Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

Joodse wereld

Terug naar overzicht

Het uitstapje dat hem niet liet slapen

Door Yoel Schukkmann - 

6 augustus 2026

F190924HP04

Joden bereiden zich in deze maand voor op Rosj Hasjana. Op de foto een Jood die de sjofar blaast om Rosj Hasjana aan te kondigen. | Foto: Flash90

Het is bein hazmanim in Israël. De vakantieperiode tussen de reguliere leerperiodes van jeshivas (Talmoedscholen) en cheidarim (basisscholen). De gewone dagindeling valt weg, veel families gaan op pad en de kinderen zijn thuis… allemaal. De hele dag. De officiële vertaling van bein hazmanim mag dan “tussen de tijden” zijn, maar in de praktijk betekent het vooral dat de kinderen thuis zijn en hun ouders langzaam tot waanzin drijven.

Over de zomervakantie wordt vaak gesproken alsof ook de ouders vakantie hebben. Een charmante gedachte, die alleen helaas weinig met de werkelijkheid te maken heeft. De echte vakantie van ouders begint pas wanneer die van de kinderen voorbij is. Zodra de schooldeuren weer opengaan en ouders opnieuw de stilte ontdekken... en eindelijk weer de mogelijkheid hebben om een kop koffie te drinken terwijl die nog warm is. Maar voorlopig is het nog bein hazmanim, en moeten ouders al die kostbare kleine zegeningen die de Eeuwige ons geschonken heeft zien bezig te houden.

Maar de hitte in Jeruzalem maakt dat er niet eenvoudiger op. Buiten is het bloedheet. Activiteiten die vanuit een ruimte met airconditioning geweldig klonken, worden na amper vijf minuten onder de brandende zon een stuk minder aantrekkelijk. Je pakt flessen water, hoeden, boterhammen, zonnebrandcrème en genoeg eten voor een kleine expeditie. Binnen tien minuten heeft er iemand dorst, even later moet een ander naar het toilet en weer een ander kondigt aan dat hij eigenlijk helemaal niet wilde lopen. Maar wat doet een ouder niet voor zijn kinderen?

Eerder deze week kwamen we uitgeput thuis nadat we de hele dag met het gezin op stap waren geweest. Toch hadden we voor de volgende dag alweer een grote tiyoel, een familie-uitstapje, gepland. De kinderen waren ontzettend enthousiast. Om 1.15 uur ’s nachts terwijl ik nog aan het leren en schrijven was, stond mijn achtjarige zoon plotseling naast mij. “Ik kan niet slapen” zei hij. “Waarom niet?”

“Omdat”, legde hij uit, “ik vaak niet kan slapen op de avond voordat we ergens naartoe gaan. Ik moet er de hele tijd aan denken.” Ik stuurde hem terug naar bed. Om 2.55 uur, net toen ik zelf wilde gaan slapen, stond hij opnieuw naast mij. Het uitstapje had hem nog altijd niet losgelaten. Zijn lichaam was moe, maar zijn gedachten waren al vooruitgereisd naar de volgende dag.

Er zat iets heel puurs in zijn opwinding. Het uitstapje van morgen was niet zomaar een dag. Hij kon het voor zich zien, ernaar uitkijken en het bijna beleven nog voordat het was begonnen. Nadat hij weer naar bed was gegaan, dacht ik over zijn woorden na en besefte ik dat daarin een les voor ons allemaal verborgen lag.

Wij bevinden ons werkelijk “tussen de tijden”. Niet alleen tussen de vaste leerperiodes en schoolroosters, maar ook tussen de geestelijke tijden van de Joodse kalender. De maanden Elul en Tishrei naderen, dagen van terugkeer naar de Almachtige en van G-ddelijke barmhartigheid. Dagen waarin wij ons voorbereiden om opnieuw voor onze Koning te staan. Technisch gezien weten wij dat Rosj Hasjana eraan komt. Maar houdt de nadering van die dag ons daadwerkelijk bezig?

“Rosj Hasjana is niet alleen de dag waarop wij worden geoordeeld. Het is de dag waarop wij bewust het Koningschap van Hashem aanvaarden.”

Waarom heeft het zo lang geduurd?

Er wordt gezegd dat toen Rabbijn Yisroel Friedman (1796–1850), de Rebbe van Rizhin, ooit tijdens het ochtendgebed van Rosj Hasjana bij het woord “HaMelech” (de Koning) kwam, hij flauw viel. Later legde de Rebbe uit waarom.

