Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

Hoe konden wij zo diep vallen?

Door Rabbijn mr.drs. R. Evers - 

30 oktober 2026

F260921HIB31

'De mens is gemaakt naar G'ds beeld. Waarom is er dan toch zoveel pijn en ellende in deze wereld?' | Foto: Flash90

Dagelijks worden we overspoeld met berichten over wreedheden, oorlogen en gruweldaden. Soms bezorgen ze mij letterlijk slapeloze nachten. Ik lees iedere dag een regionale Nederlandse krant, en wat daarin aan menselijke ellende en moreel verval voorbijkomt, doet mij regelmatig de haren te berge rijzen. Hoe is het mogelijk dat mensen elkaar zoveel kwaad aandoen? Wat is er gebeurd met het bijzondere karakter waarmee de mens volgens de Bijbel werd geschapen?

Aan het begin van de Bijbel lezen we: “En G’d schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van G’d schiep Hij hem” (Genesis 1:27). En enkele hoofdstukken later wordt dit uitgangspunt herhaald: “Op de dag dat G’d de mens schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van G’d” (Genesis 5:1).

Deze woorden vormen een van de basale uitgangspunten van het mensbeeld van een gelovig mens. Maar wanneer we kijken naar de wereld van vandaag, dringt zich een pijnlijke vraag op: waar is dat G’ddelijke beeld gebleven?

Naastenliefde

Onze Wijzen hebben zich eeuwenlang gebogen over de betekenis van het G’ddelijke beeld in de mens. De Sifra, een oude verklaring op de Bijbel, verbindt de menselijke waardigheid met de verplichting onze medemens lief te hebben.

Deze gedachte is verstrekkend. Als ieder mens naar het beeld van G’d is geschapen, kan ik een ander niet zomaar cancelen, isoleren en als een waardeloos wezen beschouwen. Ook degene die anders denkt, anders leeft of mij niet bevalt, draagt datzelfde G’ddelijke stempel. Naastenliefde is geen vrijblijvende sympathie. Het erkent iets heiligs in ieder mens.

Juist daarom is het zo schrijnend wanneer mensen elkaar vernederen, vervolgen of vernietigen. Wie een ander zijn menselijke waardigheid ontneemt, miskent ook de opdracht die besloten ligt in de schepping.

“Als ieder mens naar het beeld van G’d is geschapen, kan ik een ander niet zomaar cancelen, isoleren en als een waardeloos wezen beschouwen.”

Moreel besef

Rabbi Jehoeda Leib van Praag (ca. 1520–1609) beschrijft het G’ddelijke beeld als ons vermogen om boven het onmiddellijke, materiële bestaan uit te stijgen en de werkelijkheid door verstand en inzicht vorm te geven.

Maar dit vermogen is niet zonder gevaar. Dezelfde intelligentie die nieuwe wegen opent, kan ook instrumenten van vernietiging voortbrengen. De geschiedenis van Alfred Nobel (1833–1896), de Zweedse uitvinder en industrieel, vormt daarvan een treffend voorbeeld. Hij bouwde een groot deel van zijn fortuin op met explosieven, waaronder dynamiet. Toen hij zag welke verwoestende toepassingen zijn uitvindingen konden krijgen, werd de vraag naar de verantwoordelijkheid van de uitvinder onontkoombaar.

In zijn testament bestemde Nobel het grootste deel van zijn vermogen voor een fonds waaruit de Nobelprijzen worden gefinancierd. Daarmee wilde hij mensen belonen die belangrijke bijdragen aan de mensheid leveren.

Zijn levensverhaal illustreert een fundamenteel dilemma: kennis en uitvindingen zijn niet vanzelf goed of slecht. Het hangt mede af van de doelen waarvoor wij ze gebruiken. Het G’ddelijke beeld vraagt daarom niet alleen om intelligentie maar ook om moreel besef.

