Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

Jeruzalem blijft omstreden maar voor eeuwig bemind

Door Rabbijn mr. drs. R. Evers - 

11 maart 2026

Jeruzalem - F240217YZ07

Jeruzalem. | Foto: Flash90

Afgelopen zondag kwam ik mijn oude vriend Alexander Dubois tegen in een van de steegjes van het oude Joodse deel van de stad. Alex vecht altijd voor de eer van Jeruzalem als heiligste stad, en in het bijzonder voor de heiligheid van de Tempelberg om daar als Joden te mogen bidden - ondanks dat deze plaats sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 in Joodse handen is.

Mijn vriend gelooft dat wij te weinig bidden voor het herstel van deze heiligste plaats in het Jodendom sinds de tijd van Abraham. “Wij verlangen te weinig naar de heiligheid van Jeruzalem,” zei hij met vuur in zijn ogen. “Daarom worden de beloften van de profeten maar niet ingelost. Het Joodse volk moet duidelijk laten blijken dat dit ons ultieme verlangen is.”

In de Thora komt Jeruzalem niet voor

Zijn woorden bleven bij mij hangen. Want er is een merkwaardig gegeven dat dit verlangen in een ander licht plaatst: in de hele Thora wordt de naam Jeruzalem niet één keer genoemd. Geen enkele keer in de vijf boeken van Mozes. Hoe kan dat? Hoe kan de stad die het hart van het Joodse volk vormt, de plaats van de tempel, de woonplaats van de Sjechina, de G’ddelijke Aanwezigheid, volledig afwezig zijn in de openbaring aan Mozes?

De Thora spreekt wél herhaaldelijk over “de plaats die G’d zal verkiezen om Zijn Naam daar te doen wonen”. Vooral in het boek Deuteronomium keert deze formulering telkens terug. Er is een plaats. Er is een bestemming. Maar de naam blijft verzwegen.

Klassieke commentatoren, onder wie Maimonides (12e eeuw), geven verschillende verklaringen voor dit zwijgen. Eén verklaring is politiek: als de volkeren de kosmische betekenis van deze stad hadden gekend, zouden zij er heviger om hebben gestreden. Een tweede reden is strategisch: de Kanaänieten die het gebied vóór Israël bewoonden, hadden de plaats uit wraak kunnen verwoesten.

“De relatie met G’d mocht geen automatische erfenis zijn. Zij moest het resultaat zijn van hunkering.”

Maar de diepste verklaring raakt het hart van de zaak. Als de Thora Jeruzalem expliciet had toegewezen aan één stam, dan zouden de stammen onderling om het bezit hebben gevochten. De stad moest van iedereen zijn. Daarom mocht zij van niemand exclusief zijn. Door haar naam te verzwijgen, beschermde de Thora haar toekomst als plaats van eenheid. Pas wanneer het volk één koning zou aanstellen, kon de tempel worden gebouwd. Eerst eenheid, dan heiligheid.

Versterkt verlangen

Toch gaat het nog verder. De Thora verzwijgt niet alleen de naam - zij gebiedt ons om de plaats te zoeken. “U zult de plaats zoeken die G’d zal verkiezen… en daarheen zult u gaan.” Dit is een opmerkelijke formulering. Gewoonlijk zegt een gebod: doe dit, op die plek. Hier wordt het volk opgedragen de plek zelf te zoeken.

De rabbijnen zagen hierin een pedagogische bedoeling. G’d wilde dat Israël niet slechts zou gehoorzamen, maar zou verlangen. De berg Moria was al sinds de binding van Isaak geheiligd, maar het volk moest haar zelf ontdekken. De relatie met G’d mocht geen automatische erfenis zijn. Zij moest het resultaat zijn van hunkering.

Dat patroon zien we al bij Abraham. Ook hij kreeg geen exacte routebeschrijving. “Ga naar het land dat Ik u zal tonen. Ga naar één van de bergen die Ik u zal zeggen.” Het niet-weten vergrootte het verlangen. Elke stap werd een daad van vertrouwen. De verborgenheid was geen afwezigheid, maar een uitnodiging tot intensere liefde.

“Misschien is de afwezigheid van de naam Jeruzalem in de Thora geen gemis, maar een opdracht. Jeruzalem wordt niet gegeven als feit maar als verlangen.”

Koning David belichaamde dat zoeken. In Psalm 132 zweert hij dat hij geen rust zal nemen voordat hij een plaats heeft gevonden voor de G’d van Jakob. Hij wilde geen paleis bewonen zolang de G’ddelijke aanwezigheid geen vaste woning had. Dat heilige ongeduld - dát was de sleutel. Niet het kennen van de naam, maar het branden van het verlangen.

Misschien is dat de diepste reden waarom Jeruzalem niet bij naam wordt genoemd in de Thora. Een naam fixeert. Een naam definieert. Maar verlangen moet open blijven. Zolang de naam niet wordt uitgesproken, blijft de zoektocht levend. De stad wordt niet een geografisch punt op de kaart maar een innerlijke richting van het hart.

Geestelijk begeren

Mijn vriend Alexander heeft dus misschien gelijk -  maar anders dan hij bedoelt. Het probleem is niet dat G’d Zijn beloften vergeet. Het probleem is dat wij soms denken dat bezit voldoende is. Sinds 1967 hebben wij fysieke toegang tot de Tempelberg. Maar fysieke aanwezigheid is nog geen spirituele hunkering. De Thora leert dat heiligheid niet ontstaat door bezit maar door zoeken.

Jeruzalem wordt pas werkelijk van ons wanneer wij haar zoeken zoals David haar zocht. Wanneer wij haar niet alleen politiek claimen maar geestelijk begeren. Wanneer wij niet alleen spreken over rechten maar over roeping.

G’d noemde de stad niet, opdat wij haar zelf zouden leren noemen. Hij verstopte haar naam in de tekst, zodat wij haar zouden inschrijven in ons hart. Sommige liefdes zijn te heilig om direct te benoemen. Zij moeten ontdekt worden, bevochten in gebed, gezocht met tranen.

Misschien is de afwezigheid van de naam in de Thora geen gemis, maar een opdracht. Jeruzalem wordt niet gegeven als feit maar als verlangen. En zolang dat verlangen brandt, is de liefde nog altijd onderweg. Vurig blijven wij wachten op de bezegeling.

Rabbijn-mr.-drs.-R.-Evers_avatar-90x90 (1)

De auteur

Rabbijn mr. drs. R. Evers

Rabbijn R. Evers was opperrabbijn in Düsseldorf. Hij maakte in de zomer van 2021 met zijn vrouw alija naar Israël. 

Doneren
Abonneren
Agenda