Israël verworpen had, omdat het Joodse volk voor het overgrote deel Jezus verworpen had - terwijl de kerk juist Jezus aangenomen had. Een christelijke theologie die eeuwenlang leidde tot Jodenhaat en Jodenvervolging, met als climax de Holocaust die plaatsvond in de christelijke landen van Europa. Voor Joden was geen toekomst meer, leerde de kerk. Het oordeel Gods rustte op dit volk, leerde de kerk. En ineens bleek dat volkomen onjuist te zijn. God begon Zijn volk Israël te leiden naar een nieuwe toekomst, met als eerste stappen: de terugkeer uit alle delen van de wereld naar het Beloofde Land Israël, en de oprichting van de Joodse staat Israël in 1948 en de bevrijding in 1967 van de stad Jeruzalem na negentien jaar bezetting door Jordanië.
“Want de Heere heeft Sion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd: Dit is Mijn rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd.” Het is Zijn land. Het is Zijn berg Sion, de Tempelberg. Het is Zijn huis dat komen gaat en waarvan Hij zegt dat het Zijn rustplaats is. Voor hoe lang? Voor immer. De HSV-vertaling zegt: “Mijn rustplaats tot in eeuwigheid.” We zien God in actie.
Als we het écht zouden zien, met geopende ogen en geopende oren, hoe de Allerhoogste Zijn recht op Zijn land en op Zijn stad nú doet gelden om daar voor eeuwig te gaan wonen te midden van Zijn volk Israël, dan zouden we op onze knieën moeten vallen van schaamte. En schuld belijden voor twintig eeuwen christendom vol Jodenhaat. En eindelijk solidariteit met het Joodse volk moeten tonen, waar ook ter wereld. En de Allerhoogste smeken om genade voor wat wij Zijn volk, en Zijn land, en Zijn stad Jeruzalem hebben aangedaan en nog steeds aandoen.