Dagboek: Een geweldige conferentie
Door Opperrabbijn Binyomin Jacobs -
16 april 2026
Plotseling valt het me op dat mijn spierpijn in mijn nek verdwenen is na de acht dagen matses. Een van de onverwachte fysieke bijwerkingen van de matses? Of misschien toch psychisch, en doordat ik Pesach (bijna) helemaal weg was van de dagelijkse rabbinale beslommeringen en lichaam en geest nauw met elkaar verbonden zijn, hebben die spieren kennelijk rust gevonden en besloten om mij (tijdelijk?) met rust te laten.
Maar na Pesach was het weer: alle hens aan dek. Een scala aan e-mails, besprekingen, interne en externe politiek, mensen met problemen, uitnodigingen om lezingen te geven en natuurlijk ook mooie en bemoedigende ontmoetingen.
Vandaag (15 april) zijn Blouma en ik afgereisd naar Brussel voor de jaarlijkse conferentie (die voor mijn gevoel vaker dan eens per jaar wordt gehouden) van de European Jewish Association (EJA). Onderwerp? Antisemitisme, want dat is helaas de grote zorg van alle Joodse gemeenten in Europa. Maar gelukkig is zo’n conferentie veel meer dan alleen het onderwerp. Er vinden ontmoetingen plaats, bestuurders (want EJA is bedoeld voor bestuurders van Joodse gemeenten) leren elkaar kennen en bespreken hun successen en moeilijkheden en wellicht ook hun rabbijnen.
Ontmoeting CDA
Maar voor dag-één-Brussel had ik dinsdag een dagje Den Haag. Eerst een kop koffie met onze nieuwe minister van Defensie Yesilgöz en daarna in de Tweede Kamer met CDA-fractievoorzitter Bontenbal en Tijs van den Brink, die de portefeuille antisemitisme beheert. Wel grappig om Van den Brink regelmatig tegenover me te hebben gehad als interviewer bij onder andere Dit is de Dag en nu dus als CDA-portefeuilledrager. De boodschap die ik wilde overbrengen, was dat beveiliging van Joodse gebouwen en personen valt onder de categorie symptoombestrijding, maar paracetamol neemt de kwaal niet weg. De enige manier om de kwaal te elimineren is door middel van educatie, educatie, educatie… op onze scholen, universiteiten, in de thuis-entourage en in de AZC’s. Ik was om 16:00 uur thuis en toen om 18:00 uur naar de Hollandsche Schouwburg voor de jaarlijkse herdenking van de Holocaust.
Herdenking Hollandsche Schouwburg
Ook dit jaar weer een indrukwekkend gebeuren, hoewel een van de zeer goede sprekers aan het eind van haar sterke en indrukwekkende persoonlijke oorlogsgeschiedenis kennelijk even was vergeten dat de jaarlijkse herdenking een herdenking van de moord op 102.000 Nederlandse Joden was en niet bedoeld om een uitgesproken mening te laten horen over de politiek in het Midden-Oosten. Jammer, want wat kan ik nu nog als verweer gebruiken als op een school tijdens de educatie over de Holocaust de Midden-Oosten-problematiek wordt geïmporteerd en de herdenking van wat onze samenleving liet gebeuren, wordt gekaapt door huidige Jodenhaat. Maar verder was het indrukwekkend en weer geweldig georganiseerd en daarom had ik bovenstaande wanklank beter niet moeten vermelden, maar wat staat, staat en uitgummen lukt niet zo goed op het digitale papier.
“Dat wij Joden lijden onder antisemitisme, is inmiddels normaal, want we zijn Joods. Maar dat christenen door zich keihard in te zetten voor Israël en tegen antisemitisme strijden en dan ook de volle laag over zich heen krijgen, creëerde respect en misschien wel verbazing.”
