Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Ya'akov brengt eten naar soldaten

Door Marianne Glashouwer - 

2 april 2026

Tel Azeka - F110912YZ18

De vallei van de Terebinten, waar David Goliath heeft gedood. | Foto: Flash90

De laatste dag van onze reis naar Israël met onze jongste dochter, haar man en hun twee zoontjes van 9 en 10 jaar, is aangebroken. Een week lang hebben we met elkaar het land van de Bijbel in alle rust mogen bezoeken. Vlak nadat we thuis waren, brak de oorlog tegen Iran uit.

We gaan vandaag nog een mooie dag meemaken. Als we afscheid hebben genomen van Jeruzalem rijden we naar Emek Ha’elah, de vallei van de Terebinten. Daar, bij Tel Azeka, vond de strijd plaats tussen David en Goliath.

David is de jongste van de acht zonen van Isaï, de kleinzoon van Ruth en Boaz. Ze wonen in Bethlehem. Als de Heere aan de profeet Samuel de opdracht geeft om een van de zonen van Isaï te zalven tot koning van Israël, is David niet thuis. Hij is in het veld bij de schapen. De oudste zonen komen niet in aanmerking om gezalfd te worden, want “het komt immers niet aan op wat de mens ziet; de mens toch ziet aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan” (1 Samuël 16:7). Als David van achter de schapen van het veld gehaald is, zegt God tegen Samuel: “Sta op, zalf hem, want deze is het. Van die dag af, greep de Geest van de Heere David aan” (1 Samuël 16:12-13).

Enige tijd later vindt de oorlog plaats tussen de Israëlieten en de Filistijnen. De legers staan tegenover elkaar. Ook de drie oudste broers van David zijn er bij. De Filistijnen zijn gelegerd op de ene kant van de heuvel, de Israëlieten aan de andere kant. De vallei van de Terebinten ligt er tussenin. Veertig dagen lang verschijnt er ’s morgens en ‘s avonds een reusachtige man, Goliath genaamd, om de Israëlieten uit te dagen om met hém te vechten. Niemand durft het aan.

Dan stuurt Isaï zijn zoon David naar zijn broers om hen eten te brengen. David laat zijn schapen achter bij een andere herder en gaat op pad. Als hij bij Tel Azeka aankomt en ziet wat er gaande is, biedt hij aan om met de reus te vechten en hem te doden. David is weliswaar nog jong, maar ook sterk en snel. Hij was gewend om bij het schapenhoeden een wild dier te doden, als die een schaap uit de kudde weg probeerde te roven. “De Heere, die mij gered heeft uit de klauwen van leeuw en beer, Hij zal mij ook redden uit de hand van deze Filistijn” (1 Samuel 17:37).

Vol vertrouwen op God stapt hij op de reus toe: “Gij treedt mij tegemoet met zwaard en speer en werpspies, maar ik treed u tegemoet in de naam van de Heere der heerscharen, de God van de slagorden van Israël, die gij getart hebt. De hele wereld moet weten dat Israël een God heeft, die niet verlost door het zwaard en speer. Want de strijd is des Heeren en Hij geeft u in onze macht” (1 Samuël 17:45-47). Dan pakt hij een gladde steen uit zijn tas en slingert die naar Goliath. Hij raakt hem tegen zijn voorhoofd en doodt hem.

“Al vanaf de oprichting in 1948 staat het kleine Israël tegenover een grote overmacht van omringende vijanden. David tegen Goliath. Maar God is getrouw.”

Aan deze geschiedenis uit de Bijbel moeten we denken als we bij Tel Azeka staan. We zien als het ware voor ons hoe David zijn slinger en steen pakt en zo de overwinning behaalt. Onze kleinzoons zoeken ook kleine steentjes in het dal. Mooi rond moeten ze zijn, zodat ze recht op hun doel afgaan.

David bracht eten aan zijn broers die in het leger waren om het land te verdedigen tegen de vijand. Dat deed mij denken aan onze oude vriend Ya’akov. De laatste avond in Jeruzalem ontmoetten we hem in ons hotel. Hij vertelde dat hij tijdens de oorlog met Hamas ook eten bracht aan de soldaten. Hij reed het hele land door. Naar het noorden, waar ze de strijd aangingen met Hezbollah en naar het zuiden waar ze vochten tegen Hamas.

Ya’akov is heel actief in zijn synagoge in Jeruzalem. In zijn gemeente maakten ze met elkaar maaltijden klaar voor de soldaten. Het eten in het leger is goed, maar eenvoudig. Dus een lekkere maaltijd wordt zeer op prijs gesteld als je dagenlang bezig bent om je land te verdedigen! Het huis van Ya’akov stond vol met dozen gevuld met voedzaam en gezond eten. Hij reisde onvermoeibaar het hele land door. Asnat, de gids die we tijdens onze reis in Israël hadden, vertelde dat haar zoon Jaïr in het leger dient. Als hij om de zoveel tijd naar huis mag, verwent ze hem met lekkere hapjes. Zijn twee zussen sturen hem zo nu en dan ook een pakketje met lekker eten. Wat doen wij om Israël te steunen in de strijd?

Jaïr is een zeer toegewijde soldaat. Soms is hij op Masada, het fort op de berg waar de Joden rond 70 na Christus door de Romeinen belegerd werden. Ze gaven zich niet over, maar pleegden liever gezamenlijk zelfmoord. Als hij dan uitkijkt over het land en de Dode Zee ziet, zegt hij: ‘Ik hou zoveel van dit land dat ik voor elke centimeter van dit land mijn leven wel zou willen geven!’

Dat is het bijzondere van Israël: zoals vroeger, gebeurt het ook nu weer. Drieduizend jaar geleden bracht David eten naar zijn broers in het leger. In Gods kracht verslaat hij de vijand. In onze tijd brengt Ya’akov eten naar de soldaten die vechten voor het land dat God hun gegeven heeft. Tot Zijn eer. Al vanaf de oprichting in 1948 staat het kleine Israël tegenover een grote overmacht van omringende vijanden. David tegen Goliath. Maar God is getrouw. Hij zal voor hen strijden en eens zal de overwinning volkomen zijn als de Messias komt om alle dingen nieuw te maken en te zitten op de troon van Zijn vader Jacob en te regeren over de hele aarde! Dan eindelijk Vrede. Met een hoofdletter!

Bekijk ook deze Bijbelstudie met ds. Kees kant over het Bijbelverhaal van David en Goliath.

Marianne Glashouwer

De auteur

Marianne Glashouwer

Marianne Glashouwer is spreekster van Christenen voor Israël. Ze is bekend van de Evangelische Omroep en schreef diverse boeken.

Doneren
Abonneren
Agenda