Handelingen 2, de uitstorting van de Heilige Geest, is de geboorte van de kerk. Ik hoor het veel om mij heen. In mijn reactie geef ik vaak nuance: Handelingen 2 is niet de geboorte van de kerk zoals wij die vandaag kennen – een gemeenschap van voornamelijk niet-Joodse gelovigen. Op het Pinksterfeest werd de Heilige Geest namelijk alleen uitgestort op Joden. Wij heidenen komen pas vanaf Handelingen 10 kijken.
Wekenfeest
De uitstorting van de Heilige Geest in Handelingen 2 gebeurde tijdens het Joodse Wekenfeest (Hebreeuws: Sjawoe'ot). Het Wekenfeest is één van de pelgrimsfeesten waarbij het Joodse volk optrok naar Jeruzalem om daar, in en rondom de tempel, het feest te vieren. Daarom lezen we over Parthen, Meden en Elamieten, we lezen over Joden uit Mesopotamië, Asia, Egypte, Libië; noem maar op (vers 9-11). Niet alleen vanuit Judea, Samaria en Galilea kwamen Joden, overal vanuit de toenmalige wereld trokken Joden met Sjawoe'ot op naar Jeruzalem. Heel de stad was vol met Joden. En dan komt de Heilige Geest.
Het Nieuwe Verbond
De uitstorting van de Heilige Geest is een teken van het Nieuwe Verbond. Een verbond wat God nadrukkelijk sluit met Israël: “Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten” (Jeremia 31:31). Het is het verbond waar ook Jezus op doelt tijdens zijn laatste Pesachmaaltijd: “Want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden” (Matteüs 26:28). Vergeving van zonde en de uitstorting van de Heilige Geest zijn inderdaad twee kernpunten van het Nieuwe Verbond. Ook de profeet Ezechiël profeteert daarover: “Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen. Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven” (Ezechiël 36:25-26).
Maar zowel Jeremia als ook Ezechiël stellen duidelijk dat dit een belofte is voor Israël. Met hén wordt dit Nieuwe Verbond gesloten. Dat brengt ons bij de onvermijdelijke vraag: Waarom Israël? Wat is Gods doel daarmee?
“Jezus is een dienaar van Israël om er via die weg voor te zorgen dat 'de heidenen God gaan verheerlijken'.”
Israël: licht voor de volken
Bij de roeping van Abraham, de voorvader van Israël, klinkt al het waarom van Israël door: “In u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden” (Genesis 12:3b). God formeert via Abraham, Isaak en Jakob (wie Hij later ‘Israël’ noemt) een volk om daar doorheen de wereld te zegenen. Israël wordt niet alleen door God zelf gezegend, ze zijn ook het kanaal van zegen. Dat betekent de uitverkiezing van Israël. Zij zijn uitverkoren uit alle volken ter wille van de volken. Jesaja zegt dat ook: “Dit volk heb Ik Mij geformeerd. Zij zullen Mijn lof vertellen” (Jesaja 43:21).
Jezus, als Koning van Israël, gaat Zijn volk voor in hun roeping. Hij is één met hen en Hij is, zoals Paulus schrijft, “een Dienaar van de besnijdenis geworden” (Romeinen 15:8). Een dienaar van Israël om er via die weg voor te zorgen dat, zo vervolgt Paulus dan ook, “de heidenen God gaan verheerlijken” (Romeinen 15:9). Jezus zelf zegt het ook: “Het heil is uit de Joden” (Johannes 4:22). God roept Israël met een doel: door dat volk en door hún Koning zegent Hij de wereld, “opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de heidenen zou komen” (Galaten 3:14).
Zegen uit Israël
Het brengt ons terug bij het Nieuwe Verbond. De Heilige Geest wordt aan Israël belooft en zij hebben de opdracht dit licht de wereld in te brengen. Daarom zegt Jezus ook tegen Zijn twaalf discipelen – als beeld voor de twaalf stammen van Israël – dat zij het licht van de wereld zijn (Matteüs 5:14) en dat zij de blijde boodschap aan alle volken moeten vertellen (Matteüs 28:19). Dat is ook de reden dat de Heilige Geest in eerste instantie alleen komt op de twaalf discipelen. Vervolgens komt de Geest op meer Joden en pas in Handelingen 10, na verbazing van Petrus, ook op niet-Joden. Vanuit Israël wordt de wereld gezegend.
“Nu de boodschap en de Geest de wereld zijn overgegaan, keren zij als het ware weer terug naar waar zij vandaan kwamen: Jeruzalem. En dat niet alleen, ook het volk van God keert terug naar Israël.”
Pinksteren begint bij Israël – en eindigt bij Israël
En nu, nu de boodschap en de Geest de wereld zijn overgegaan, keren zij als het ware weer terug naar waar zij vandaan kwamen: Jeruzalem. En dat niet alleen, ook het volk van God keert terug naar Israël. Al een ruime eeuw zijn wij getuigen van één van de grootste tekenen van Gods trouw; Joden overal ter wereld keren terug naar Israël. En weet je wat zo treffend is? Die terugkeer wordt óók beloofd in het Nieuwe Verbond! Heel Jeremia 31 spreekt over de terugkeer naar het land. En ook in Ezechiël lezen we, zowel vóór als na de verzen over Gods Geest, dat Hij Israël naar het Beloofde Land laat gaan: “Ik zal u uit de heidenvolken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen” (Ezechiël 36:24).
Pinksteren begint bij Israël. Van daaruit wordt de wereld gezegend. En als de Heilige Geest door het Joodse volk de wereld is overgegaan, keert zij weer terug naar huis om te wonen in Jeruzalem. Daar zal het Joodse volk zijn, daar zal Jezus verschijnen en plaats nemen op Zijn troon. Daar zal Hij volledig en ten volle de Geest uitstorten. Dan zal Israël hersteld zijn en zullen de volken optrekken naar dat Licht. Dan vindt het Nieuwe Verbond zijn volledige vervulling. Dan is het echt Pinksteren.