Ze huilt. Het achtjarige dochtertje van mijn vriendin. Ontroostbaar. Wat er precies aan de hand is, kan ze niet uitleggen. Het enige wat ze duidelijk maakt, is dat ze niet naar school wil. "Ook niet als we je brengen en even blijven?" Nee. Dan huilt ze alleen maar harder.
Ik ga even langs bij een vriendin in ons dorp. Het is rond tien uur ’s ochtends. Ik probeer het kleine meisje af te leiden, maar niets helpt. Dan vertelt haar moeder wat er is gebeurd. De dag ervoor, hier in ons dorp, ging rond acht uur ’s ochtends ineens het alarm af. Vrijwel meteen daarna volgden enorme knallen. Ik was zelf net aan het wandelen en moest ook halsoverkop een schuilkelder zoeken.
“Maar”, zegt mijn vriendin, “dit was geen toeval. Het was de eerste dag, na al die weken, dat besloten was dat onze kinderen weer naar school mochten. Niet met de bus, ouders moesten ze zelf brengen. En alleen naar scholen met beveiligde ruimtes.”
Hezbollah wist dat dit het moment was waarop onze kinderen naar school gaan.
Mijn vriendin was net onderweg om haar dochter weg te brengen toen de sirenes begonnen. Ze zette snel haar auto langs de kant van de weg en stapte uit, samen met haar dochtertje. Iets verderop gingen ze op de grond liggen. "Met mijn lichaam heb ik haar bedekt," vertelt ze.
Boven hen waren de harde knallen te horen, raketten die door de Iron Dome uit de lucht werden geschoten. Daarna is het afwachten wat er aan brokstukken naar beneden komt. "Geen toeval," zegt ze nog eens. "Hezbollah wist dat dit het moment was waarop onze kinderen naar school gaan."
Dit is de realiteit van het noorden. En jarenlang was dit de realiteit van het zuiden. Er is nu een staakt-het-vuren, ik durf het amper uit te spreken. Laten we hopen en bidden…