Van het gouden kalf naar de tabernakel: een volk dat leert luisteren
Door Rabbijn mr. drs. R. Evers -
18 maart 2026
Nederland bereidt zich voor op de gemeenteraadsverkiezingen, maar in Israël leven we in een heel andere realiteit. Clusterbomraketten en drones vliegen over onze steden. Sirenes onderbreken het dagelijks leven. Burgers rennen naar schuilkelders. Flats gaan in puin op. Duizenden mensen moeten elders worden ondergebracht. Dat er relatief weinig doden vallen, is een ongelooflijk wonder.
Tegelijk groeit ook in Europa de spanning. In Nederland werden Joodse instellingen doelwit van dreiging en geweld: de synagoge in Rotterdam en het Cheider in Amsterdam kregen te maken met aanslagen of pogingen daartoe. Politici spreken verontwaardiging uit, maar op straat marcheren demonstraties waarin tot “globalize the intifada” wordt opgeroepen. Joodse families vragen zich af hoe het mogelijk is dat dergelijke leuzen openlijk worden geroepen in landen die zich beroepen op een Joods-christelijke traditie.
Deze pijnlijke realiteit vormt een aangrijpende achtergrond wanneer in synagogen deze weken de Thora-gedeelten worden gelezen over de bouw van de tabernakel. Wie het boek Exodus leest, ziet iets opmerkelijks. De beschrijving van de tabernakel – elke balk, elke haak, elke draad van de priesterkleding – wordt niet één keer, maar twee keer verteld. Eerst als goddelijke opdracht, daarna opnieuw wanneer het volk het daadwerkelijk bouwt. Waarom zo’n uitgebreide herhaling?
Het gouden kalf
Het antwoord ligt in wat er tussen beide passages gebeurde: de zonde van het gouden kalf. Kort na de openbaring op de Sinaï dacht het volk dat Mozes verdwenen was. In paniek zochten zij naar een tastbaar symbool dat hun leider kon vervangen. Het resultaat was een beeld van goud, een menselijke poging om zekerheid te creëren. Maar daarin lag de fundamentele vergissing. Het Jodendom is nooit gebouwd op de verering van een leider of op menselijke verbeelding. Het fundament is gehoorzaamheid aan het woord van G’d.
Het laat zien dat de relatie tussen G’d en Israël niet werd verbroken. Ondanks de misstap mocht het volk alsnog een woonplaats voor de G’ddelijke aanwezigheid bouwen.
Het gouden kalf was precies het tegenovergestelde daarvan. Het was een project dat uit menselijke angst en fantasie voortkwam. Mensen bepaalden zelf hoe hun “godsdienst” eruit moest zien. De tabernakel – de Misjkan – was het antwoord daarop. Daarvan staat in de Thora een bijna verbluffende nauwkeurigheid: de lengte van planken, de kleur van stoffen, de vorm van de ark, de kleding van de priesters. Niets wordt aan menselijke improvisatie overgelaten. Elk detail komt voort uit een goddelijke opdracht. Waar het gouden kalf een product was van menselijke verbeelding, werd de tabernakel een school van gehoorzaamheid. Daarin lag de verzoening voor het gouden kalf.
Eeuwige opdracht
Door het bouwen van de Misjkan leerden de Israëlieten dat de nabijheid van G’d niet ontstaat door iets te verzinnen, maar door precies te doen wat Hij vraagt. De herhaling in de Thora is daarom geen literaire overbodigheid. Het laat zien dat de relatie tussen G’d en Israël niet werd verbroken. Ondanks de misstap mocht het volk alsnog een woonplaats voor de G’ddelijke aanwezigheid bouwen. Elke plank en elke draad werd daarmee een stap terug naar trouw.
Ook vandaag klinkt deze boodschap verrassend actueel. Joodse gemeenschappen voelen opnieuw druk van buitenaf. In Israël door raketten en dreigingen van hardvochtige regimes en hun bondgenoten; in Europa door een heropleving van antisemitisme en radicale slogans op straat. Het kan voelen alsof de wereld opnieuw probeert het Joodse verhaal te herschrijven.
Het Joodse volk blijft bestaan niet omdat het zich aanpast aan de grillen van de tijd, maar omdat het vasthoudt aan de opdracht.
Maar de Thora leert iets anders. Het Joodse volk blijft bestaan niet omdat het zich aanpast aan de grillen van de tijd, maar omdat het vasthoudt aan de opdracht. De generaties in de woestijn ontdekten dat hun toekomst niet lag in het volgen van een menselijke leider of een zelfgemaakt symbool. Hun toekomst lag in het luisteren naar G’d en het bouwen van een gemeenschap volgens Zijn richtlijnen. Dat is misschien wel de diepste betekenis van de tabernakel. Niet alleen een heilig gebouw, maar een les voor alle tijden: zelfs na een grote vergissing is er een weg terug. Door opnieuw te luisteren, opnieuw te bouwen en opnieuw trouw te zijn.
Onze omgeving hanteert een zonnekalender. Maar het Jodendom hanteert de maankalender. De maan van Israël kan soms donker lijken, maar zij verschijnt steeds weer opnieuw. En daarom blijven Joden – in Israël, in Nederland en overal ter wereld – verder bouwen.
Am Jisraël Chai.