Sancties tegen Israëlische nederzettingen: de steeds heviger wordende strijd om Jeruzalem
Door Andrew Tucker -
15 september 2026
Een groot aantal westerse landen verenigt zich om sancties op te leggen aan de handel in producten uit “illegale Israëlische nederzettingen”. Wat een politiek en juridisch conflict lijkt, is in werkelijkheid een steeds heviger wordende geestelijke strijd om Jeruzalem, die zal leiden tot een groot conflict tussen Israël en de volken. Als een vulkaan heeft de druk zich tientallen jaren diep onder de oppervlakte opgebouwd – en nu begint deze uit te barsten.
Handelsverboden
Op 8 september legden twaalf landen – het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Canada, Denemarken, Finland, IJsland, Ierland, Noorwegen, Polen, Portugal, Spanje en Zweden – in een gezamenlijke verklaring vast dat zij van plan zijn “nationale beperkingen in te voeren en/of Europese beperkingen te steunen op de handel in goederen met nederzettingen die volgens het internationaal recht illegaal zijn”.
Groot-Brittannië, Frankrijk en Canada zijn degenen die daadwerkelijk de trekker overhalen: de Britse minister van Buitenlandse Zaken Ed Miliband kondigde een volledig importverbod op producten uit nederzettingen binnen negen maanden aan, samen met “maatregelen tegen specifieke bedrijven en personen” die de nederzettingen financieren of bouwen. Daarbij maakte hij een uitzondering voor religieuze artikelen en Israëlische medicijnen. De andere negen landen hebben zich alleen verplicht tot het “steunen van verdere maatregelen” – een voorbehoud dat veel ruimte laat voor het uiteenvallen van de coalitie voordat het Britse verbod daadwerkelijk effect heeft.
De verklaring van de twaalf landen – Canada, Denemarken, Finland, Frankrijk, IJsland, Ierland, Noorwegen, Polen, Portugal, Spanje, Zweden en het Verenigd Koninkrijk – presenteert de beperkingen als naleving van het internationaal recht en niet als strafmaatregel. De verklaring verwijst naar het feit dat nederzettingen “illegaal zijn volgens het internationaal recht” (waarbij specifiek het E1-project wordt genoemd); naar handelingen die “neerkomen op de annexatie van Palestijns land”; naar de “gedwongen verdrijving van de Palestijnse bevolking”; naar “ongekende niveaus van geweld door kolonisten en uitbreiding van nederzettingen”; naar de noodzaak om “verantwoording voor geweld door kolonisten te waarborgen en beschuldigingen tegen Israëlische strijdkrachten te onderzoeken”; en naar aansluiting bij “relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad” ter ondersteuning van een tweestatenoplossing met een Palestijnse staat naast Israëlische veiligheid.
Dit bouwt voort op een ontwikkeling die Israël al een jaar lang onder de voeten voelt verschuiven. Spanje verbood als eerste de import van producten uit nederzettingen, in september 2025, gevolgd door Slovenië, België en nu Nederland, dat een nationaal verbod heeft aangenomen dat op 22 september 2026 van kracht wordt. Dit verbod geldt voor goederen uit de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogten, inclusief tussenhandel door Nederlandse bedrijven in het buitenland.
Het Ierse Occupied Territories Bill – alleen van toepassing op goederen, nadat de regering diensten eruit had gehaald ondanks bezwaren van haar eigen juridische adviseurs – werd in juli bij de laatste stemming aangenomen en wacht nu op ondertekening.
“Minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa'ar beschuldigde Londen en zijn partners ervan 'antisemitisme aan te wakkeren'.”
De reactie van Israël
Het duurde niet lang voordat Jeruzalem reageerde. Israël sloot het Britse consulaat in Oost-Jeruzalem, trok het Verenigd Koninkrijk terug uit de regelingen ter ondersteuning van het staakt-het-vuren in Gaza die het mede had opgezet, stopte met veiligheidstraining voor de Palestijnse Autoriteit en weigerde twaalf Britse parlementsleden de toegang tot het land.
Minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa'ar beschuldigde Londen en zijn partners ervan “antisemitisme aan te wakkeren”. Aan Britse zijde noemde Reform-parlementariër Richard Tice de sancties een “ernstige vergissing” die juist het antisemitisme zou aanmoedigen waar Sa'ar voor waarschuwde – een zeldzaam voorbeeld van een Israëlische minister en een Britse oppositiepoliticus die vanuit tegenovergestelde kanten van het debat hetzelfde argument naar voren brengen.
De timing was niet toevallig: de aankondiging kwam twee dagen voor Rosj Hasjana en zeven weken voor de Israëlische verkiezingen van 27 oktober. Verschillende commentatoren lazen hierin een poging om zowel het symbolische gewicht als de binnenlandse politieke impact te maximaliseren.
De werkelijke kwestie: soevereiniteit
Het belangrijkste argument waarmee deze handelsverboden worden gerechtvaardigd, is het advies van het Internationaal Gerechtshof van juli 2024. Het Hof oordeelde daarin dat de bezetting zelf onrechtmatig is en dat andere staten de juridische plicht hebben om hieraan geen hulp of bijstand te verlenen.
Volgens het Internationaal Gerechtshof is de reden dat de bezetting illegaal is dat het land, met inbegrip van “Oost-Jeruzalem”, toebehoort aan het Palestijnse volk. Het advies van het Hof is de juridische basis waarnaar de meeste juridische adviseurs van deze regeringen verwijzen, evenals organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch, als grondslag voor handelsverboden.
Wie bezit het land? Een korte historische beschouwing
Sinds de 7e eeuw v.Chr. werd het gebied dat nu bekendstaat als “de staat Israël” en “de Palestijnse gebieden” bestuurd door een reeks buitenlandse mogendheden. Het laatste rijk was het Ottomaanse Rijk, dat vanuit Constantinopel (Istanboel) werd bestuurd. Dat rijk viel tijdens de Eerste Wereldoorlog.
De geallieerde mogendheden kregen de controle over het gebied dat bekend was komen te staan als “Palestina”. De Britten kregen van de Volkenbond de opdracht om het Joodse volk in staat te stellen “zijn nationale thuisland in Palestina te herstellen”.
De Britten slaagden er niet in de aanspraken van Joden en Arabieren met elkaar te verzoenen. Het resultaat was een soort burgeroorlog in Palestina. De Britten kondigden hun voornemen aan om te vertrekken en droegen “het Palestijnse probleem” over aan de Verenigde Naties. Niet verrassend was dat de VN niet in staat waren het conflict op te lossen.
Het conflict verhevigde eind 1947 en toen het Joodse volk in mei 1948 de oprichting van de staat Israël uitriep, bestond er nog altijd onenigheid over de soevereiniteit over het land. Die kwestie werd niet opgelost door de Verenigde Naties (die niet de bevoegdheid hebben om dergelijke geschillen op te lossen), en evenmin is zij sindsdien opgelost door een bindende rechterlijke uitspraak of door een overeenkomst tussen Israël en zijn vijandige Arabische buurlanden. Israël zelf heeft zijn grenzen niet vastgesteld (de Onafhankelijkheidsverklaring verwijst naar “Eretz Israël”).
De Arabieren bleven proberen de Joden uit te schakelen. Na verschillende oorlogen te hebben overleefd, kreeg Israël tijdens de Zesdaagse Oorlog in juni 1967 de volledige controle over “de Westelijke Jordaanoever” (oftewel Judea en Samaria) en “Oost-Jeruzalem” (oftewel de Oude Stad en het Heilige Bekken), toen het zich verdedigde tegen Arabische agressie.
Sinds juni 1967 oefent Israël controle uit, maar heeft het geen wettelijke soevereiniteit opgeëist over het gebied dat voorheen deel uitmaakte van het Mandaatgebied Palestina en dat in 1948 door Egypte (Gaza) en Jordanië (de Oude Stad van Jeruzalem en Judea en Samaria) werd bezet.
“In plaats van de volledige soevereiniteit op te eisen, heeft Israël sinds 1967 verschillende maatregelen genomen in Judea en Samaria.”
