‘Jesaja en de terugkeer’ - Christenen voor Israël

Sluiten

Zoeken.

‘Jesaja en de terugkeer’

Door Drs. Dirk Varwijk - 

17 april 2016

Ook bij de profeet Jesaja vinden we uitspraken over de terugkeer van het volk uit de ballingschap: in algemene bewoordingen, maar soms gebruikt hij verrassende beelden.

Algemene bewoordingen

Allereerst gebruikt Jesaja de term die ook wordt gebezigd door Jeremia, Ezechiël, Micha en Zacharia. Als er wordt gesproken over terugkeer uit de ballingschap, dan treffen we bij deze vier hetzelfde woord aan: lekabééts. De betekenis is ‘verzamelen’, ‘bijeenbrengen’. Ezechiël 11, vers 17: “Zo zegt de Here Here: Ik zal u vergaderen uit de volken en u bijeenbrengen uit de landen waarin gij verstrooid zijt, en Ik zal u het land Israël geven.” Ik zal u vergaderen … ve-kibátsti etchéém. Hier zien we waar het verzamelen, inzamelen, toe dient. God brengt de verbannenen bijeen om ze terug te voeren naar het land van de vaderen. Zo ook bij Zacharia in hoofdstuk 10, vers 8-9: “Ik zal hen tot Mij fluiten en hen vergaderen (akabtséém), … zij zullen terugkeren (va-shavóe).”

Feitelijk staan we in de moderne kibboets midden in het profetische woord.

Jesaja 43:5-6

Het werkwoord lekabééts, inzamelen, bijeenbrengen, is rechtstreeks verwant aan het bekende zelfstandige naamwoord kibboets. In het Modern Hebreeuws, het Ivriet, gebruikt men het voor ‘collectief’. Dat is ook logisch, immers de kibboets is een collectieve nederzetting. Maar de rabbijnen spreken, als het om de inzameling van de ballingen gaat, van kibbóets ha-galoejót. Zij hebben dat begrip, die profetische uitspraken, door de eeuwen levend gehouden. Feitelijk staan we in de moderne kibboets midden in het profetische woord. We zien het resultaat van de goddelijke inzameling vlak voor onze ogen. “Ik doe uw nakroost van het oosten komen en vergader u van het westen” … mi-ma’aráv akabtsècha. “Ik zeg tot het noorden: Geef, en tot het zuiden: houd niet terug. Breng mijn zonen van verre en mijn dochters van het einde der aarde.”

Dat werkwoord verzamelen, inzamelen, bijeenbrengen, lekabééts, is gebouwd op de woordstam k-b-ts. Die stam zien we in steeds andere gedaante, maar de grondbetekenis blijft dezelfde, of het nu om vormen van een werkwoord gaat of om een zelfstandig naamwoord.

Dorsen

Staat Jesaja met k-b-ts, lekabééts, naast andere profeten als er over inzamelen en terugkeer naar het land wordt gesproken, hij gebruikt ook verrassende beelden om iets duidelijk te maken. In het boek Ruth zien we voortdurend het woord ‘oplezen’. Hoofdstuk 2 vertelt hoe Ruth aren opleest op de akker van Boaz. Tot twaalf maal is daar het woord lakát, oplezen.

Het gaat om oprapen en bijeenbrengen, verzamelen. Vers 17 zegt: “Zij klopte uit wat zij opgelezen had.” Dat uitkloppen is een vorm van dorsen, het vrijmaken van de tarwekorrels uit de aren. Jesaja gebruikt dat als beeld in 27:12 als het gaat om bijeenbrengen van ballingen: “De Here zal de aren dorsen, en gij zult ingezameld worden, één voor éen, kinderen Israëls’. De NBG-vertaling spreekt van ‘ingezameld’, maar de grondtekst zegt: ve-atém telóektoe … gij zult opgelezen worden. De Statenvertaling: opgelesen. De Herziene: opgeraapt. Hier hebben we het beeld van een oogstende en dorsende God die Zijn volk één voor één opraapt en thuis brengt.

De kern van dit beeld is iets dat pas in de twintigste eeuw begrepen kon worden.

Jesaja 60:8 nog een beeld

Heel verrassend is wat we lezen, eigenlijk zien, in Jesaja 60, vers 8. “Wie zijn dezen, die als een wolk komen aangevlogen en als duiven naar hun til?” Die bewoording ‘naar hun til’ is hier belangrijk, immers, daarmee wordt gezegd dat de vogels naar hun eigen plek, de plaats waar hun thuis is, vliegen. Voor ’til’ zegt de grondtekst: aroebáh. De gangbare betekenis hiervan is ‘venster’. In die zin treffen we het aan in Genesis 7:11 en 8:2, waar het ook al beeldspraak is, namelijk de openingen, de vensters, waardoor het water van de zondvloed uit de hemel viel. Het ‘hun’ til staat ook in de grondtekst: aroebotehéém. Vermoedelijk gaat het hier niet zozeer om het venster van een duivenhok, maar om de ijzeren afsluiting van een venster: het traliewerk waarin duiven hun nest bouwen.

Echter, dat is hier niet het belangrijkste. De kern van dit beeld is iets dat pas in de twintigste eeuw begrepen kon worden. De vraag van Jesaja behelst ons inziens vliegtuigen die ballingen terugbrengen naar ‘hun til’, naar de plaats waar van oudsher hun woonplaats was, het land der vaderen. De profeet ziet stalen vogels. Maar wat hij werkelijk ziet is voor hem ook een vraag, hij begrijpt die vliegtuigen niet, maar moet ze met iets vergelijken om er over te kunnen spreken: vogels! Maar wij, mensen uit de moderne tijd, weten hoe ballingen uit meerdere landen alleen maar vliegend thuis konden komen, ook heimelijk, omdat terugkeer over land belemmerd kon zijn. Zo was er vlak na 1948 de Operatie Magic Carpet, waarbij 47.000 Jemenitische joden door de lucht naar hun ‘til’ kwamen. En vele vluchten volgden, vanuit andere landen. Voor ons een begrip, maar voor Jesaja nog een vraag. God liet hem in een heel verre toekomst kijken.

De auteur

Drs. Dirk Varwijk