Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Israël in oorlog

Analyse

Terug naar overzicht

De heidenvolken vertrappen Jeruzalem

Door Andrew Tucker - 

27 augustus 2026

F240312CG21 (1)

Jeruzalem, de stad die de heidenvolken vertrappen. | Foto: Flash90

Deze week is er op drie verschillende fronten vooruitgang geboekt bij drie afzonderlijke internationale overeenkomsten. Israël werd in elk geval ofwel uitgesloten van de onderhandelingen, ofwel terzijde geschoven.

Ten eerste wordt er een nieuw soennitisch nucleair defensieblok gevormd zonder dat Israël aan tafel zit. Ten tweede zijn Palestijnse facties begonnen met het smeden van een coalitie die, voor het eerst, Hamas en de Islamitische Jihad een zetel zou kunnen geven in een “legitiem” Palestijns parlement. En tijdens het ontwapeningsproces in Gaza werd volgehouden dat de kloof met Israël kleiner werd, terwijl het leger juist elke weer wapens van Hamas in moskeeën aantrof.

Deze ontwikkelingen herinneren ons aan de woorden van Jezus over de eindtijd: “En Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn.” Inderdaad, vandaag de dag zien we dat de heidense (d.w.z. niet-Joodse) naties allerlei plannen en overeenkomsten sluiten die de toekomst van Jeruzalem beïnvloeden. We weten echter dat aan dit vertrappen een einde zal komen en dat de Heere de plannen zal verijdelen van de volken die de vernietiging van Israël nastreven:

“De HEERE vernietigt de raad van de heidenvolken, Hij verbreekt de gedachten van de volken. Maar de raad van de HEERE bestaat voor eeuwig, de gedachten van Zijn hart bestaan van generatie op generatie” (Psalm 33:10-11).

“Israël wordt stilletjes volledig uit de nieuwe regionale architectuur geschreven en behandeld als een diplomatieke paria in het landschap na 7 oktober.”

— Elie Podeh, professor aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem

Een nieuw defensiepact in Mekka — en Israël staat niet op de gastenlijst

Saoedi-Arabië, Turkije en Pakistan hebben begin augustus in Mekka een wederzijdse defensieovereenkomst ondertekend. Deze overeenkomst beschouwt een aanval op een van de ondertekenaars als een aanval op alle drie — een verbintenis in de stijl van artikel 5 van de NAVO binnen een blok dat Saoedisch geld, Pakistaanse militaire ervaring en kernwapens combineert met een van de grootste legers van de NAVO zelf, dat van Turkije. Het werd aangekondigd als een defensieve regeling. Het wordt nu al geïnterpreteerd als iets anders.

In een artikel in Gatestone herleidt Khaled Abu Toameh het pact tot een vertrouwensdeficit dat al jaren aan de gang is: de Iraanse aanval van 2019 op de faciliteiten van Saudi Aramco en de teleurstellende reactie van Washington daarop, die naar verluidt “vrijwel elk Saoedisch vertrouwen in de Amerikaanse veiligheidsbelofte tenietdeed,” volgens een analyse van het Middle East Institute die hij aanhaalt.

Die interpretatie – dat bondgenoten zich indekken omdat ze er niet langer op vertrouwen dat de Amerikaanse veiligheidsparaplu stand zal houden – is inmiddels een bekend refrein in mijn artikelen, en past in een patroon van Gaza tot Hormuz waarbij Washington crises aanpakt met verklaringen in plaats van daadwerkelijke actie.

Wat het pact tot meer maakt dan een verzekeringspolis voor de Golf, is wie er deel van uitmaakt. Jonathan Spyer, directeur van het Middle East Forum, beschrijft de retoriek die uit de Turkije-Pakistan-Saoedi-Arabische groepering komt als “gezamenlijk en uiterst anti-Israël” — en wijst specifiek op Turkije en Qatar als “financiële ondersteuners” van Hamas, niet louter als sympathiserende toeschouwers.

Abu Toameh gaat nog verder en stelt de scherpe vraag of de nucleaire beschermingsparaplu van Pakistan – de enige in de moslimwereld – in een toekomstig scenario ook Turkije bescherming zou kunnen bieden tegen Israëlische vergeldingsmaatregelen. Niets in de tekst van de overeenkomst wijst daarop. Maar gezien de recente geschiedenis van de regio is het niet onredelijk om die vraag te stellen.