Het verwarrende beleid van Israël sinds 1967
In plaats van de volledige soevereiniteit op te eisen, heeft Israël sinds 1967 verschillende maatregelen genomen in deze gebieden. De belangrijkste daarvan zijn:
- Israël verenigde de hele stad Jeruzalem in juni 1967, bracht de stad onder Israëlisch recht en Israëlische jurisdictie en verklaarde haar tot de “ondeelbare hoofdstad van de staat Israël” (maar maakte officieel geen aanspraak op soevereiniteit over de stad);
- Israël voerde over de rest van de “Westelijke Jordaanoever” een militair bestuur in – deels omdat sommigen in Israël van mening waren dat dit als “bezettende macht” volgens het internationaal recht noodzakelijk was; deels als middel om Palestijns terrorisme te bestrijden; en deels als strategie om over vrede met de Arabische wereld te onderhandelen, in de hoop dat het afstaan van land vrede zou brengen (“land voor vrede”);
- Tegelijkertijd heeft Israël sinds 1967 Israëliërs in staat gesteld en aangemoedigd om in de “Westelijke Jordaanoever” te wonen – onder wie mensen (of hun voorouders) die daar land bezaten en door Egypte of Jordanië met geweld waren verdreven;
- In de jaren negentig sloot Israël, onder internationale druk, de Oslo-akkoorden met de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) – waarbij het de Palestijnen autonomie beloofde, maar tot dusver weigerde een Palestijnse staat mogelijk te maken of te erkennen.
Deze nogal verwarrende combinatie van beleidsmaatregelen weerspiegelt diepgaande meningsverschillen, binnen de Joodse samenleving en in de niet-Joodse wereld, over de status van het land.
Verschillende opvattingen over soevereiniteit
Met het risico van een te grote vereenvoudiging zijn er sinds 1948 in wezen twee hoofdcategorieën van opvattingen – zowel binnen Israël als wereldwijd.
Aan de ene kant zijn er velen (maar niet iedereen) in Israël en binnen de Joodse gemeenschap en hun bondgenoten over de hele wereld die van mening zijn dat het Joodse volk het recht heeft om in het land van zijn voorouders te wonen (zij voeren immers aan dat Abraham, Isaak, Jakob en hun nakomelingen, evenals de koninkrijken Israël en Juda, allemaal gevestigd waren in het land dat de wereld nu “Oost-Jeruzalem” en “de Westelijke Jordaanoever” noemt). Sommigen van hen geloven dat dit een Bijbels recht is, anderen zien het als een historisch, politiek en/of juridisch recht.
Daartegenover staan degenen die (numeriek gezien de meerderheid van de mensen in de wereld) de Joodse verbondenheid met het land afwijzen (of daar onwetend over zijn) en geloven dat “de Palestijnen” de rechtmatige eigenaren van dit land zijn. Tot deze groep behoren mensen die beweren dat de enige manier om het conflict op te lossen is om óf een Palestijnse staat in de “bezette” gebieden te creëren, óf Israël te ontmantelen en te vervangen door één democratische “staat Palestina”.
“Tot deze groep behoren mensen die beweren dat de enige manier om het conflict op te lossen is om óf een Palestijnse staat in de 'bezette' gebieden te creëren, óf Israël te ontmantelen en te vervangen door één democratische 'staat Palestina'.”
Het hele spectrum aan opvattingen is in Israël vertegenwoordigd – en dat is de reden waarom Israëlische verkiezingen zo ingewikkeld zijn en waarom het officiële Israëlische beleid door de decennia heen zo verwarrend en tegenstrijdig is geweest.
Tot op de dag van vandaag blijven juristen over de hele wereld discussiëren over deze kwestie. Er bestaat geen consensus. Zelfs binnen het Internationaal Gerechtshof bestaat een scala aan opvattingen. Volgens de vicepresident van het Hof, rechter Sebutinde, betekent het juridische beginsel dat normaal gesproken in dergelijke situaties van toepassing is (“uti possidetis juris”), dat Israël in 1948 de administratieve grenzen van het Mandaatgebied Palestina als grenzen “erfde”.
