Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Medewerkers Vrije Universiteit Amsterdam saboteren academisch debat over Israël en internationaal recht

Door Redactie cvi.nl - 

12 mei 2026

Collegezaal

Illustratieve afbeelding van een collegezaal. | Foto: Unsplash

Op 7 mei organiseerde thinc. (The Hague Initiative for International Cooperation), een denktank op het gebied van internationaal recht en Israël, een symposium aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Dit symposium werd verstoord door medewerkers van de VU die een pro-Palestijns standpunt aanhangen. Zij bespotten onder andere de sprekers en maakten minachtende opmerkingen. De bijeenkomst kreeg veel media-aandacht, maar volgens thinc. gaven verschillende media een vertekend beeld van de gebeurtenissen.

Diezelfde dag verschenen in Het Parool en het AD artikelen onder de titel: ‘Hoogleraar slaat andere hoogleraar in het gezicht tijdens ‘geheime’ conferentie over Israël op Vrije Universiteit’. Ook het NRC besteedde aandacht aan het symposium. In de berichtgeving werd de bijeenkomst neergezet als een geheimzinnige conferentie, waarbij de vier aanwezige pro-Palestijnse medewerkers van de VU voornamelijk als slachtoffers werden gepresenteerd.

In reactie op deze berichtgeving bracht thinc. een persbericht uit, waarin de organisatie stelt dat de bijeenkomst anders verliep dan in de media werd geschetst. Hieronder leest u hun persbericht:

"The Hague Initiative for International Cooperation (thinc.) heeft meegewerkt aan de organisatie van een symposium dat op donderdag 7 mei 2026 plaatsvond aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. Dit evenement heeft veel media-aandacht getrokken. Veel media hebben het afgeschilderd als een poging om een eenzijdige, geheimzinnige pro-Israëlbijeenkomst te organiseren die de veiligheid en vrijheid bedreigde van degenen die het “pro-Israël”-standpunt niet delen.

Dit is een volstrekte verdraaiing van de waarheid. In feite was dit een oprechte poging van een groep Joodse hoogleraren in Nederland om een legaal academisch debat te organiseren over zaken van groot belang. Het werd getorpedeerd door zogenaamd academisch personeel van de universiteit zelf.

Om te begrijpen wat er is gebeurd, is het essentieel om de bredere context te begrijpen. De afgelopen tweeënhalf jaar, sinds 7 oktober 2023, worden Joodse academici geconfronteerd met systematische discriminatie aan Nederlandse universiteiten. Velen hebben zich onbegrepen, afgewezen en bedreigd gevoeld – zelfs door hun eigen collega’s en de instellingen waarvoor ze werken. De rechtenfaculteit en andere faculteiten hebben regelmatig pro-Palestijnse evenementen georganiseerd waarin de Joodse staat Israël werd beschuldigd van genocide, er werd opgeroepen tot de vernietiging ervan (“van de rivier tot de zee”), en individuele Joden werden bedreigd. Joodse academici werden zelden of nooit uitgenodigd om deel te nemen. Dit is in elk land zeer problematisch, maar het is bijzonder schrijnend in Nederland, waar onder de nazi-bezetting de Joodse bevolking nog maar tachtig jaar geleden bijna volledig werd uitgeroeid, met de expliciete of stilzwijgende steun van veel Nederlandse instellingen, waaronder universiteiten.

“Hun doel was veeleer de discussie te verstoren en de sprekers verbaal aan te vallen en fysiek te intimideren.”

Doel van het symposium

Enkele maanden geleden werden we benaderd door een groep Joodse academici in Nederland die zich diep gekwetst voelen door hun marginalisering aan Nederlandse universiteiten. Zij wilden een academisch evenement organiseren aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam over de rol van het Internationaal Gerechtshof in het kader van het Genocideverdrag van 1948.