Elie Podeh, een professor aan de Hebreeuwse Universiteit die in de Jerusalem Post schrijft, ziet een subtieler gevaar dan een gedeelde nucleaire beschermingsparaplu. Hij stelt dat het oude blokkensysteem – de door Iran geleide ‘As van het Verzet’ tegen een “gematigd” soennitisch-Arabisch kamp – uiteenvalt in een chaotischer geheel van overlappende, soms tegenstrijdige allianties; met name Pakistan onderhoudt zijn eigen banden met Iran, zelfs nu het toetreedt tot een door Saoedi-Arabië geleid pact dat deels bedoeld is als bescherming tegen Iran.

Daarnaast schieten nieuwe platforms als de ‘Groep van Acht’ en het ‘Kwartet’ (R4) als paddenstoelen uit de grond. Het is veelzeggend dat Egypte hieraan niet heeft deelgenomen. Podehs zorg voor Israël is niet van militaire aard – het gaat om uitsluiting. Volgens hem wordt Israël stilletjes volledig uit de nieuwe regionale architectuur geschreven en behandeld als een diplomatieke paria in het landschap na 7 oktober, terwijl voormalige rivalen rondom het land nieuwe kaders opbouwen.

“Turkije bouwt nu al 'een 200.000 man sterk nieuw Syrisch leger op, gecontroleerd en bemand door soennitisch-islamitische commandanten' — geen symbolisch gebaar, maar een vaststaand militair feit aan de noordgrens van Israël.”

Er is nog een derde aspect dat noch Abu Toameh noch Podeh benadrukt, maar dat wel in het beeld thuishoort. Oded Ailam van het Jerusalem Center for Security and Foreign Affairs stelt dat de echte begunstigde van het pact helemaal niet Riyad, Ankara of Islamabad is – het is Peking. China kan zijn invloed in de regio uitbreiden zonder ook maar één eigen veiligheidsverplichting op zich te nemen: “China hoeft niet de veiligheidsgarant van de regio te worden”, schrijft Ailam. “Het volstaat voor Peking om de camera’s, drones, raketten, havens en fabrieken te verkopen.”

De al decennialange relatie van Pakistan met Chinese wapensystemen maakt het land tot een natuurlijke toegangspoort, en de commerciële cijfers stellen alles op militair gebied in de schaduw: de Chinese handel met Saoedi-Arabië en de VAE bedroeg in 2025 elk ongeveer 108 miljard dollar. Ailams visie is eerder geduldig dan gealarmeerd – “China kijkt niet. Het wacht af” – en zijn advies aan Israël is niet om de gunst van Saoedi-Arabië na te jagen, maar om de banden met de VAE te verdiepen, zodat geen enkele externe macht onbetwiste invloed over de regio krijgt.

Spyer zelf is inmiddels, in een afzonderlijk artikel voor het Middle East Forum, nog verder gegaan in zijn beschrijving van wat dit blok precies wel en niet is. Hij is sceptisch over de formele militaire waarde van het pact. Volgens hem is er bij de wederzijdse defensieclausule zelfs “minder aan de hand dan het lijkt”. Tegelijkertijd stelt hij dat daarmee wordt onderschat wat er werkelijk van belang is: de overeenkomst formaliseert en verstevigt een conservatief soennitisch-islamistisch blok dat in de praktijk al bestond.

Turkije, Pakistan en Qatar vormen volgens hem de werkelijke kern van dit blok. Saoedi-Arabië neemt als meer terughoudende en afwachtende deelnemer deel, terwijl ook de nieuwe regering van al-Sharaa in Syrië als vierde land bij het blok is betrokken.Turkije, merkt Spyer op, bouwt nu al “een 200.000 man sterk nieuw Syrisch leger op, gecontroleerd en bemand door soennitisch-islamitische commandanten” — geen symbolisch gebaar, maar een vaststaand militair feit aan de noordgrens van Israël.

Spyer noemt drie specifieke gevaren voor Israël: een gezamenlijke anti-Israëlretoriek die wordt ondersteund door daadwerkelijke actie, aangezien Turkije en Qatar, naast Iran, financiële ondersteuners van Hamas zijn in plaats van louter sympathiserende stemmen; Jeruzalem zelf als het verbindende symbool van het blok, dat volgens hem “waarschijnlijk het symbolische element zal vormen dat de opkomende groep samenbindt”; en de mogelijkheid dat het gepraat over normalisatie vanuit sommige van dezelfde staten eerder een dekmantel is dan oprechtheid.