Dit conflict over de soevereiniteit van het land gaat niet alleen over de “bezette” gebieden; het gaat over heel Palestina, “van de rivier tot de zee” – het gebied dat tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het Mandaatgebied Palestina werd toegewezen.
In het hart van dit land – letterlijk – ligt de stad Jeruzalem.
Israëlische en Palestijns-Arabische standpunten over soevereiniteit
Het kan voor sommige lezers als een verrassing komen dat Israël weliswaar zijn recht opeist om Israëliërs toe te staan in de gebieden onder militair bestuur te wonen, maar officieel geen aanspraak maakt op soevereiniteit over Jeruzalem, Judea of Samaria.
Het standpunt van Israël is nog altijd dat, hoewel het historische aanspraken heeft, de soevereiniteit over de “bezette gebieden” sinds 1922 “in een vacuüm” verkeert. Volgens Israël kan de kwestie van de soevereiniteit over het land alleen door onderhandelingen worden opgelost. Israël voert vooral aan dat zijn controle over de “bezette gebieden” gerechtvaardigd is vanwege veiligheidsoverwegingen.
Daartegenover nemen de Palestijnen en hun aanhangers (de Arabische/islamitische wereld en zelfs sommige westerse landen) een zeer sterk standpunt in: zij stellen dat het Palestijnse volk VOLLEDIGE SOEVEREINITEIT heeft over ALLE gebieden van het Mandaatgebied Palestina. En hun opvatting wordt nu ondersteund door het hoogste gerechtshof ter wereld: het Internationaal Gerechtshof.
Decennialang heeft Israël geprobeerd deze spanningen te beheersen door middel van compromissen: door op verschillende momenten uiteenlopende bestuurlijke maatregelen te nemen die verschillende regeringen en perspectieven weerspiegelden, terwijl de onderliggende kwestie van de soevereiniteit werd vermeden.
Maar Israëls beleid van verhulling heeft averechts gewerkt – het heeft de onderhandelingspositie van Israël verzwakt, zijn vijanden over de hele wereld van munitie voorzien, het publiek in verwarring gebracht en ervoor gezorgd dat islamistisch extremisme wortel kon schieten in de Palestijnse samenleving.
De spanning loopt nu hoog op. Islamistische agressie en geweld (vooral de verschrikkingen van 7 oktober) dwingen de Israëlische regering ertoe steeds meer militaire macht uit te oefenen en de historische en juridische aanspraken van Israël kracht bij te zetten. Deze assertiviteit lokt op haar beurt een tegenreactie uit – zowel binnen Israël als wereldwijd.
Sinds 7 oktober 2023 zijn de opvattingen binnen Israël en de bredere Joodse diaspora aanzienlijk veranderd. Het is niet verrassend dat er in Israël een groeiende overtuiging is dat het hele idee van Palestijnse staatsvorming onhoudbaar is en dat Israël veel assertiever moet zijn in het verdedigen van het veilige voortbestaan van de Joodse staat – zelfs als dit betekent dat de Palestijnen geen staat mogen krijgen. Dit kan inmiddels zelfs de meerderheidsopvatting in Israël zijn (de komende verkiezingen zullen het uitwijzen).
Dit staat in volledig conflict met de overweldigende meerderheid van de VN-lidstaten. Volledig voorbijgaand aan het feit dat de Palestijnse samenleving diep is geïnfiltreerd door de gewelddadige, satanische en door haat gedreven ideologie van radicaal islamisme, wijzen zowel islamitische als de meeste westerse staten inmiddels het argument af dat Israëls militaire aanwezigheid in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever gerechtvaardigd wordt door veiligheidsoverwegingen.
“Maar Israëls beleid van verhulling heeft averechts gewerkt – het heeft de onderhandelingspositie van Israël verzwakt.”
Vroeg of laat lijkt het erop dat de Israëlische regering óf de volledige soevereiniteit over deze gebieden zal moeten opeisen, óf haar aanspraken op de gebieden zal moeten opgeven en de daar wonende Israëliërs zal moeten terugtrekken.
