Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

Dagboek: Weer geland

Door Opperrabbijn Binyomin Jacobs - 

7 september 2026

F260816CG0002

Joden bidden om vergeving (selichot) in aanloop naar Rosj Hasjana (Joods Nieuwjaar). | Foto: Flash90

We zijn een sjabbat langer in Israël gebleven dan de bedoeling was. De reden was een uitnodiging om sjabbat, eergisteren dus, in de Chabad-sjoel in Rechavja te komen spreken op de laatste sjabbat voor Rosj Hasjana, om in te vallen voor een zieke, die B”H inmiddels weer helemaal gezond is verklaard. Maar omdat ik speciaal was gebleven en royaal was aangekondigd, bleef ik wel de klos.

Maar voor het (ik bedoel die klos) zover was, hebben Blouma en ik vrijdag mincha gedawend, het middaggebed uitgesproken bij de Kotel, om voor het avondgebed te gast te zijn bij een achternicht van Blouma die met man en kinderen op loop- en klimafstand op slechts een kwartier van ons hotel woonden.

De man van de achternicht was het hoofd (of zoiets) van Joods Begrafeniswezen, maar dan niet in Amsterdam maar in Jeruzalem. Maar zijn werkveld beperkt zich niet alleen tot Jeruzalem, maar op vrijwillige basis, onbezoldigd dus, is hij regelmatig in Oekraïne te vinden waar hij probeert vergane Joodse wijken van onder het puin der eeuwen zichtbaar te maken.

Maar in feite geeft hij niet zoveel om de geschiedenis van wat onder het puin wordt aangetroffen, maar zijn belangstelling betreft de matsewot, de grafzerken, want op die zerken staan namen en data vereeuwigd. En die namen en jaartallen kunnen van essentieel belang zijn om het Jood-zijn van huidige vluchtelingen uit de voormalige Sovjet-Unie te bepalen en ook om zij die niet meer zijn, toch een beetje uit de duisternis van de vergetelheid te halen…

Tot diep in de vroege sjabbat-uurtjes, ik bedoel dus gewoon tot heel laat, wisselden we gedachten uit, spraken over de Oorlogsgravenstichting Boete en Verzoening en over samenwerking om de bijna vergeten geschiedenis te redden.

En dus: wordt vervolgd direct na Chanoeka 2027, wanneer ik wederom naar Israël ga en dan ook met mijn aangetrouwd achterneefje een ontmoeting zal hebben, op zoek naar massagraven, naar verborgen geschiedenis. Ik heb dus op sjabbat huiswerk gekregen. Wie kunnen we erbij betrekken? JBW? Boete en Verzoening? Christenen voor Israël?

En toen was het plotsklaps sjabbat-overdag. In sjoel moest ik kort spreken en bij de kiddoesj niet-kort. Maar ja, wat voor de een kort is, is voor de ander lang. Maar om een lang verhaal kort te maken: ik sprak over de schepping van de wereld, Rosj Hasjana, die we niet kunnen vatten en over het leven hier op aarde, dat we zeer vaak ook niet kunnen begrijpen. Maar desondanks…

En omdat ik er toch was en ik er kennelijk toch wat ouder uitzie, is de lokale rabbijn de problematiek rondom “mie hoe jehoedie-wie is Joods” met mij gaan bespreken. Ook in Israël, of wellicht juist in Israël, speelt die problematiek.

Voor mij was het duidelijk: de rabbijn had even iemand nodig om tegenaan te praten en al pratend, na en voor de dienst, werd ik praatpaal, want van het een kwam het ander, probleem na probleem, mogelijke oplossingen en onhaalbare uitdagingen. Ik voelde me helemaal in mijn RCE-jas en RCE-sas. Het Rabbinical Center of Europe (RCE) is de plek waar ik als een soort Joodse ouderling de lokale besturen, rabbijnen en voorgangers tot steun mag zijn.