Hij haalt een verslag van het Israëlische Channel 11 aan waarin wordt gesuggereerd dat niet nader genoemde regeringen Israël zouden adviseren om overeenkomsten te sluiten als uitsteltactiek in afwachting van een toekomstig conflict, en niet als een oprecht vredespad. De retoriek die dit onderbouwt, is niet subtiel: hij citeert Erdogan die verklaart: “Het zionisme bedreigt niet alleen mij… het bedreigt iedereen”, en de Pakistaanse minister van Defensie Khawaja Asif die openlijk oproept tot een “verenigd militair front” tegen Israël.

Breng je deze vier argumenten bij elkaar, dan is het beeld niet geruststellend. Een blok dat deels is ontstaan uit wantrouwen in Amerikaanse garanties, doordrenkt met openlijke anti-Israëlische retoriek en praktische steun aan Hamas, en dat zich vormt op het moment dat Israël zijn plaats aan de onderhandelingstafel verliest in de nieuwe diplomatieke architectuur van de regio — en dat op een manier die China een voet aan de grond geeft waarvoor het niet hoefde te vechten, terwijl de kernleden van dit blok legers opbouwen en retoriek hanteren die expliciet op Israël is gericht, en zich scharen rond Jeruzalem als een verbindende zaak.

Of het nu uitgroeit tot de veiligheidsdreiging waarvoor zowel Abu Toameh als Spyer waarschuwen, het diplomatieke isolement dat Podeh beschrijft, of de stille Chinese verankering die Ailam ziet aankomen: alle vier wijzen ze in dezelfde richting: minder opties voor Israël, minder bondgenoten die bereid zijn deze te ondersteunen, en rivalen die in het openbaar misschien over vrede praten, maar volgens Spyers bronnen achter de schermen andere plannen smeden.

Palestijnen op weg naar verkiezingen met Hamas en Islamitische Jihad op het stembiljet

In 1993 sloten Israël en de PLO de Oslo-akkoorden, waarmee een reeks Palestijnse instellingen werd opgericht, waaronder de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad. De afgelopen drie decennia werden deze instellingen gecontroleerd door de Fatah-partij, die sinds de dood van Yasser Arafat in 2004 wordt geleid door Mahmoud Abbas. De uitzondering is de Gazastrook, waar Hamas in 2006 Fatah versloeg en in 2007 de controle over de Strook overnam in een bloedige burgeroorlog.

De verkiezingen voor de Palestijnse Wetgevende Raad staan gepland voor 28 november – de eerste sinds 2006 – en het gekonkel in de aanloop naar die datum zou iedereen zorgen moeten baren die de veiligheid van Israël volgt, niet alleen de politiek in Ramallah. In de Jerusalem Post schrijft Dana Ben-Shimon dat rivaliserende facties in Caïro bijeenkwamen om een coalitie in de vorm van een “brede nationale lijst” te vormen, die er nadrukkelijk op gericht is president Mahmoud Abbas en de officiële Fatah-lijst uit het zadel te wippen. De bedoeling is niet subtiel: een Palestijnse bron bij de besprekingen verwoordde het als: “We willen Abbas ten val brengen; we willen een einde maken aan zijn dominantie.”

Deze campagne wordt grotendeels geleid door Mohammed Dahlan, de verbannen voormalige veiligheidschef van Fatah die met de partij brak, en is zowel structureel als politiek van belang - volgens de Palestijnse wet krijgt het grootste blok in het nieuwe parlement het recht om de volgende regering te vormen. Abbas geeft het veld niet zomaar op; zijn plaatsvervanger, Hussein al-Sheikh, heeft zelf een tegen-delegatie naar Caïro geleid.

“De verkiezingen voor de Palestijnse Wetgevende Raad staan gepland voor 28 november en het gekonkel in de aanloop naar die datum zou iedereen zorgen moeten baren die de veiligheid van Israël volgt.”

