Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

Kunnen wij houden van mensen wiens keuzes wij niet kunnen aanvaarden?

Door Yoel Schukkmann - 

15 juli 2026

F251130CG28

Religieuze en seculiere Joden lopen op de Jaffastraat in Jeruzalem. | Foto: Flash90

De Thora zegt: “Heb je naaste lief als jezelf” (Leviticus 19:18). Rabbi Akiva (50-135) zei: “Dit is een groot principe van de Thora.” Hillel (rond 110 vgj-10 gj) zei tegen een potentiële bekeerling: “Wat jij haat, doe dat een ander niet aan; dit is de hele Thora, en de rest is commentaar.” Maimonides (1138-1204) en de Sefer HaChinuch leggen het praktisch uit: “Zorg voor de eer, bezittingen en het welzijn van je naaste zoals voor die van jezelf.” Nachmanides (1194-1270) legt uit dat een mens van nature diep en persoonlijk van zichzelf houdt. Daarom vraagt de Thora dat hij het goede wil voor een ander; in rijkdom, eer, wijsheid, waardigheid en zegen; zonder jaloezie of wrok.

Rebbe Shneur Zalman Schneerson (1746-1812) van Liadi schrijft dat echte Ahavas Yisrael, liefde voor Joden, mogelijk wordt wanneer een mens voorbij het uiterlijke lichaam kijkt en begint te kijken naar de ziel. Lichamen zijn gescheiden. Zielen zijn met elkaar verbonden aan de wortel. Wanneer iemand leeft met het bewustzijn dat de ziel het belangrijkste is, dan is mijn naaste geen vreemde. Hij is met mij verbonden in één volk en één wortel.

Aan de oppervlakte klinkt dit allemaal heel mooi… totdat het werkelijkheid wordt. Totdat “je naaste” niet de aardige buurman is die naar je glimlacht in de lift, maar iemand die ver van de Thora leeft, of er zelfs openlijk tegen vecht. Wat gebeurt er wanneer iemand media, rechtbanken of politiek gebruikt om Sjabbat, Joodse opvoeding en onderwijs, koosjer supervisie, en het Joodse leven zelf te verzwakken? Wat gebeurt er wanneer verwarde bewegingen erop aandringen dat hun theorieën over familie, huwelijk, identiteit en “heiligheid” worden opgedrongen aan de straat, de klas, publieke taal, gezinsleven en kindergedachten? Wordt er dan nog steeds van ons verwacht dat wij liefhebben?

Ongegronde liefde

Wij bevinden ons momenteel in de drie weken die leiden naar Tisha Be’Av, waarin wij rouwen om de heilige tempel, die werd verwoest vanwege ongegronde haat tussen Joden. Als dit de verwoesting heeft gebracht, dan is de rectificatie van deze zonde ongegronde liefde, zelfs wanneer de keuzes van onze naaste ons diep pijn doen.

Een paar weken geleden zat ik met een leerling van mij, een jonge man die pas later in zijn leven religieus is geworden. Vandaag heeft hij lange peiyos (haarlokken), kleedt zich als iedere andere chassidische Jood, is in elk zichtbaar opzicht een echte chassidische jeshiva-jongen, en spreekt zelfs vloeiend Jiddisch. Ik heb hem Thora zien kiezen met zelfopoffering. Hij vroeg mij iets als iemand die “laat” tot het Jodendom kwam, maar eigenlijk was het helemaal geen vraag van een nieuwkomer.

Hij zei tegen mij, met ongewone eerlijkheid: “Ik begrijp dat wij van iedere Jood moeten houden. Maar ik vind het heel moeilijk met seculiere Joden. Mensen die volledig zorgeloos leven ten opzichte van de Thora, en vooral mensen die actief tegen de Thora zijn. Hoe moet ik van hen houden?”