“Ongeacht onze maatschappelijke positie staan we als een hechte eenheid en een ultieme saamhorigheid voor de Eeuwige onze G’d.”

En toen was de sjabbat voorbij en was het de eerste nacht selichot, gebed om vergeving. Via vitamine P (de P van protectie) hadden we entreekaarten weten te bemachtigen om de selichotdienst in de Grote Sjoel bij te wonen en zat ik op de voorste rij naast de rabbijn van de sjoel en Blouma ook op de voorste rij, op het damesbalkon.

Lea Farkash, van het bekende Chesedproject, na afloop ontmoet, ook oud-Nederlander en collega uit het Sinai Centrum Micha van Dijk en net voordat de dienst begon, hoorde ik luidkeels mijn naam roepen: Binyomin! Daar zat Willy Lindwer die verbaasd was mij in Jeruzalem te zien! Dat is Israël, dat is Jeroesjalajim, dat is een sjoel in Jeruzalem.

In iedere straat, op ieder pleintje, in ieder hoekje was de naderende Rosj Hasjana voelbaar en overal kwamen we bekenden tegen, uit Nederland, familie uit het buitenland, studiegenoten van mij uit de jeshiva (Joodse leerschool), studiegenoten van Blouma onder andere uit de tijd dat ze studeerde in Yerres, Frankrijk, aan het beroemde meisjesseminarium.

De stewardess roept om dat de riemen moeten worden vastgemaakt. We gaan landen. Israël ligt achter ons, minder dan een week voor Rosj Hasjana. Wil ik landen? Altijd vanaf mijn tienerjaren heb ik gedroomd om later in Israël te gaan wonen, en toen was er van antisemitisme nog geen sprake.

Dien G’d met vreugde! Kapitein-zinkend schip. Of zoals ik meerdere keren juist nu van ex-Nederlanders heb gehoord: Jacobs, jij moet daar blijven, wij zijn hier in Israël beter af. Misschien moet ik gewoon wat vaker gaan opladen, er zijn genoeg redenen en desnoods smoesjes te bedenken om even naar het Heilige Land te gaan.

Op Schiphol werd ik verwelkomd door een van de vrijwilligers die zo vriendelijk was ons af te halen onder het Oekraïense motto: breng de Joden thuis. Het was goed dat ik werd gereden want ik ben redelijk moe en kreeg onderweg nog een probleem op te lossen met een Brit Mila en ook nog wat gedoe met een familie die spoedig een matsewa-tekst voor hun moeder wil hebben, maar heeft aangegeven dat de overledene geen Joodse tekst op haar grafzerk wilde hebben.

Dat gaat hem dus niet worden! Op een Joodse begraafplaats komt een zerk met een Joodse tekst, ook uit respect voor de anderen die daar het aardse bestaan hebben ingeruild voor een Hoger leven.

Natuurlijk heeft ieder mens het recht te denken zoals het hem of haar behaagt, maar we zijn ook onderdeel van een brede samenleving, zeker ook tijdens het leven. En dat is nu precies waarmee de sidra (Thoralezing) van deze week begint: “Jullie staan vandaag (Rosj Hasjana) allen voor de Eeuwige jullie G’d: jullie aanvoerders, jullie stamhoofden……zowel de houthakker als de waterschepper”.

Ja, er zijn maatschappelijke verschillen, zo is de wereld geschapen, zo zit de wereld in mekaar, maar desalniettemin staan we allen, ongeacht onze maatschappelijke positie, als een hechte eenheid en een ultieme saamhorigheid voor de Eeuwige onze G’d.

Sjana towa oemetoeka, een goed en voorspoedig 5787, een jaar van sjalom!


Jacobs website

De auteur

Opperrabbijn Binyomin Jacobs

Opperrabbijn Binyomin Jacobs werd in 1949 in Amsterdam geboren. Hij staat bekend als een bruggenbouwer en is een veelgevraagd spreker.

Doneren
Abonneren
Agenda