Verantwoordelijkheid dragen

Rabbi Sa’adja Gaon (882–942) verbond het bijzondere karakter van de mens onder meer met diens vermogen de wereld te begrijpen en te besturen. De mens heeft een verantwoordelijkheid voor het beheer van de schepping.

Dat beheer mag echter nooit ontaarden in onbeperkte machtsuitoefening. Heersen betekent niet dat alles geoorloofd is. Het betekent dat wij onze positie moeten gebruiken om zegen, bescherming en opbouwende vooruitgang tot stand te brengen.

“De enige die hier nog een oplossing kan brengen is de Messias.”

Creatief

Ook Rabbi Joseph B. Soloveitchik (1903–1993) beschreef de mens als een creatief wezen dat zijn omgeving actief kan veranderen. Die scheppingskracht heeft ons veel gebracht: medische behandelingen kunnen lijden verminderen, machines kunnen zwaar werk verlichten en kunstmatige intelligentie kan bijdragen aan het oplossen van ingewikkelde problemen.

De mens kan zo zelfs een deel van de gevolgen van de paradijsvloeken verzachten. Maar technische vooruitgang is nog geen morele vooruitgang. Een samenleving kan beschikken over de modernste technologie en tegelijkertijd tekortschieten in medemenselijkheid. We kunnen steeds meer, maar gebruiken we onze kennis ook ten goede?

Morele keuzes

Maimonides (1138–1204) zag het vermogen om na te denken en onderscheid te maken tussen goed en kwaad als een bijzondere eigenschap van de mens. Dat de mens naar G’ds beeld is geschapen, betekent volgens hem dan ook niet dat G’d op de mens lijkt, maar dat de mens een bijzondere geestelijke gave heeft gekregen.

Rabbi Naftali Zvi Yehuda Berlin (1816–1893) wees vooral op de vrije wil van de mens. Anders dan andere schepselen kan de mens zijn instincten overwinnen en bewust kiezen hoe hij handelt. Hij kan kiezen voor het goede, maar moet die keuze ook zelf maken.

Rabbi Eliyahu Dessler (1892–1953) benadrukte het belang van liefde en geven. Echte liefde ontstaat volgens hem wanneer we bereid zijn iets voor een ander te betekenen en onszelf voor die ander in te zetten. Toch betekent het feit dat de mens naar G’ds beeld is geschapen niet automatisch dat hij ook goed handelt. Het brengt juist een verantwoordelijkheid met zich mee: we moeten zelf kiezen om het goede te doen.

“De mens is geroepen om de schepping te beschermen en zijn medemens met waardigheid te behandelen.”

De Messias

De vraag die mij blijft bezighouden, luidt: hoe heeft de mensheid er, ondanks haar kennis en beschaving, zo'n puinhoop van kunnen maken? Jaloezie, agressie en haat worden op sociale media schaamteloos uitgedragen. Dreigementen en oorlogen dringen dagelijks onze huiskamers binnen. Het conflict rond Israël lijkt iedere proportie te verliezen.

De enige die hier nog een oplossing kan brengen is de Messias. We zijn het spirituele roer totaal kwijt. De Messiaanse tijd staat voor een wereld waarin de mensheid haar G’ddelijke opdracht opnieuw leert verstaan.

G’d heeft de wereld niet geschapen als een arena waarin geweld, haat, uitsluiting en egoïsme onbeperkt de dienst uitmaken. De mens is geroepen om de schepping te beschermen en zijn medemens met waardigheid te behandelen.

Zolang wij dat vergeten, dreigen wij onze eigen menselijkheid te verliezen. Wanneer wij het opnieuw leren zien, kan zelfs in een wereld vol duisternis een begin van verlossing zichtbaar worden.

Rabbijn-mr.-drs.-R.-Evers_avatar-90x90 (1)

De auteur

Rabbijn mr.drs. R. Evers

Rabbijn R. Evers was opperrabbijn in Düsseldorf. Hij maakte in de zomer van 2021 met zijn vrouw alija naar Israël. 

Doneren
Abonneren
Agenda