Sluiten

Zoeken.

Brood van vervlogen tijden

Door Tal Hartuv - 

1 september 2023

2021 CVI website (52)

De seizoenen in Israël zijn niet echt verrassend. De lange zomers zijn voorspelbaar heet, in de winter daalt de temperatuur in de bergen bijna tot het vriespunt en de herfst en lente zijn korte seizoenen met perfecte dagen om de Joodse feesten te vieren.

Dit komt omdat de feesten door een combinatie van de maankalender en de zonnekalender worden bepaald. Hierdoor wordt de timing van de feesten met die van de seizoenen afgestemd, wat een succesvolle combinatie van het klimaat, de landbouw en het religieuze leven garandeert.

Graan verbouwen

In deze moderne tijd waarin dankzij technologie de groei en opslag van producten in geïsoleerde ruimtes mogelijk is, kunnen we bijna elke groente en fruit op elk moment van het jaar in de schappen van de supermarkt te vinden. Met brood is het echter anders. In tegenstelling tot fruit en groenten kan graan niet op commerciële schaal in kassen worden verbouwd. Er zijn enorme stukken land voor nodig. Graanboeren waren altijd al overgeleverd aan de elementen waaraan het land wordt blootgesteld en dat zal ook altijd zo blijven. Daarom is de methode voor het verbouwen van granen nauwelijks veranderd sinds Bijbelse tijden.

Brood was de belangrijkste bron van voedsel voor onze voorouders. Het was ook een onderdeel van de eredienst. Vanaf het Pesachfeest tot Sjavoe’ot moest het Volk van Israël een offer van gerst (een Omer genoemd) naar de Tempel brengen. Vandaag de dag wordt dit herdacht door dagelijks de Omer te tellen, waarbij nieuwslezers in Israël tijdens dit seizoen aangeven welke dag van de Omer het is. Anderhalve maand later volgt de tarweoogst, die gevierd wordt met het festival van Sjavoeot. In de tijd van de tempel werden twee broden als offer gebracht.

Van levensbelang

Hoewel er duizenden jaren lang verschillende granen in het land groeiden, werden gerst en tarwe als het hoofdvoedsel beschouwd. Brood was levensonderhoud. Brood was zo noodzakelijk en waardevol dat het ook goed was voor ruilhandel. Koning Salomo ruilde tarwe voor ceders om de tempel te kunnen bouwen.

Het is geen toeval dat het Hebreeuwse woord voor brood, LeHeM, dezelfde letters heeft als ‘krijger’ (LaHaM). Dit komt omdat brood maken slopend werk was en niet zomaar een kwestie van naar de supermarkt gaan zoals vandaag de dag. Kracht, doorzettingsvermogen en toewijding waren allemaal nodig voor het maken van brood.

Met behulp van een ruwe ploeg moest de boer de harde aarde doorbreken en vervolgens de grond verschillende keren omwoelen zodat het onkruid de pas geplante zaden niet zou verstikken. De zaden moesten dan weer bedekt worden met bovengrond om ze te verbergen voor de vogels. De oogst bestond uit het maaien van de gewassen, het naar de dorsvloer brengen om de stengels te breken, ze in de lucht gooien om de tarwe van de tranen te scheiden en tot slot het malen van het graan.

Maar hoe hard er ook gewerkt werd, zonder de regen uit de hemel zou het onmogelijk zijn om brood te maken. De boer was zich er dus zeer van bewust dat brood afhankelijk was van de genade van God.

Brood staat centraal

Geen wonder dus dat brood in het Jodendom in hoog aanzien staat. In tegenstelling tot elk ander voedsel wordt brood gegeten bij drie maaltijden tijdens de Sabbat en ook op de drie Pelgrimsfeesten. Pesach draait om het eten van brood - zij het ongezuurd. Het verwaarlozen van dit gebod leidt tot ernstige gevolgen: verbanning uit het eigen volk.

