Een paar weken geleden, op Sjabbat, hadden wij gasten, onder wie de vader van twee broers die in de afgelopen paar jaar als het ware deel van ons huis zijn geworden. Alles leek normaal, maar we zagen dat onze baby zich niet goed voelde. Zodra Sjabbat voorbij was, bad ik het avondgebed alleen thuis, maakte Havdalah, en haastten wij ons naar het ziekenhuis.
Gewoonlijk kan het een hele nacht duren voordat men op de eerste hulp wordt opgenomen. Maar deze keer, nadat wij de symptomen hadden uitgelegd, kwam er al meteen een verpleegkundige om ons mee te nemen terwijl wij nog bezig waren de formulieren in te vullen. En in één ogenblik stond het gewone leven stil: infusen, dokters, zorgen en gebeden namen het plotseling over.
Een mens denkt dat hij sterk is, totdat hij zijn eigen kleine baby zwak ziet liggen, verbonden aan vocht via een infuus. Na dagen van zorgen kwam onze baby, Baruch Hashem, weer thuis. De dokter zei dat de situatie ernstig was geweest, maar in Hashem’s goedheid begon ze te herstellen. Haar kleur en kracht kwamen langzamerhand terug. En het huis klonk weer als een huis.
Maar toen kwam een relatief eenvoudige vraag: wat doet men na zo’n chessed, goedheid, van Hashem? En onze Rebbe liet mij heel duidelijk weten dat juist in zo’n geval een mens moet stilstaan, en Hashem publiekelijk moet danken. In dit geval met een Se’oedas Hoda’ah, een maaltijd van dankbaarheid, met woorden van lof en dankbaarheid (hoda’ah). Niet zomaar samen eten, maar openlijk erkennen dat wij een chessed, een goedheid van G-d, hebben ontvangen; en dat zo’n geschenk niet stilletjes mag verdwijnen in het gewone leven.
De maaltijd
Dus deden wij dat op Sjabbatavond. Voor die Sjabbat hadden wij zestien jeshiva-jongens aan tafel. Tegen de tijd dat ik thuiskwam van de synagoge, was de avond al op zijn eigen manier begonnen. Terwijl ik de trappen naar ons appartement opliep, hoorde ik gedempte stemmen steeds luider worden. Ik hoorde het zingen door de muren en door het trappenhuis, en ik voelde het letterlijk onder mijn voeten; de treden, de vloer, zelfs de trapleuningen trilden al voordat ik de deur had bereikt.
Toen ik de deur opende, kwam het volle geluid met alle kracht op mij af. Ineens was het niet meer gedempt, niet meer verborgen achter muren. Het zingen vulde het hele gebouw. De woonkamer zat al vol met jeshiva-jongens rond de tafel. De kamer leefde van jonge stemmen die Sjabbatliederen zongen, samen met liederen van lof voor hun Vader in de Hemel. En dat is precies hoe een gelovige Jood reageert na angst, en na het zien van een redding van Hashem: hij zingt, hij looft, en hij dankt.
“Wij kunnen Hashem nooit volledig met lof 'terugbetalen', maar wij moeten Hem toch prijzen.”
Het
gevaar van ondankbaarheid
Wanneer Hashem leven geeft, een hartslag, gezondheid, kracht, adem, kinderen,
ouders, een huis, of zelfs een stuk brood, moet een mens leren opmerken. Hij
moet een ore’ach tov worden, een ‘goede gast’ in de wereld van Hashem; iemand
die rondkijkt en verklaart: Hoeveel heeft de Gastheer voor mij gedaan! Leven
met dankbaarheid betekent erkennen dat Hashem onze echte Gastheer is. Hij geeft
ons de mogelijkheid om in Zijn wereld te wonen, en ieder moment te ontvangen
van Zijn eindeloze goedheid. Niet alleen na een ziekenhuisopname, of na een
zichtbare genezing. Maar iedere dag, met iedere ademhaling, iedere verborgen
goedheid, en ieder moment dat Hij ons draagt.
“Als wij wachten tot het leven compleet voelt voordat wij de Almachtige danken, kunnen wij ons hele leven blijven wachten om te zingen.”