Wie Gaza bestuurt, weegt zwaarder dan wie over vrede praat
Door Stephen M. Flatow -
23 januari 2026
De start van fase 2 van het vredesplan voor Gaza van de Amerikaanse president Donald Trump wordt omschreven als een geval van realisme. Het risico bestaat dat hierdoor een gevaarlijke illusie weer opleeft: dat Hamas met redenen kan worden overgehaald om de macht af te staan als het wederopbouw, erkenning of de belofte van een ‘beter leven’ wordt aangeboden.
Die illusie had op 7 oktober moeten sterven.
Toch spreken Amerikaanse functionarissen inmiddels over het aangaan van contacten en coördinatie met Hamas rond het bestuur van Gaza, alsof de terreurorganisatie die een massamoord plande en uitvoerde los te koppelen zou zijn van het politieke systeem dat zij domineert. De geschiedenis wijst anders uit. Vrede na een oorlog hangt minder af van verklaringen dan van één doorslaggevende vraag: wie mag regeren wanneer het vechten stopt?
Na de Tweede Wereldoorlog koesterde generaal Dwight D. Eisenhower, als geallieerd opperbevelhebber in Europa, niet de illusie dat nazi-functionarissen, zelfs zogenaamd “hervormde”, nuttige partners konden zijn bij de wederopbouw van Duitsland. Het geallieerde militaire bestuur begreep dat wederopbouw zonder politieke uitsluiting geen vrede betekende, maar uitstel. Nazi’s werden uitgesloten van publieke macht omdat het laten zitten van de architecten en uitvoerders van massaal geweld onvermijdelijk zou hebben geleid tot instabiliteit en een nieuwe oorlog.
De Gazastrook is geen Duitsland en Hamas is niet het Derde Rijk. Maar het onderliggende principe is hetzelfde. Een samenleving bouw je niet opnieuw op door de beweging te legitimeren die zojuist, door bloedvergieten, heeft laten zien wat zij is. Een naoorlogse orde vereist niet alleen de nederlaag van een gewapende macht, maar ook van de ideologie en machtsstructuren die haar in stand hielden.
De huidige koers van het wederopbouwplan wijst echter in de tegenovergestelde richting.
“Dit is wat Israëli’s zijn gaan aanduiden als de '6 oktober-mentaliteit': het geloof dat economische prikkels en politieke inclusie een jihadistische beweging kunnen temmen.”
Een Internationale Stabiliseringsmacht wordt inmiddels algemeen gezien als niet bereid om het gezag van Hamas uit te dagen. Arabische staten hebben duidelijk gemaakt dat zij Hamas niet zullen confronteren op ontwapening. In plaats daarvan lijken de Verenigde Staten af te glijden naar coördinatie met Hamas over “praktische” bestuurszaken, een stap die legitimiteit verleent zonder daar wezenlijke tegenprestaties voor te eisen.
Dit is wat Israëli’s zijn gaan aanduiden als de “6 oktober-mentaliteit”: het geloof dat economische prikkels en politieke inclusie een jihadistische beweging kunnen temmen die volgens haar handvest en handelen is toegewijd aan de vernietiging van Israël. Het is dezelfde denkwijze die Qatarese geldstromen ooit zag als een matigende factor voor Hamas, om later te ontdekken dat dit geld tunnels, raketten en terreurcellen financierde.
Als Hamas werkelijk alleen maar een “betere economische toekomst voor hun families” zou willen, zoals een hoge Amerikaanse functionaris onlangs suggereerde, dan zou zij geen massamoord op burgers hebben aangericht, en zou zij vandaag niet nog steeds een gegijzeld lichaam vasthouden, in strijd met een inmiddels drie maanden durend staakt-het-vuren. Het probleem is niet armoede. Het probleem is macht.
Trump heeft deze realiteit publiekelijk erkend. Hij heeft ondubbelzinnig gesteld dat Gaza geen vrede zal kennen zolang Hamas gezag uitoefent, en hij heeft opgeroepen tot volledige demilitarisering, inclusief het ontmantelen van het tunnelnetwerk van Hamas. Die helderheid is welkom. Maar zij moet worden omgezet in afdwingbaar beleid, niet verwaterd door bureaucratische betrokkenheid.
“Vrede in het Palestijnse gebied zal niet voortkomen uit vertrouwen dat Hamas zal veranderen, maar uit het verzekeren dat zij niet langer de macht heeft om te intimideren, te doden of te regeren.”
Ontwapening kan niet betekenen dat alleen “zware wapens” worden ingeleverd, terwijl Hamas zijn handvuurwapens, commandostructuren, rekruteringsnetwerken en intimidatieapparaat behoudt. Een organisatie die beschikt over duizenden aanvalsgeweren is nog altijd in staat tegenstanders te vermoorden, rivalen te onderdrukken en haar politieke dominantie veilig te stellen.
Evenmin kan een “Vredesraad” slagen als daarin vertegenwoordigers zitten van staten die openlijk Hamas steunen, terwijl Jeruzalem wordt uitgesloten van betekenisvolle handhavingsbevoegdheden. Bestuursstructuren die Hamas-invloed tolereren, zelfs indirect, ondermijnen het fundament van het plan zelf, dat expliciet stelt dat Hamas geen rol mag spelen in het toekomstige bestuur van Gaza.
Ook wederopbouw moet voorwaardelijk zijn. Fondsen die worden vrijgegeven zonder geverifieerde ontwapening, zonder de terugkeer van de laatste gijzelaar en zonder ontmanteling van terreurinfrastructuur zullen geen scholen en ziekenhuizen bouwen. Zij zullen Hamas opnieuw opbouwen.
De les van de naoorlogse geschiedenis is niet dat verzoening onmogelijk is. Het is dat verzoening volgt na nederlaag, niet andersom. Duitsland kon zich herstellen omdat het nazisme van de macht werd uitgesloten, niet omdat het werd uitgenodigd om de overgang te begeleiden.
Als de internationale gemeenschap niet bereid is Hamas uit de macht te verwijderen, zal Israël dat zelf moeten doen. Het alternatief is doen alsof een terreurorganisatie die verantwoordelijk is voor de grootste massamoord op Joden sinds de Holocaust kan worden omgevormd tot een bestuurlijke partner. Dat is geen realisme. Dat is ontkenning.
Vrede in het Palestijnse gebied zal niet voortkomen uit vertrouwen dat Hamas zal veranderen, maar uit het verzekeren dat zij niet langer de macht heeft om te intimideren, te doden of te regeren.