Voorgesprek
Donderdag, dag twee dus van de EJA-conferentie, komen twee medewerkers van de gouverneur van Limburg naar Brussel. Niet voor de EJA-conferentie, maar om met mij “40-jaar Gouvernement aan de Maas” voor te bespreken. Tijdens die viering op 22 april zal er namelijk een panelgesprek zijn in de feestzaal van het gouvernement voor een publiek van ongeveer 250 personen in de stijl van collegetour, met als gespreksleider Twan Huys. Het thema waarover gesproken en gevraagd zal worden is democratie, ethiek en nog een aantal randvoorwaarden waaraan een samenleving dient te voldoen om als vredige en tolerante maatschappij te kunnen bestaan, zonder chaos en polarisatie. Mede omdat er voorkomen moet worden dat de Midden-Oosten-problematiek wordt geïmporteerd in het Limburgse, willen de organisatoren vooraf met mij, en naar ik verwacht ook met de andere panelleden, een voorgesprek.
Omdat mijn agenda de komende week propvol zit en dus even naar Maastricht vanuit het verre Westen er niet inzit, treffen we elkaar in Brussel tijdens de EJA-sluitingslunch. Reden dat ik dit vermeld, terwijl de viering pas volgende week is, is omdat de organisatie de 40-jaar wil vieren en een kaping van de viering door het importeren van Iran, Libanon of Gaza wil voorkomen. Voelt u waarom dit plotseling al schrijvende over de herdenking in de Hollandsche Schouwburg in mijn gedachten opkomt?
EJA-conferentie
De conferentie is geweldig. Op de vraag of je als Jood bang bent om anno 2026 zichtbaar Joods op straat te lopen, was de uitslag (stemming met de mobiele telefoons) 50 procent - 50 procent en op de vraag of de Joodse gemeenten zich na 7 oktober in de steek gelaten voelden door hun lokale en nationale overheden gaf 72 procent van de Joodse bestuurders aan dat ze zich niet gesteund wisten. Maar desondanks gaf de overgrote meerderheid duidelijk te kennen dat ze er niet over peinzen om hun Europese geboorteland te verlaten. Alleen de vertegenwoordiger van Ierland, woonachtig in Dublin, wil haar kinderen niet in haar geboorteland zien opgroeien. De reden: in Ierland wordt er van overheidswege geen enkele vorm van beveiliging geboden. De Joodse gemeenschap moet dat zelf verzorgen en bekostigen.
Terwijl ik zit te luisteren naar een paneldiscussie, moet ik dit dagboek afronden om het op tijd bij u, mijn trouwe volgers, te krijgen. Er wordt nu gesproken over de vraag of er voor de bescherming van de Europese Joden een aparte legale status moet worden gecreëerd om Joden te beschermen, maar wel of geen status apartus, allen zijn het erover eens dat in een situatie waarin Joden niet meer zichtbaar als Joden kunnen leven, dat het dan een legale verplichting van de overheid is om ons te beschermen, geen gunst!
Achter het spreekgestoelte neemt nu plaats ambassadeur rabbi Yehuda Kaploun, aangesteld door president Trump als speciale gezant voor het monitoren en bestrijden van antisemitisme. Hoe meet hij zijn succes, vraagt hij zichzelf af. Hoe weet hij of hij iets heeft bereikt? En het antwoord dat hij zichzelf geeft, luidt: als ik wakker word in de ochtend en er was die nacht/dag geen aanslag gepleegd, heb ik iets bereikt. Hij, reeds dertig jaar bevriend met Trump, benadrukte de inzet van Trump om antisemitisme te bestrijden en zijn vriendschap met Israël en het Joodse volk.
Ondertussen is ook Frank van Oordt aangekomen en gaf David Vandeputte een uiteenzetting over de inzet van Christenen voor Israël. Ik was daarvan niet onder de indruk, want ik ken Christenen voor Israël als mijn eigen broekzak. Maar alle anderen waren diep onder de indruk. Dat wij Joden lijden onder antisemitisme, is inmiddels normaal, want we zijn Joods. Maar dat christenen door zich keihard in te zetten voor Israël en tegen antisemitisme strijden en dan ook de volle laag over zich heen krijgen, creëerde respect en misschien wel verbazing.