Dit is uiteraard een zeer relevant onderwerp, aangezien er momenteel twee zaken op grond van het Verdrag bij het Hof in behandeling zijn (Gambia tegen Myanmar en Zuid-Afrika tegen Israël). Bovendien brengen deze zaken juridische en praktische uitdagingen met zich mee waarmee het Hof nog nooit eerder is geconfronteerd. Zo wordt het hoogste VN-gerecht voor het eerst in zijn geschiedenis gevraagd om een feitelijke en juridische vaststelling te doen dat er sprake is geweest van genocide. (In alle eerdere genocidezaken bij het Internationaal Gerechtshof kon het Hof vertrouwen op de feitelijke bevindingen van andere tribunalen en richtte het zich in plaats daarvan op de vraag of de betrokken staten hun verplichtingen om genocide te voorkomen en te bestraffen waren nagekomen.)

Het ICJ is niet opgericht om als rechtbank te functioneren en beschikt aantoonbaar niet over de mechanismen om feitelijke vaststellingen te doen in complexe situaties van gewapend conflict. Het nieuwe karakter van de zaken die momenteel bij het Hof aanhangig zijn, roept belangrijke internationale juridische en beleidsvraagstukken op die naar onze mening potentieel verstrekkende gevolgen hebben voor veel staten die betrokken zijn bij terrorismebestrijdingsoperaties en daarom een serieuze analyse door rechtswetenschappers vereisen. Aangezien een van die zaken betrekking heeft op Zuid-Afrika tegen Israël, is het onvermijdelijk dat deze zaak een centrale rol speelt in de analyse.

Als organisatie die gespecialiseerd is op dit gebied, vonden wij dit een uitstekend initiatief en hebben wij graag toegezegd de organisatoren te helpen bij het vinden en benaderen van geschikte sprekers. Als organisatoren hebben we besloten ons te richten op de volgende onderwerpen: het juridische kader voor deze ICJ-zaken; de noodzaak dat het Hof voldoende rekening houdt met de uitdagingen waarmee legers worden geconfronteerd die terrorisme bestrijden in dichte stedelijke oorlogsvoering; en het bewijskrachtige gewicht dat moet worden toegekend aan rapporten van de VN en NGO's. De sprekers zijn geselecteerd omdat zij internationale experts zijn op deze gebieden. Twee van hen waren niet-Israëlisch; de andere twee waren Israëlisch. Hun nationaliteit mag geen belemmering vormen voor de legitimiteit van hun standpunten.

Het doel van het evenement was dat de sprekers een kritische discussie zouden voeren over deze belangrijke juridische kwesties met hun Nederlandse academische collega’s. Dit moest een juridisch, geen politiek evenement worden. Daartoe werden uitnodigingen verstuurd naar een breed scala aan academici, voornamelijk uit de juridische wereld, van wie velen bekend stonden om hun tegengestelde standpunten. Hieronder bevonden zich ook academici van de gastuniversiteit, de VU. Veel genodigden reageerden niet of weigerden aanwezig te zijn.

“Nederlandse universiteiten hebben toegestaan dat hun instellingen plaatsen zijn geworden waar degenen die de keffiyeh-ideologie van luidruchtige antisemitische of antizionistische groeperingen niet delen, het zwijgen worden opgelegd.”

Gedrag tijdens het evenement

Wij hebben begrepen dat verschillende niet-uitgenodigde academici van de VU – van wie geen enkele expert is op het gebied van internationaal recht – contact hebben opgenomen met de decaan en hun verzet tegen dit “eenzijdige” evenement hebben geuit, waarbij zij erop aandrongen dat zij aanwezig mochten zijn. De decaan van de faculteit heeft vervolgens de organisatoren van de conferentie verzocht hen uit te nodigen. Zij werden dan ook uitgenodigd om aanwezig te zijn.

Het gedrag van deze vier academici tijdens het symposium was uiterst onprofessioneel en ongepast. Drie faculteitsleden, waaronder dr. Joram Pach, droegen keffiyehs en toonden Palestijnse vlaggen in de collegezaal en tijdens de pauzes in de koffieruimte. Ze bespotten de sprekers voortdurend en minachtend, maakten opmerkingen, rolden met hun ogen, grijnsden, enz. Een van hen toonde een Palestijnse vlag tijdens de presentatie van majoor Fox.