Zijn woorden brachten iets terug dat ongeveer negen jaar geleden gebeurde. Mijn vrouw en ik waren in het noorden, in een grotendeels seculiere buurt, voor een familie-Sjabbat Sheva Berachot. Op Sjabbatavond, na de maaltijd, gingen wij buiten wandelen. Ik was gekleed in volledige chassidische Sjabbat-kledij: een shtreimel (bonten hoed), bekitshe (de lange glanzende Sjabbatjas), en overjas. Ik zag er niet slechts “religieus” uit. Ik zag er onmiskenbaar chassidisch uit.

Een paar straten verderop liepen drie seculiere mensen in onze richting, twee vrouwen en een man. Twee van hen leken de vrouw in het midden te flankeren. Zij trilde vreselijk en dwong zichzelf zichtbaar om door te blijven lopen. Eerst begreep ik het niet. Toen werd het duidelijk. Zij was doodsbang.

“Wanneer iemand fouten in anderen ziet, moet hij weten dat hij zelf iets van die fouten deelt.”

Doodsbang voor ons

Een jong chassidisch echtpaar dat rustig een wandeling maakte. Meer niet. Toch keek ze, toen zij ons passeerden, met echte angst in haar ogen naar mij, terwijl de andere twee haar geruststelden. Wij glimlachten, zeiden “Sjabbat Shalom,” en liepen verder. Maar mijn vrouw en ik voelden ons vreselijk voor haar. Wat was haar verteld? Welk beeld van charedim was in haar geplant? Welke pijn, propaganda of ervaring had ervoor gezorgd dat zichtbaar religieuze Joden bedreigend aanvoelden?

Het is gemakkelijk om over “de seculieren” te spreken alsof het één ideologische machine is. Soms moeten ideologieën bestreden worden. Maar achter ideologie staan mensen. Achter campagnes zijn er harten. Achter boosheid kan angst schuilgaan; achter minachting, wonden.

Dit betekent niet dat wij hun keuzes goedkeuren. Wat verboden is, blijft verboden. Onwaarheid wordt geen waarheid omdat zij verpakt is in tranen, beloften of emotionele taal. Wij kunnen geen ideologie aanvaarden die in opstand is tegen de Thora-definitie van heiligheid, of familie, en doen alsof het slechts een andere traditie is. Dezelfde Thora die liefde gebiedt, definieert ook Sjabbat, heiligheid, huwelijk, familie, en Joods leven.

Maimonides schrijft dat een mens wordt meegetrokken door zijn omgeving; daarom moet hij zich hechten aan tzaddikim (rechtvaardigen) en afstand houden van resha’im (kwaadaardigen). Een zacht hart betekent geen open deur voor iedere invloed. Maar Maimonides schrijft ook dat terechtwijzing privé, zacht en voor het welzijn van de ander moet zijn. Over degenen die ver van Thora zijn opgegroeid, schrijft hij dat ze met woorden van vrede teruggebracht moeten worden. De Chazon Ish, rabbijn Avraham Yeshaya Karelitz, schrijft dat harde afwijzing de breuk vergroot; zij moeten worden getrokken met “koorden van liefde.”

Daarom moeten wij leren beide te zeggen: “Dit pad is vals,” en “deze mens is kostbaar.” Wij kunnen erkennen dat hun ideologie gevaarlijk is, en tegelijk beseffen dat hun ziel geliefd is. Wij kunnen hun poging om Thora te ontwortelen bestrijden, maar toch bidden dat zij naar huis terugkeren.

Spiegels

De Baal Shem Tov (1689-1760) leerde dat net zoals mensen in een spiegel kijken en hun eigen vlekken zien, zo ook, wanneer iemand fouten in anderen ziet, moet hij weten dat hij zelf iets van die fouten deelt. Als de fouten van een ander je niet loslaten, kijk dan naar binnen; wij zijn allemaal spiegels voor elkaar.