In het Jodendom is er een nogal ingewikkelde maar logische manier om God te zegenen voor voedsel. De verschillende zegeningen die voor en na het eten worden gezegd, hangen af van wat dat voedsel is. Brood heeft de ‘hoogste’ zegening. De zegen heeft zelfs zijn eigen naam, namelijk 'HaMotzei’, wat een afkorting is van ‘Hij die brood bracht van de aarde.’ Brood wordt zo belangrijk geacht dat het het enige voedsel is dat het ritueel wassen van de handen vereist voordat het wordt geconsumeerd.

Na elke maaltijd wordt een van de drie zegeningen gezegd, elk variërend in lengte. De zegen na het eten van brood is de langste en bevat veel verzen uit de Bijbel. Een lange traditie in zowel de Joodse als de Arabische gemeenschap is het ‘breken van brood’ of het delen van de maaltijd. Dit wordt gedaan als een gebaar van verzoening na een meningsverschil en als versterking van een vriendschap.

Brood van tegenwoordig

Tegenwoordig beslaan tarwevelden in Israël een oppervlakte van meer dan een miljoen dunams, 43% van onze totale landbouwgrond. Tarwe is aangepast om in de meeste delen van het land te groeien, van het regenachtige noorden tot het woestijnachtige zuiden waar de regenval minder dan 200 millimeter per jaar bedraagt. Elk jaar brengt de Israëlische tarwesector ongeveer 190 duizend ton graan en 900 duizend ton stro voor diervoeder op. Hoewel dit indrukwekkend is, is dit slechts 15% van de nationale tarwebehoefte voor menselijke consumptie. De rest moet uit het buitenland worden geïmporteerd.

Niet alleen het moderne brood in de schappen van de supermarkt wordt tegenwoordig in Israël gemaakt, ook het brood uit het oude Israël wordt in deze moderne tijd gebakken.

Brood van Bijbelse tijden

Aan de muur van een kleine bakkerij in Kibboets Einat bij de stad Petah Tikva hangt een zwart-wit foto van bakker Moshe Rozental en zijn vrouw Miriam. Moshe en Miriam kwamen in 1870 vanuit Polen naar het Land Israël. Tegen alle verwachtingen in, groeide zijn bedrijf uit tot een van de meest succesvolle bakkerijen van die tijd. Vijf generaties later gaat zijn nageslacht verder waar zijn voorouders ophielden en daarmee blaast Hagai Ben Yehuda nieuw leven in de eeuwenoude broodtradities van Israël.

Het heeft veel onderzoek gekost om een brood te maken dat lijkt op het brood dat in Bijbelse tijden werd gegeten. Eerst begon Hagai onderzoek te doen naar emmer, de ‘moeder van de tarwe’, het graan dat door het Volk van Israël werd gegeten.

Ongeveer honderd jaar geleden ontdekte Aharon Aronson, een Joodse landbouwkundige, dat emmer in het wild groeide in de buurt van de berg Hermon. Een kort telefoontje met het Israëlische landbouwonderzoeksinstituut stelde Hagai in staat om een aantal van deze oeroude Aronson-zaden te verkrijgen.

Hij gebruikte geen pesticiden en testte de beste manieren om emmer voor te bereiden, te zaaien en te oogsten met de seizoenen mee. In zijn bakkerij zijn bloem, water en zout de enige ingrediënten waaruit zijn Bijbelse zuurdesembroden bestaan. Ze hebben allemaal een donkere, kruimelige korst. Het serveren van het brood met boter, lokale olijfolie of honing zorgt ervoor dat deze moderne Israëlische bakker een publiek heeft getrokken. Het Joodse verleden is onlosmakelijk verbonden met het Israëlische heden, en het is brood, het oudste en ‘heiligste’ basisproduct dat hem ertoe aanzette om zijn kibboets te verlaten en een bakkerij te beginnen in Tel Aviv.

Kay-Wilson_avatar

De auteur

Tal Hartuv

Tal Hartuv groeide op in het Verenigd Koninkrijk, maar maakte alija naar Israël waar ze onder meer werkte als gids. In 2010 overleefde ze een gruwelijke aanslag waarbij haar vriendin,...

Doneren
Abonneren
Agenda