Op een gegeven moment stond professor de Boer (een VU-professor) op uit zijn stoel en liep op agressieve wijze op majoor Fox af tijdens diens presentatie. Hij weigerde te gaan zitten toen de voorzitter hem daarom vroeg. Zijn taalgebruik en fysieke houding ten opzichte van majoor Fox waren gewelddadig en agressief, in strijd met professionele academische normen. In een verbale tirade betwistte hij Fox’ bewijs van de brute wreedheden die Hamas op 7 oktober heeft begaan.

Deze vier VU-academici waren niet van plan een redelijk debat aan te gaan over deze belangrijke kwesties. Hun doel was veeleer (in het geval van de drie keffiyeh-dragende academici) de discussie te verstoren en (in het geval van De Boer) de sprekers verbaal aan te vallen en fysiek te intimideren.

Tijdens het symposium ontstond er een fysieke confrontatie tussen professor de Boer en een gastdocent internationaal recht die naast hem zat. Terwijl de drie provocateurs, die keffiyehs droegen en Palestijnse vlaggen vasthielden, de spreker bleven onderbreken en de herhaalde verzoeken van de voorzitter om daarmee te stoppen negeerden, draaide de gastdocent zich om om hen met zijn mobiele telefoon te filmen. De Boer rukte de telefoon met geweld uit de handen van de gastdocent. Toen de gastdocent zijn telefoon terugtrok, stootte hij per ongeluk de bril van de Boer van zijn gezicht. De beschuldigingen in de Nederlandse media dat hij de Boer opzettelijk zou hebben geslagen, zijn overduidelijk onjuist en kwaadwillig, zoals getuigen hebben bevestigd.

Dubbele maatstaven

Dit evenement is bekritiseerd als eenzijdig. Het is zeker waar dat drie van de sprekers – majoor Andrew Fox, prof. Danny Orbach en Anne Herzberg – standpunten naar voren brachten die de heersende opvatting uitdagen, die de uitkomst van de zaken die momenteel voor het Internationaal Gerechtshof (ICJ) liggen, al bij voorbaat beoordeelt. Twee van de sprekers (Orbach en Herzberg) zijn Israëlisch. Niettemin had elke spreker de taak om zijn of haar standpunt vanuit een rigoureus academisch perspectief te presenteren, en naar onze mening hebben zij dat ook gedaan.

Tegelijkertijd had de geladen sfeer tot gevolg dat sommige sprekers opmerkingen maakten die emotioneel en subjectief waren. Dat is jammer, maar men kan hen hier nauwelijks kritiek op geven gezien de agressieve sfeer die door het eigen personeel van de universiteit tijdens dit evenement werd gecreëerd. Ze werden, simpelweg, in een hinderlaag gelokt en aangevallen. Dat, en niet hun emotionele reacties, moet worden veroordeeld. En dat is precies wat de mainstream media tot nu toe (Parool, AD, NRC) hebben nagelaten te doen.

Deze hele episode legt een veel dieperliggend probleem bloot. De leiders van Nederlandse universiteiten hebben toegestaan dat hun instellingen plaatsen zijn geworden waar degenen die de keffiyeh-ideologie van luidruchtige antisemitische of antizionistische groeperingen niet delen, het zwijgen worden opgelegd.

Wanneer zij proberen te spreken, worden zij belasterd, bedreigd en beledigd. Dit is de antithese van wetenschappelijk onderzoek en academische vrijheid. Het is tijd dat de universiteiten de academische vrijheid en de fysieke en emotionele veiligheid van al hun medewerkers en studenten – inclusief Joodse medewerkers en studenten – adequaat en gelijkwaardig beschermen."

We maakten eerder al een uitzending over hoe activisme de academische vrijheid onder druk zet. Bekijk de uitzending hier:

Favicon CVI

De auteur

Redactie cvi.nl

Doneren
Abonneren
Agenda