Het Joodse Nieuwjaar valt in de zevende maand van de Joodse kalender. Hoe zit dat?
De zevende dag heeft in de Bijbel een bijzondere betekenis. Het is de sabbat, die door God apart is gezet als de dag waarop Hijzelf rustte van Zijn werk van de schepping. Het is ook de dag die Hij aan Israël gaf als teken van Zijn verbond.
Zoals de zevende dag een bijzondere betekenis heeft, zo heeft ook de zevende maand een bijzondere betekenis. Op de kalender van de feesten die God aan Israël gaf, vallen twee feesten in het voorjaar: Pesach in de eerste maand — het begin, letterlijk: het hoofd, van de maanden (Exodus 12) — en Sjavoe’ot, zeven weken later. Het derde grote feest, Soekot, valt in het najaar, in de zevende maand. Vijf dagen vóór Soekot is het Jom Kipoer, de Grote Verzoendag.
Maar ook het begin van de zevende maand zelf heeft een bijzondere betekenis. De eerste dag van de zevende maand moet een volledige rustdag zijn. Bovendien wordt deze dag op een bijzondere manier aangekondigd: door het blazen op de sjofar (Leviticus 23:24). Daarom wordt deze dag ook wel de ‘dag van het blazen’ genoemd [op de sjofar, Numeri 29:1].
In de loop van de tijd is deze dag bekend geworden als Rosj Hasjana. De naam betekent letterlijk ‘hoofd/begin van het jaar’ en is ontleend aan de Bijbel (Ezechiël 40:1), hoewel daar niet naar deze specifieke dag wordt verwezen.
De zevende maand is echter wel de maand waarin belangrijke jaren, zoals het sabbatsjaar en het jubeljaar, beginnen. In de tijd van de tempel was het bovendien het nieuwe jaar voor het vaststellen van de tienden van groenten.
“Het blazen op de sjofar kan een oproep zijn tot bekering en zelfonderzoek, een alarm dat waarschuwt voor naderend gevaar, of een vreugdekreet.”
De Misjna — het geheel van de Joodse mondelinge traditie — noemt daarnaast nog drie andere nieuwjaarsdagen binnen de Joodse kalender: het nieuwe jaar van koningen en feesten op 1 Nisan (de maand van Pesach, in het voorjaar); het nieuwe jaar voor de tienden van het vee (augustus); en het nieuwe jaar van de bomen (januari/februari). Deze verschillende nieuwjaarsdagen kunnen worden vergeleken met ons fiscale jaar, burgerlijke jaar en kerkelijke jaar, die elk hun eigen cyclus hebben.
Tot zover het technische aspect. Maar wat is nu de betekenis van het blazen op de sjofar?
Maimonides, een van de grote Joodse geleerden uit de Middeleeuwen, zegt dat de sjofar bedoeld is om hen die slapen wakker te maken. Het kan een oproep zijn tot bekering en zelfonderzoek, een alarm dat waarschuwt voor naderend gevaar, of een vreugdekreet van dankbare opluchting nadat het gevaar is geweken. De sjofar verkondigt ook het koningschap van God.
De ramshoorn herinnert aan de binding van Isaak (Genesis 22). Isaak werd op het altaar gebonden, maar God voorzag in zijn plaats in een ram. Een oude Joodse traditie vertelt dat niets van deze ram verloren is gegaan: zijn as lag onder het altaar van de tempel. De snaren van Davids harp werden gemaakt van zijn pezen. Zijn linkerhoorn werd geblazen op de berg Sinaï, en zijn rechterhoorn zal in de laatste dagen worden geblazen, zoals geschreven staat: “Op die dag zal het gebeuren dat op een grote bazuin geblazen zal worden” (Jesaja 27:13), en: “De HEERE zal Koning worden over heel de aarde" (Zacharia 14:9).
“De sjofar klinkt vandaag om Israël bijeen te brengen. Maar hij klinkt ook om de kerk en de volken wakker te schudden.”
Met andere woorden: de ram symboliseert het leven van Israël, vanaf het ontstaan ervan tot aan de voltooiing van zijn geschiedenis. Vandaag omvat dit zowel de vernietiging van het Joodse volk in de Sjoa (Holocaust) als zijn wedergeboorte in de staat Israël — een sjofarklank in onze eigen tijd, niet alleen voor Israël, maar in het bijzonder ook voor de kerk en voor de hele wereld.
Jezus zei dat, wanneer de Zoon des mensen in heerlijkheid komt, Hij Zijn engelen “zal uitzenden onder luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken” (Matteüs 24:31).
Zo gaat Jesaja 27:13 verder: “Op die dag zal het gebeuren dat op een grote bazuin geblazen zal worden. Dan zullen zij komen die verloren waren in het land van Assyrië, die verdreven waren naar het land Egypte."
De sjofar klinkt vandaag om Israël bijeen te brengen. Maar hij klinkt ook om de kerk en de volken wakker te schudden. De zevende maand van de Joodse kalender spreekt over de toekomst.
Rosj Hasjana is een dag van oordeel, maar ook een dag die het koningschap van God verkondigt. Zacharia profeteert over de wijze waarop God als Koning zal regeren vanuit Jeruzalem, en hoe de volken dan samen met Israël naar de God van Israël zullen komen om zich voor Hem neer te buigen tijdens het Loofhuttenfeest.
Moge de kerk en de volken het geluid van de sjofar horen en de boodschap ervan ter harte nemen.
Meer weten over Rosj Hasjana? Bekijk dan deze video.