Iemand stuurde mij deze week een petitie. De titel was scherp en pijnlijk: “De toekomst van Joods leven in Nederland staat op het spel.” Hoe graag men ook zou willen zeggen dat dit te dramatisch klinkt, weten we allemaal dat het niet overdreven is.
Wanneer Joden in Nederland zich beginnen af te vragen of hun kinderen daar nog een toekomst hebben; wanneer vertrekken niet langer slechts een emotionele reactie is, maar een serieus gesprek aan Joodse tafels; en wanneer de vraag niet langer gaat over politiek, religie of zionisme, maar over eenvoudige veiligheid, dan is er iets veranderd...
Mij werd gevraagd of ik over deze petitie kon schrijven en anderen kon aanmoedigen om het ook te ondertekenen. (Teken de petitie hier: https://c.org/cSGsymqCcR) Ja, onderteken de petitie. Spreek je uit. Vraag de overheid om Nederlands Joods leven te beschermen. Eis dat antisemitisme duidelijk en serieus wordt bestreden. Ook dat is onderdeel van onze hishtadloet, de menselijke inspanning die G-d van ons verwacht in deze wereld, terwijl wij tegelijkertijd weten dat de verlossing zelf alleen van Hem komt.
Maar laten wij ons geen illusies maken.
Een petitie alleen zal het Joodse leven in Nederland niet redden. Een handtekening op een scherm zal de haat niet uit de harten van mensen wegnemen. Zij zal de Nederlandse regering of de Nederlandse politie niet plotseling moedig maken, en zij zal een angstige straat niet van de ene op de andere dag veilig maken. Onderteken omdat het juist is om te doen. Spreek uit omdat zwijgen verkeerd is. Eis bescherming omdat de overheid de plicht heeft haar burgers te beschermen.
Maar wij moeten iets diepers heel goed begrijpen: de toekomst van het Joodse leven wordt niet beslist in parlementen, politiebureaus, ministeries of rechtbanken. Die plaatsen spelen zeker een rol in onze wereld, en wij moeten doen wat daar gedaan kan worden. Maar daar ligt niet de wortel.
In de hand van G-d
Onze Geleerden leren ons: “Lev melachim ve’sarim be’yad Hashem”, de harten van koningen en ministers zijn in de hand van G-d. Wanneer het gaat om de grote bewegingen van de geschiedenis, om zaken die de toekomst van de wereld raken, zijn zelfs de machtigste wereldleiders niet werkelijk onafhankelijk. Zij kunnen in paleizen, parlementen en presidentiële kantoren zitten. Zij kunnen besluiten ondertekenen, ontelbare toespraken houden en legers in beweging brengen. Maar boven hen staat de Meester van de wereld.
En wie beweegt, als-het-ware, de hand daarboven? Wij... het Joodse volk. Het allereerste woord van de Thora is “Bereishit.” De Midrash leest dit als “bishvil reishit” ter wille van reishit (de eerste). En onze Geleerden leren ons dat één van de dingen die “reishit” wordt genoemd, het Joodse volk is. Dat betekent dat de wereld werd geschapen ter wille van het Joodse volk.
G-d heeft de wereld zo geschapen dat iedere handeling van een Jood ertoe doet. Iedere mitzvah (goede daad), iedere aveira (slechte daad), ieder gebed, ieder goed woord, en ieder moment van zelfbeheersing, stijgt omhoog door de hogere werelden en maakt daar een enorme indruk. En daarna daalt die invloed weer af, van wereld tot wereld, totdat zij deze laagste wereld bereikt en fysieke werkelijkheid wordt.
Een Jood houdt Sjabbat in Amsterdam of New York. Een ander leert Thora in Jeruzalem. Een Joodse vrouw steekt Sjabbat-kaarsen aan in Tokyo. Een kind eert zijn ouders in Mexico-Stad. Iemand bewaakt zijn mond in Kaapstad, of eet koosjer in Abu Dhabi. En ergens, in de verborgen controlekamer van het universum, verandert er iets. Een storm aan de ene kant van de wereld wordt verzacht. Een zwaar oordeel aan de andere kant wordt afgewend. Regen valt waar hongersnood dreigde. Een terreuraanslag wordt voorkomen. Een vijand maakt plotseling een dwaze fout die hij zelf niet kan verklaren, of een verloren ziel vindt opeens de kracht om door te gaan.
De antisemieten hebben over één ding gelijk, maar over al het andere ongelijk: Joden runnen de wereld.