Een mogelijkheid die de afgelopen jaren is besproken, is om de Israëlische soevereiniteit over Gebied C (ongeveer 70 procent van de Westelijke Jordaanoever) uit te roepen, terwijl Gebieden A en B onder Palestijns bestuur blijven. Natuurlijk zal dit de internationale gemeenschap niet tevredenstellen en evenmin vrede met de Palestijnen brengen.
Israël zou natuurlijk ook eenvoudig de status quo kunnen handhaven: de ingewikkelde kwestie van de soevereiniteit blijven vermijden en doorgaan met militaire campagnes om Iran en zijn proxies en bondgenoten, zoals Hezbollah en Hamas, in de bezette gebieden en in Libanon te vernietigen. Maar dat is voor de meeste VN-lidstaten, waaronder veel westerse landen die van oudsher bondgenoten van Israël zijn, onaanvaardbaar geworden.
De huidige ronde van handelsverboden is een teken dat zelfs Israëls traditionele bondgenoten, zoals Duitsland, er genoeg van hebben. Zij zullen Israël niet militair bijstaan en steeds strengere maatregelen opleggen om Israël ertoe te dwingen zijn leger en burgers uit de “bezette gebieden” terug te trekken. Logischerwijs zal dit na verloop van tijd leiden tot militair optreden tegen Israël als het land niet meewerkt.
Interessant is dat de huidige Israëlische regering haar historische en juridische recht op het land onlangs in veel stelliger bewoordingen heeft uiteengezet dan voorheen. Zo legde de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa'ar deze week uit waarom Israël zo boos is over de laatste stap van het Verenigd Koninkrijk:
“Het Joodse volk heeft het recht om overal in het Land Israël te wonen. De verbondenheid van het Joodse volk met dit land en zijn recht erop zijn uitgebreider gedocumenteerd dan die van enig ander volk in de menselijke geschiedenis. De stap van de Labourregering in Groot-Brittannië is bijzonder absurd, aangezien het meer dan een eeuw geleden de Britse regering was die met de Balfourverklaring formeel het historische recht van het Joodse volk erkende om zijn nationale thuisland in het Land Israël te herstellen, met inbegrip van Judea en Samaria. Deze verklaring vormde de basis voor het Britse Mandaat, werd erkend door de Volkenbond en werd vervolgens opgenomen in artikel 80 van het Handvest van de Verenigde Naties.”
Het zal interessant zijn om te zien hoe dit zich ontwikkelt. De vraag hoe moet worden omgegaan met de soevereiniteit over de “gebieden” zal een van de centrale kwesties zijn bij de komende Israëlische verkiezingen volgende maand.
Elke stap van Israël om buiten de Groene Lijn volledige soevereiniteit uit te roepen of op te eisen, zal worden gezien als “annexatie”, wat volgens het internationaal recht illegaal is. Dit zal de woede van de volken verder aanwakkeren en mogelijk leiden tot een resolutie van de Veiligheidsraad waarin wordt opgeroepen tot militair optreden tegen Israël.
En natuurlijk zal Israël, als het soevereiniteit opeist, ook de lastige vraag moeten oplossen welke status het aan de Arabisch-Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever geeft.
Veel zal afhangen van wat er in de Verenigde Staten gebeurt. Op dit moment steunt de Amerikaanse regering het recht van Israël om in de gebieden te blijven en volledige militaire macht uit te oefenen tegen Hamas en andere islamistische jihadistische groeperingen. Maar dit kan in de komende maanden en jaren allemaal veranderen.
Dit zijn geen gemakkelijke vragen. Eén ding is duidelijk: het vermijden van de ingewikkelde kwestie van soevereiniteit zal geen vrede brengen.
“De Bijbel stelt duidelijk dat de Heere het land aan het Joodse volk heeft gegeven als een eeuwigdurend bezit en dat Hij Zijn volk na hun verstrooiing onder de volken naar het land zal terugbrengen.”
Hoe moeten wij hier als christenen op reageren?
