De
Joodse geleerden zeggen: “Zelfs als een scherp zwaard op iemands hals rust, mag
hij zich niet weerhouden om hemelse barmhartigheid te zoeken.” Gewoonlijk
begrijpen wij dit als een verbod op wanhoop. En dat is het zeker ook. Maar
misschien betekent het hier nog iets diepers: niet alleen dat men nog steeds
mag hopen, maar dat juist daar, precies daar, een Jood met G-d verbonden
blijft. Zelfs daar is gebed niet zinloos. Zelfs daar is emoena (geloof) niet
naïef. Zelfs daar kan Birkas Kohanim (de priesterlijke zegen) nog voortkomen
uit een keel die al overschaduwd wordt door de dood.
Dat
is een van de grote lessen van ons volk. Emoena is nooit alleen opgebouwd in
tijden van rust en comfort. Wij hebben dit geleerd in Egypte. In ballingschap.
In verdrijvingen. In getto’s en kampen. In bunkers. Onder decreten, en in de
schaduw van de galg.
De grootheid van een Jood is niet dat hij pas gelooft nadat hij gered is. De
grootheid is dat hij zich aan Hashem vastklemt terwijl hij nog op redding
wacht.
Daarom
zijn de woorden van de Hagadah zo nauwkeurig, “En de Heilige Gezegend is Hij
redt ons uit hun handen.” Wij zeggen niet dat er nooit een hand tegen ons wordt
opgeheven. Integendeel. In iedere generatie staan ze op. Soms is de redding
snel en zichtbaar. Maar vaak is het verborgen, schijnbaar vertraagd en buiten
ons begrip. Wij doen niet alsof wij G-ds wegenbegrijpen.
Maar wij verkondigen, koppig en voor altijd, dat de geschiedenis niet
toebehoort aan Farao, Haman, Hitler, Sinwar, Khamenei of de andere moordenaars
van onze tijd. De geschiedenis behoort alleen toe aan de Ribono Shel Olam
(meester van de Wereld).
En
daarom kan een dag als Yom HaShoah niet alleen een dag van verdriet zijn. Het
moet ook een dag van ontzag zijn. Ontzag voor de kedusha (heiligheid) van die
Joden die het niet overleefd hebben. Dat is ook precies waarom wij Joden die
vermoord zijn om hun Jood-zijn in het Hebreeuws “kedoshim” noemen, heiligen.
Ontzag voor de geestelijke kracht van een generatie die alle aardse reden had
om in te storten, en toch bleef Shema Yisrael bleef verklaren, matzes bleef bakken, een Seder bleef houden, Kaddish
bleef zeggen, alles bleef riskeren voor mitsvos, en Birkas Kohanim bleef
uitspreken.
Ontzag
voor een volk dat, hoewel het in de ogen van de volkeren tot stof werd gemaakt,
voor G-d een volk van verbond en eeuwige roeping bleef.
Misschien
is dat precies waarom dit verhaal zo overweldigend is. Omdat het in één moment
de volle tegenstelling van het Joodse bestaan bevat: touw en zegen, galg en Yom
Tov, Bergen-Belsen en de priesterlijke zegen. Een nazi die “twee minuten”
geeft, en een heilige Jood die die twee minuten niet gebruikt om om leven te
smeken, maar om het Joodse volk te zegenen.
Als
dat zo is, dan is de boodschap van Yom HaShoah niet alleen, “herinner wat ons
is aangedaan.” Maar ook, herinner wie wij daar waren. Herinner wat geen vijand
kon uitrukken. Herinner dat zelfs toen het lichaam overweldigd werd, de Joodse
ziel niet werd overwonnen. Herinner dat een Jood vernederd, gebroken en beroofd
kan worden, maar dat als hij nog steeds zegt “Zijn volk Israël met liefde [te]
zegenen,” de vijand in diepste zin gefaald heeft. En dat brengt ons terug naar
het heden.
Wij
leven, ook in Nederland, opnieuw in een generatie die angst kent. Joods bloed
is opnieuw, keer op keer, vergoten en schijnbaar niets waard voor veel
niet-Joden. En de volkeren van de wereld “moraliseren” opnieuw terwijl Joden
hun doden begraven. Op zo’n Yom HaShoah is de les niet wanhoop, en ook niet
nostalgie. Maar bemoediging.
Wij
mogen niet toelaten dat de druk van deze tijd ons kleiner maakt. Integendeel.
Als men in Bergen-Belsen een Seder hield, dan kunnen wij ons des te sterker aan
de Thora vastklampen. Als een kohen daar nog kon zegenen met een touw om zijn
hals, dan kunnen wij zeker met meer concentratie bidden. Als zij gelovig konden
blijven terwijl de wereld doordrenkt was met Joods bloed, dan mogen wij ons
vertrouwen niet opgeven vanwege krantenkoppen, sirenes, of de grillige
stemmingen van naties en boze arrogante studenten.
De
les van deze dag is de doden te gedenken door het levende geloof na te volgen
waarmee mensen zoals die oudere kohen zijn gestorven. Onze kracht heeft altijd
gelegen in onze nabijheid tot G-d, in gebed, in het verbond van Avraham, en in
ongebroken trouw aan de Schepper.
Misschien
is dat ook de diepste betekenis van die levenslange reactie van de overlevende.
Wanneer Birkas Kohanim weer in de synagoge klonk, kon hij daar niet zomaar
blijven staan alsof het iets gewoons was. Voor hem was het nooit meer gewoon.
Iedere priesterlijke zegen weerklonk voor hem als de zegen van die ten dode
opgeschreven kohen dat hij nooit meer wilde vergeten.
Op
deze Yom HaShoah moge de herinnering aan de kedoshim voor ons niet alleen
verdriet blijven, maar ook een eis worden. Een eis om waardiger erfgenamen van
hun emoena (geloof) te worden, een eis om te blijven geloven wanneer de wereld
donker wordt, een eis om nooit ons vertrouwen in G-d te verliezen.
En
moge de Schepper van Hemel en Aarde, Die de luide roep van die kohen in
Bergen-Belsen heeft gehoord en Die Zijn volk door iedere vuuroven van de
geschiedenis heeft gedragen, uiteindelijk voor ons de zegen vervullen die die
Jood met zijn laatste kracht heeft uitgesproken:
Yevarechecha
Hashem v’yishmerecha. Ya’er Hashem Panav eilecha vichunecha.
V’Yisa Hashem Panav eilecha vayasem lecha shalom. (Numeri 6:24-25)
Mogen
wij spoedig de uiteindelijke troost meemaken, zoals wij driemaal per dag in ons
gebed vragen: vetechazenoe eineinoe b’shoevcha l’Tzion, moge onze ogen Uw
terugkeer naar Zion aanschouwen.
Bekijk ook deze interessante explainer!