Wanneer ik een seculiere Jood hoor schreeuwen, “niemand kan mij vertellen wat te doen,” moet ik mijzelf afvragen: Is er een hoekje in mijn hart waar ik Thora ook alleen wil wanneer het comfortabel is? Wanneer ik mensen het gezinsleven zie buigen naar hun verlangens, moet ik mijzelf afvragen: Buig ik soms ook dingen naar mijn comfort, eer of verlangens? En wanneer ik haat zie tegenover de leidende rabbijnen van onze generatie, moet ik misschien vragen: Heb ik werkelijk kavod haThora (eerbied voor de Thora) in mijn eigen huis? Horen mijn kinderen mij met respect spreken over alle Thora-geleerden, zelfs degenen met wie ik het oneens ben?

Het is gemakkelijk om naar anderen te wijzen. Maar één vinger wijst naar buiten, terwijl vier naar jezelf terugwijzen.

“Wij kunnen naar de seculiere wereld kijken en zeggen: 'Zij zijn gebroken, en wij zijn heel.' Maar de waarheid is dat zij gebroken zijn op hun manier, en wij op de onze.”

Reb Munya Mosessohn, een diamanthandelaar, zei eens tegen Rebbe Sholom Ber Schneerson (1860-1920) van Lubavitch dat hij de kwaliteiten in bepaalde eenvoudige Joden niet kon zien. De Rebbe vroeg om zijn diamanten te zien… en zag niets bijzonders. Reb Munya antwoordde dat men een expert moet zijn om diamanten te waarderen. De Rebbe antwoordde dat men ook een expert moet zijn om de kostbaarheid van Joden te herkennen.

Velen weten hoe zij problemen moeten herkennen. Minder mensen zijn experts in Joodse zielen.

Zonder einde

Rebbe Menachem Mendel Morgenstern (1787-1859) van Kotzk leerde over het vers: “Van daaruit zul je Hashem, je G-d, zoeken en Hem vinden, als je Hem zoekt met heel je hart en heel je ziel” (Deuteronomium 4:29), dat zelfs nadat men G-d gevonden heeft, men Hem moet blijven zoeken, omdat G-d oneindig is en er altijd meer te vinden is.

Dit is noodzakelijk voor iemand die nieuw is in het Jodendom, en net zo noodzakelijk voor degenen die erin geboren zijn. Wij kunnen naar de seculiere wereld kijken en zeggen: “Zij zijn gebroken, en wij zijn heel.” Maar de waarheid is dat zij gebroken zijn op hun manier, en wij op de onze. Het verschil is niet dat wij perfect zijn. Het verschil is dat wij de Thora hebben, die waar en perfect is. Wij hebben Hashem, die perfect is, en die ons de wegen heeft gegeven om naar Hem terug te keren.

Dus, kunnen wij van mensen houden wiens keuzes wij niet kunnen aanvaarden? Wij moeten. Maar tegelijkertijd mogen wij ons ook niet verontschuldigen voor de Thora of buigen voor de afgoden van deze tijd. En terwijl wij dat doen, moeten wij het hart blijven controleren. Want Thora zonder een zacht hart kan een knuppel worden. Zachtheid zonder Thora wordt modder. De weg van Thora is noch steen noch modder, maar waarheid met mededogen. Om te zeggen: “Mijn broeder, jouw pad is verkeerd. Ik kan daar niet met je meelopen. Ik kan het niet toelaten in mijn huis, mijn school of mijn definitie van heiligheid. Maar ik ben niet opgehouden van je ziel te houden. Ik ben niet opgehouden te geloven dat er onder al die lagen goud is.” Dat is geen compromis. Dat is echte Ahavas Yisrael. En dat is het hart van een Jood.

Yoel Shukkmann

De auteur

Yoel Schukkmann

Yoel Schukkmann groeide op in Nederland en maakt deel uit van een chassidische gemeenschap, een stroming binnen het ultra-orthodoxe Jodendom. In zijn tienerjaren verhuisde hij naar Israël om in...

Doneren
Abonneren
Agenda