De Bijbel geeft ons enkele richtlijnen voor hoe wij het conflict moeten bezien. Zonder te pretenderen volledig te zijn, volgen hier enkele suggesties:
Aan de ene kant stelt de Bijbel duidelijk dat de Heere het land aan het Joodse volk heeft gegeven als een eeuwigdurend bezit en dat Hij Zijn volk na hun verstrooiing onder de volken naar het land zal terugbrengen. Vanuit het perspectief van de Bijbel hebben de Joden een “recht” op het land en een verplichting om erin te wonen en het land te bewerken waarheen de Heere hen terugbrengt.
Het recht op het land brengt echter ook een verantwoordelijkheid met zich mee. Het Joodse volk heeft niet alleen het recht om in het land te wonen; het heeft ook de verantwoordelijkheid om er soevereiniteit over uit te oefenen. Soevereiniteit omvat het betonen van barmhartigheid aan de vreemdelingen (dat wil zeggen: niet-Joden) in het land en het handhaven van rechtvaardigheid. Het bestuur van het land moet als het ware een voorbeeld voor de volken zijn van goddelijke rechtvaardigheid en gerechtigheid.
Soevereiniteit houdt ook de verantwoordelijkheid in om de noodzakelijke kracht te gebruiken om het kwaad en vijandige elementen in de samenleving het hoofd te bieden en uit te roeien. Dit is natuurlijk een enorme uitdaging wanneer de meerderheid van de niet-Joden in de gebieden die momenteel onder Israëlisch militair bestuur staan een diepe haat tegen het Joodse volk koestert en zelfs bereid is hun eigen kinderen op te offeren om Joden te doden en de Joodse natie te vernietigen.
Dit is een dilemma dat uniek is voor Israël en uniek in de geschiedenis.
De volken staan vanuit Bijbels perspectief voor een keuze: onderwerpen zij zich aan of verzetten zij zich tegen de soevereine bedoelingen van de Heere om het Joodse volk naar huis te brengen? Veel volken worden bestuurd door leiders wier houding tegenover Israël wordt bepaald door een religie (de islam) die Joodse soevereiniteit over islamitisch land niet kan en niet wil verdragen.
De kerk is het lichaam van hen die zijn opgenomen in Gods eeuwige verbonden met het volk Israël; wij zijn opgenomen in “het burgerschap van Israël” (Efeziërs 2). Wij hebben een belangrijke rol te vervullen in deze kritieke tijd in de wereldgeschiedenis.
Wat moeten wij doen? Het is niet onze taak om politieke “oplossingen” voor het conflict te bedenken. Dat is de taak van regeringen, niet van de kerk. De rol van de kerk is om met liefde de profetische waarheid te spreken; het Joodse volk te troosten op zijn moeilijke weg terug naar het hart van de Vader; onze christelijke broeders en zusters in het land te versterken; en onophoudelijk in de Geest tot de Vader te bidden om de komst van het Koninkrijk: “Uw naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.”
Gebed
Bid voor Israël en zijn leiders, dat wanneer de volken van woorden overgaan tot daden, wijsheid hen zal leiden – om eenzijdige behandeling met helderheid te beantwoorden, de waarheid te spreken en tegelijkertijd in vriendschap de hand uit te steken en bondgenoten over de hele wereld op te bouwen.
Bid dat het volk van Israël bij de komende verkiezingen leiders zal kiezen die de moed hebben om het kwaad het hoofd te bieden en volledige soevereiniteit uit te oefenen over het land dat aan het Joodse volk is toevertrouwd – zodat allen die in het land wonen gezegend zullen worden.
Bid voor de vijanden van het Joodse volk, vooral in de islamitische wereld – dat harten van steen worden veranderd in harten van vlees.
Bid voor Arabische christenen in het land, zowel in Israël als in de betwiste gebieden – dat zij vervuld zullen worden met liefde voor het Joodse volk, vredestichters zullen zijn in een vijandige omgeving en “de gezindheid van Christus” zullen hebben.
Bid voor de leiders van de volken, dat zij de nederigheid zullen hebben om te erkennen dat het herstel van het Joodse volk in het land Gods teken is dat Hij alleen Heere is over de hele aarde.
En bid dat de kerk haar roeping zal verstaan – om in liefde waarheid te spreken tot de volken, het Joodse volk te troosten en in de Geest voorbede te doen.