Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

‘We deden het gewoon’

Door Rita Quartel - 

4 mei 2026

2021 Website CVI (2)

De Zuiderheide, tussen Laren en Hilversum. | Foto: Canva Pro

Hoewel de Tweede Wereldoorlog alweer tachtig jaar achter ons ligt, komen er nog regelmatig verhalen bovendrijven die indruk maken en iets vertellen over de heldenmoed van sommigen in een uiterst duistere tijd.

Zo ook het verhaal van Aart en Johanna (Johtje) Vos uit Laren. Het echtpaar redt tijdens de oorlog 36 Joden. Het begint eenvoudig met het verzoek van een Joodse vriend om een koffer met waardevolle spullen te verbergen. Zelf moet hij zich melden in het getto van Amsterdam. Aart en Johtje aarzelen geen moment. Niet veel later meldt zich een Joods echtpaar dat op de vlucht is voor de Duitsers. Ook zij vinden een veilig onderdak bij de familie Vos.

Gewaagd plan

De familie woont in een bescheiden huis met drie slaapkamers aan de rand van bos en hei. Het duurt niet lang voordat elk plekje in huis wordt opgevuld met mensen die nergens anders terecht kunnen. Kinderen slapen in kasten, gezinnen verbergen zich op zolder. Sommigen blijven een korte periode, anderen blijven de hele oorlog. Soms zijn er 36 mensen tegelijk bij de familie Vos ondergedoken. Aart Vos is zich bewust van het risico van zoveel extra bewoners. Hoe kan dat ooit voor de buitenwereld verborgen blijven en wat als de Duitsers op de stoep staan? Daarom bedenkt hij een gewaagd plan: een tunnel moet uitkomst bieden bij dreigend gevaar. Het huis grenst aan het bos en via een tunnel kunnen de onderduikers ontsnappen en ongezien verdwijnen.

Politiechef

Het graven van de tunnel moet echter ook geheim blijven. Dus wacht Aart elke avond tot het donker is en gaat dan eigenhandig aan de slag. Uiteindelijk graaft hij een tunnel van 45 meter lang die rechtstreeks in het bos uitkomt. De wanden verstevigt hij met hout, om te voorkomen dat de tunnel instort en het leven van de onderduikers alsnog in gevaar brengt. De tunnel zal vele levens redden, mede dankzij de hulp van de lokale politiechef, die de familie Vos op de hoogte brengt van dreigend gevaar.

Als er een inval dreigt, gaat de telefoon twee keer over, en na een korte stilte nóg een keer. Het sein voor de familie Vos om alle aanwezige onderduikers via de tunnel te laten verdwijnen. Maar het vraagt iedere keer weer om moed, vastberadenheid en goede coördinatie. Iedere onderduiker moet precies weten wat er gebeuren moet na het gevreesde telefoontje. En dan is er het gevaar van een huilende baby of een struikelpartij in het donker die kostbare seconden zou kunnen kosten. Daarom wordt er ook keer op keer geoefend zodat de vlucht via de tunnel routine wordt.

“Nederland was als een grote familie, en een deel van die familie – het Joodse deel – was in gevaar. Daarom raakten we betrokken bij het verzet.”

— Aart Vos

Gevaar

Soms echter schuilt het gevaar in bezoekers die aanbellen en om hulp vragen. Wie is er te vertrouwen en wie niet? Als er op een avond iemand op de stoep staat die om hulp smeekt, voelt Johtje instinctief dat er iets niet klopt. Ze heeft slechts een paar seconden om te beslissen. Wat als ze het mis heeft, en een onschuldige wegstuurt? Maar wat als ze gelijk heeft, hem binnenlaat en de onderduikers in gevaar brengt? Ze besluit naar haar gevoel te luisteren en stuurt de man weg. Een paar dagen later blijkt dat hij een informant van de Duitsers is. Opnieuw is het gevaar afgewend. Drie jaar lang leven Aart en Johtje en hun kinderen ‘met ingehouden adem’. Elke fout kan de dood voor hun onderduikers (en henzelf) betekenen. Toch blijft hun deur openstaan voor medemensen in nood.

Marc de Klijn

Zo ook voor het (Joodse) gezin van Nap de Klijn, zijn vrouw Alice Heksch, en hun zoon Marc (de bekende kunstenaar). Marc (1939): “Uit de oorlogsjaren herinner ik mij flarden. Dat heeft te maken met het feit dat ons gezin heel vaak verhuizen moest in verband met razzia’s en gevaar voor arrestaties. Voordat ik in 1943 definitief bij een liefdevol pleeggezin werd opgenomen in Vianen, was ik ook een tijdlang ondergedoken bij de familie Vos. Ik herinner mij dat we vooral ’s avonds en ’s nachts muisstil moesten zijn en alleen zachtjes mochten fluisteren. (…) Ik weet nog van het bestaan van een tunnel, die uitkwam op de hei, maar daar ben ik nooit in geweest. Aart en Johtje waren bijzonder meelevend, moedig en actief in het verzet. (…) Ik kan beamen, dat ik mede door de inzet van de familie Vos mijn leven heb mogen behouden. Ik ben blij dat er ook in Nederland een aantal mensen geweest zijn die zich - moedig, doortastend en met inzet van hun eigen leven - hebben ingezet voor de Joden en andere mensen die gevaar liepen.”

“Ik vond dat we het juiste deden en onze kinderen zo het goede voorbeeld gaven.”

— Johanna Vos

Rechtvaardigen onder de Volkeren

Aart en Johtje (kleindochter van de bekende Abraham Kuyper) overleven de oorlog en emigreren in 1955 met hun gezin naar de Verenigde Staten. In 1982 worden zij door Yad Vashem geëerd als ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’, een onderscheiding die niet-Joden ten deelt valt die tijdens de Holocaust met gevaar voor eigen leven Joden geholpen hebben. Aart Vos overlijdt in 1990, Johtje in 2007. Hun verhaal is onder andere opgetekend in het boek Rescuers: Portraits of Moral Courage in the Holocaust, dat in 1992 verschenen is. Ook Johtje schrijft zelf een (Engelstalig) boek: The End of the Tunnel (1999).

In een interview over hun actieve rol in het verzet, zegt Aart: “Het gebeurde gewoon. Het begon met de vraag van een Joodse vriend of we wat kostbaarheden voor hem wilde verbergen. Toen kregen we de vraag een kind in ons huis op te nemen. We raakten betrokken bij het verzet en moesten een keus maken: gaan we hiermee door? En op dat moment hebben we de knoop doorgehakt. Nederland was als een grote familie, en een deel van die familie – het Joodse deel – was in gevaar. We deden het gewoon.”

Johtje: “Toen mijn moeder op bezoek kwam en ontdekte dat we Joden onderdak boden, was ze van streek. Ze stond er wel achter, maar vond dat onze kinderen onze eerste verantwoordelijkheid waren. Ik heb toen geantwoord: ‘Dat is precies waarom we het doen.’ Ik vond dat we het juiste deden en onze kinderen zo het goede voorbeeld gaven.”

Bronnen: Historische Kring Laren, The Jewish Foundation for the righteous

RQ klein

De auteur

Rita Quartel

Doneren
Abonneren
Agenda