“Want de HEERE, uw God, brengt u in een goed land: een land met waterbeken, bronnen en diepe wateren, die ontspringen in het dal en op het gebergte; een land met tarwe en gerst, wijnstokken, vijgenbomen en granaatappels; een land met olierijke olijfbomen en honing” (Deuteronomium 8:7-8).
Verbonden met het land
In Israël is het planten van fruitbomen niet alleen een daad van cultivatie. Het is een daad van toewijding en verbondenheid met het vestigen van het land. Fruitbomen herinneren het Joodse volk aan hun diepe band met de grond, een band die zowel fysiek als spiritueel is.
Als je het Joodse volk wilt begrijpen, leert de profeet Jesaja, kijk dan eerst naar de boom (כימי העץ ימי עמי). Kijk naar de wortels, de takken, de vruchten en zijn onwrikbare toewijding om door te blijven groeien. Net als de boom is het Joodse volk diep verbonden met het land, gevoed door de Thora en Joodse grondbeginselen, groeiend door gebed, geloof en toewijding, altijd omhoog reikend naar de hemel om te versterken, te bloeien en vrucht te dragen.
De granaatappel, een van de zeven soorten, heet rimon in het Hebreeuws. Het woord komt van het Latijnse pomum (appel) en granatus (zaad).
Zo’n 4000 jaar v.Chr. kweekte men al in Perzië (Iran) deze bomen van de mirte-familie. Van de in 1000 v.Chr. uit Eretz Israël geïmporteerde granaatappels maakten de Hebreeërs, die toen in Egypte woonden, gekruide wijn. Granaatappelboomtakken werden gebruikt om het Paaslam te roosteren.
Kunst
Het granaatappelmotief is terug te vinden in oude Joodse kunst en speelt een prominente rol in de tempel van Salomo en de priestergewaden. Het symbool van de vrucht werd afgebeeld op munten, glas, synagogekunst en nog veel meer.
De overvloedige zaden maakte de granaatappel tot een vruchtbaarheidssymbool en haar sierlijke vorm was te zien op menig kunstobject. Aan de zoom van het hogepriesterlijke gewaad hingen gouden belletjes en granaatappeltjes (Exodus 28:33). In 1 Koningen 7:20 lezen we dat om de kapitelen van Boaz en Jachin, de twee pilaren van Salomons tempel, tweehonderd rijen granaatappels hingen.
Een afbeelding van een granaatappel stond op munten uit de tijd van Bar Kochba en tegenwoordig ook weer op de nieuwe Israëlische twee-sjekelmunt. Handvaten van Thorarollen worden vaak afgedekt met zilveren houders die rimoniem genoemd worden.
613 zaden
Volgens de Joodse traditie heeft een granaatappel 613 zaden, die overeenkomen met de 613 mitswot (ver- en geboden). We hebben ze eens geteld, gewoon voor de lol, en tot onze verbazing bestond de vrucht inderdaad uit 613 zaadjes. De volgende soort, een veel kleinere, had er echter maar een paar honderd. Niet alleen de grootte van de vrucht varieert, maar ook de smaak. De pitjes zien eruit als donkerrode, middelrode tot roze-witte robijnen, en de smaak kan variëren van zuur, zoet en scherp tot heel zoet.
Wat wel bijzonder is, is dat de granaatappelbloemknop een vorm van de Davidsster heeft!
De granaatappel representeert vruchtbaarheid, kennis, leren en wijsheid. Sommige Joodse geleerden geloven dat de granaatappel de ‘verboden’ vrucht in het paradijs was.
Joods Nieuwjaar
Tijdens de maaltijd op Rosj HaSjana (Joods Nieuwjaar) worden appels in honing gedoopt – voor een ‘zoet’ nieuwjaar - en ronde challa (brood) gegeten, symbool van de nieuwe jaar cyclus. Op de tweede feestavond is het gewoonte om een ‘nieuwe’ vrucht te eten die dat jaar nog niet eerder gegeten is. Velen kiezen dan een granaatappel. Sefardische Joden spreken daarbij het volgende gebed uit: “Moge het Uw wil zijn, o, Schepper, dat ons jaar rijk en overvloedig gevuld mag zijn met zegeningen, zoals de granaatappel rijk en gevuld is met zaad.” De Midrasj vergelijkt het aantal zaadjes van de vrucht met de 613 mitswot in de Thora: “Zelfs de leegste onder jullie zitten vol goede daden, net als een granaatappel.”
Verschillende doeleinden
In bijbelse tijden werd de granaatappel gebruikt om wijn te maken, medicijnen te bereiden, eten op smaak te brengen en kleding te verven. Maar zelfs vandaag de dag worden de bloemen nog steeds gebruikt om rode kleurstof te maken en de schors voor het looien en verven. Uiteraard wordt de vrucht nog steeds gegeten, tot sap verwerkt en voor medische doeleinden gebruikt.
Vergelijking
Het Joodse volk kan je vergelijken met een granaatappelboom. Net zoals de stabiliteit en de kracht van een boom voortkomen uit zijn verborgen wortels, en hoe dieper en beter gevoed ze zijn, hoe sterker de boom wordt, zo geldt dat ook voor hun wortels. De Joodse geschiedenis is er een van veerkracht. Net als de boom die stormen en droogte doorstaat, heeft de natie ballingschap, vervolging, bloedbaden en verwoesting doorstaan. En toch blijft ze groeien. Zelfs wanneer de takken gebroken zijn en vruchten ontbreken, blijven ze standvastig, trouw aan hun doel en vastbesloten om vrucht te dragen. Omdat ze geen andere keus hebben.
De Israëlwinkel verkoopt deze maand heerlijke, verse granaatappels uit Israël. U kunt ze hier bestellen.