Schenden Israël en Amerika het internationale recht met de huidige oorlog tegen Iran?
Door Redactie cvi.nl -
10 maart 2026
Schenden Israël en Amerika het internationale recht met de oorlog die zij voeren tegen Iran? Veel politici en belangenorganisaties vinden van wel. Maar wat is de betekenis van juridische termen zoals oorlogsmisdrijf of genocide? Kun je makkelijk vaststellen of er sprake is van oorlogsmisdaden of ligt het toch ingewikkelder? Strafrechtadvocaat en hoogleraar internationaal recht prof. mr. dr. Geert Jan Knoops legt het uit.
Knoops vertelt in een uitzending van Christenen voor Israël dat volgens het systeem van de Verenigde Naties een gewapende aanval normaal gesproken alleen is toegestaan met toestemming van de VN-Veiligheidsraad. Wanneer een land zonder die toestemming militair ingrijpt, lijkt dat in eerste instantie ongeoorloofd. Toch bestaat er één belangrijke uitzondering. Zoals hij zegt: “Een land mag zonder autorisatie van de Veiligheidsraad een gewapende aanval op een ander land uitvoeren als er sprake is van zelfverdediging.”
Volgens Knoops moet er dan wel sprake zijn van een aanval die al heeft plaatsgevonden of van een dreiging die direct op handen is. Die dreiging moet zo acuut zijn dat uitstel van militair ingrijpen niet meer mogelijk is. Hij legt uit dat het op dit moment moeilijk is om te beoordelen of dat hier het geval is. “Je kunt pas een definitief oordeel geven over de vraag of dit onder het begrip zelfverdediging valt op het moment dat je dezelfde informatiepositie hebt als de Amerikaanse en Israëlische inlichtingendiensten.”
Het kan volgens hem zijn dat die diensten informatie hebben waaruit blijkt dat Iran binnen korte tijd opnieuw over nucleair materiaal zou beschikken. Dat materiaal had volgens die redenering gebruikt kunnen worden voor een aanval. Tegelijk wijst hij erop dat critici stellen dat belangrijke nucleaire installaties eerder al zijn vernietigd. Toch sluit Knoops niet uit dat er nieuwe installaties zijn gebouwd of dat eerdere installaties verborgen waren. Daarom blijft de vraag of er daadwerkelijk een acute dreiging bestond voorlopig open.
“Een land mag zonder autorisatie van de Veiligheidsraad een gewapende aanval op een ander land uitvoeren als er sprake is van zelfverdediging.”
— Prof. mr. dr. Geert Jan Knoops
Volgens Knoops draait internationaal recht sterk om bewijs en feiten. Hij benadrukt dat het daarom te vroeg is om stellige conclusies te trekken. “Het strafrecht draait alles om bewijs, om feiten.” Mensen die nu al zeker weten dat het internationaal recht is geschonden, zijn volgens hem daarom voorbarig, omdat het noodzakelijke bewijsmateriaal niet openbaar is.
Daarnaast wijst hij erop dat sommige experts stellen dat er feitelijk al jarenlang een conflict bestaat tussen Israël en Iran. In het internationaal recht is een formele oorlogsverklaring namelijk niet meer nodig. Het Joegoslaviëtribunaal bepaalde al in 1996 dat de vraag of er sprake is van een gewapend conflict afhangt van de feitelijke situatie. Volgens Knoops kun je daarom zeggen dat er al decennialang vijandelijkheden bestaan tussen beide landen. “Als je kijkt naar de feitelijke situatie zoals die zich de laatste twintig tot dertig jaar heeft ontwikkeld, is er altijd een staat van oorlog geweest tussen Iran en Israël.”
In zo’n situatie is geen toestemming van de VN-Veiligheidsraad nodig om militair op te treden. Wel gelden de regels van het oorlogsrecht. Dat betekent dat alleen militaire doelen mogen worden aangevallen. Het doel van oorlogvoering is volgens hem uiteindelijk het uitschakelen van de tegenstander. Zoals hij het formuleert: “Oorlog voeren is je tegenstander uitschakelen totdat je tegenstander geen gevaar meer vormt.”
“Als je kijkt naar de feitelijke situatie zoals die zich de laatste twintig tot dertig jaar heeft ontwikkeld, is er altijd een staat van oorlog geweest tussen Iran en Israël.”
— Prof. mr. dr. Geert Jan Knoops
Knoops gaat ook in op het argument dat een aanval gerechtvaardigd kan zijn om een bevolking te bevrijden van een regime. Volgens hem biedt het internationaal recht daarvoor geen duidelijke juridische basis. Het concept van humanitaire interventie is volgens hem altijd omstreden geweest.
Verder bespreekt hij de vraag of een leider van een land een doelwit kan zijn. Volgens het oorlogsrecht wordt een leider in principe als burger beschouwd. Alleen wanneer iemand actief betrokken is bij gevechtshandelingen of het organiseren daarvan kan die persoon zijn burgerstatus verliezen. In dat geval kan hij mogelijk wel een militair doelwit worden.
Knoops waarschuwt daarnaast dat in het publieke debat en in rapporten van NGO’s soms snel zware juridische termen worden gebruikt. Volgens hem worden begrippen als genocide of oorlogsmisdrijven soms al toegepast voordat een rechter daar een uitspraak over heeft gedaan. Hij noemt dat riskant, omdat het om juridisch zeer complexe begrippen gaat. Volgens Knoops hoort het uiteindelijke oordeel daarover bij de rechter te liggen. Wanneer zulke termen al vroeg worden gebruikt, kan dat in de samenleving de indruk wekken dat het juridisch al vaststaat. Dat kan volgens hem leiden tot verdere polarisatie en tot uitsluiting van mensen of landen die van zulke misdrijven worden beschuldigd, terwijl een rechter daar nog geen uitspraak over heeft gedaan.
Bekijk hier de volledige uitzending met strafrechtadvocaat en hoogleraar internationaal recht prof. mr. dr. Geert Jan Knoops.