Wat dit van een interne machtsstrijd tot een veiligheidskwestie maakt, is wie er naar verluidt nog meer deel uitmaakt van die coalitie. Khaled Abu Toameh van Gatestone meldt dat Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ) zich aansluiten bij de anti-Abbas-alliantie – de eerste keer dat de PIJ ooit deelneemt aan parlementsverkiezingen van de Palestijnse Autoriteit. Abu Toameh stelt dat er niets is veranderd aan de ideologie van beide groeperingen sinds zij voor het laatst aan de macht waren: Hamas behaalde 74 van de 132 zetels bij de verkiezingen van 2006, de laatste die de Palestijnen hielden, en gebruikte het daaruit voortvloeiende mandaat om in 2007 Gaza met geweld van de PA in te nemen.

Deelname via een coalitielijst in plaats van als zelfstandige partij schrijft die geschiedenis niet opnieuw, zo stelt hij — het dreigt juist het tegenovergestelde te bewerkstelligen, namelijk dat organisaties die het bestaan van Israël ronduit afwijzen, een nieuwe aanspraak op democratische legitimiteit krijgen. Hij citeert de Palestijns-Amerikaanse analist Ahmed Fouad Alkhatib, die stelt dat "Hamas nooit meer het vertrouwen mag krijgen als het gaat om de Palestijnse politiek” en dat de beweging eerst "na haar nederlaag ter verantwoording moet worden geroepen” voordat zij weer aan de onderhandelingstafel kan plaatsnemen. Hij sluit af met zijn eigen duidelijke grens: "Tenzij het antwoord op al deze vragen ondubbelzinnig ja is, mogen terroristen geen rol spelen in verkiezingen, de regering of de Palestijnse besluitvorming.”

De twee stukken lezen bijna als twee helften van hetzelfde dossier. Ben-Shimons verslaggeving betreft de mechanica – Abbas versus Dahlan, Caïro als locatie, de juridische hefboom dat de grootste fractie de regering vormt. Abu Toameh levert de onderliggende waarschuwing: dat 2006 het precedent is waar niemand rekening mee lijkt te houden. Een internationaal gezegende verkiezing bezorgde Hamas een parlementaire meerderheid, en een jaar later mondde die meerderheid uit in een bloedige machtsovername in Gaza. Als Hamas en de PIJ in november uiteindelijk deel uitmaken van een winnende coalitie in plaats van erbuiten te blijven staan, is de vraag niet alleen wie de Palestijnse Autoriteit leidt — maar ook of hetzelfde scenario dat in 2007 tot de situatie in Gaza leidde, nu voor de Westelijke Jordaanoever wordt geschreven.

Conclusie

Deze ontwikkelingen blijven ons eraan herinneren dat de volken – in hun onwetendheid en hoogmoed – “Jeruzalem blijven vertrappen”, zoals Jezus voorspelde. Dit is een voortdurend teken van de toekomstige verzameling van de volken tegen Jeruzalem, wanneer de Heere zelf zal ingrijpen om Zijn volk te beschermen en die volken te vernietigen. Te midden van deze dreigende ontwikkelingen is het belangrijk niet te vergeten dat de Heere blijft werken om Zijn doelen te verwezenlijken. Zoals beloofd door de profeten, brengt Hij het volk van Israël terug naar het land – met name Jeruzalem, Judea en Samaria – als een teken voor de volken dat Hij alleen God is. Daarbij gaat Hij met Zijn volk om en verandert Hij hun harten van steen in harten van vlees.

Gebed

Bid voor Israël en haar leiders, in de weken voorafgaand aan de verkiezingen in Israël – dat onderscheidingsvermogen de overhand krijgt boven de diplomatieke druk om vrede af te kondigen voordat er daadwerkelijk vrede is.

Bid voor de vijanden van het Joodse volk – voor Hamas en de Islamitische Jihad, voor de architecten van nieuwe allianties die zijn gebaseerd op oude haat – dat hun harten van steen in harten van vlees mogen worden veranderd.

Bid voor de vrede van Jeruzalem, en voor het Joodse volk dat keer op keer wordt gevraagd te vertrouwen op overeenkomsten die steeds weer hol blijken te zijn.

En bid voor de spoedige komst van de Messias van Abraham, Isaak en Jakob, die als enige de veiligheid en vrede kan brengen die geen enkel pact, geen enkele coalitie en geen enkel bestuur tot nu toe heeft weten – of kan – bieden.

Andrew Tucker

De auteur

Andrew Tucker

Andrew Tucker is jurist, hoofdredacteur van Israel & Christians Today en directeur van thinc. - The Hague Initiative for International Cooperation www.thinc.info

Doneren
Abonneren
Agenda