Tijdens de Romeinse belegering van Jeruzalem werd Rabban Yochanan ben Zakkai in een grafkist de stad uit gesmokkeld. Hij werd naar de Romeinse generaal Vespasianus gebracht en begroette hem met de woorden: “Vrede zij met u, o keizer.” Vespasianus antwoordde dat Rabban Yochanan ben Zakkai om twee redenen de doodstraf verdiende: “Ten eerste ben ik niet de keizer, terwijl je mij wel keizer noemt. Ten tweede, als ik inderdaad de keizer ben, waarom ben je dan pas nu naar mij toe gekomen?”

Als Vespasianus niet de keizer was, vormde het koninklijk aanspreken van hem een daad van opstand tegen de werkelijke keizer. Maar als hij wel de keizer was, was zijn tweede beschuldiging eveneens vernietigend. Als je mijn koningschap erkende, waar ben je dan tot nu toe geweest?

Toen de Rizhiner bij “HaMelech” kwam, werd hij door diezelfde vraag overweldigd. Als Hashem werkelijk de Koning is, waarom heb ik dan tot Rosj Hasjana gewacht om tot dit besef te komen?

Wij zeggen “HaMelech”op Rosj Hasjana, maar uiteraad wordt Hashem niet pas die ochtend opeens Koning. Zijn koningschap begint niet wanneer de chazzan (voorzanger) zijn stem verheft. Hij was het hele afgelopen jaar al Koning; tijdens onze gebeden en zaken, in de synagoge en thuis, wanneer anderen ons zagen en wanneer niemand wist wat wij deden... Dan breekt Rosj Hasjana aan en staan wij voor Hem met de woorden: “Heers over de hele wereld in Uw glorie.” En vanuit die woorden weerklinkt de vraag: “Als ik U nu als Koning erken, waarom heeft het dan zo lang geduurd voordat ik hier kwam?” Het besef dat iemand gedurende twee dagen, of twee uur, of zelfs twee minuten, werkelijk heeft ingezien dat Hashem Koning is, kan bijna te groot zijn om te dragen. Zodra die waarheid het hart binnendringt, maakt zij aanspraak op ieder deel van ons leven.

Juist daarom gaat de maand Elul aan Rosj Hasjana vooraf. Elul geeft ons de tijd om aan te komen voordat wij daar staan en “HaMelech” verklaren. De Joodse geleerden in de Talmoed verwoorden de centrale opdracht van Rosj Hasjana in de woorden van G-d zelf: “Spreek voor Mij verzen over het Koningschap uit, zodat jullie Mij als Koning over jullie zullen kronen” (Rosj Hasjana 16a). Rosj Hasjana is niet alleen de dag waarop wij worden geoordeeld. Het is de dag waarop wij bewust het Koningschap van Hashem aanvaarden. De maand Elul is de weg naar die kroning. Wij willen niet dat “HaMelech” slechts een indrukwekkend woord blijft dat door de chazzan wordt gezongen. Wij willen dat het de waarheid wordt waarnaar wij leven.

“Als Rosj Hasjana de dag is waarop ik Hashem tot Koning kroon, moet ik mij afvragen wat Zijn Koningschap betekent. Is er nog een hoekje van mijn leven waarin ik de Koning niet heb toegelaten?”

Denken aan waarheen wij op weg zijn

Misschien was dat de les in het niet kunnen slapen van mijn zoontje. Hij wist waar hij de volgende ochtend naartoe ging, en kon daarom niet ophouden eraan te denken. Zijn enthousiasme bracht hem er al voordat het uitstapje was begonnen.

Wij hoeven tijdens Elul onze slaap niet te verliezen. De meeste ouders zijn aan het einde van bein hazmanim prima in staat om zonder hulp in slaap te vallen. Tegelijkertijd hoeft de nadering van Rosj Hasjana ons ook niet met paniek voor de “Dag des Oordeels” te vervullen. Maar die dag moet alsnog wel enige ruimte in onze gedachten innemen. Want als Rosj Hasjana de dag is waarop ik Hashem tot Koning kroon, moet ik mij afvragen wat Zijn Koningschap betekent. Regeert Hij alleen over mijn religieuze momenten, of ook over mijn woorden, mijn geld, mijn gezin, mijn relaties, mijn ambities en mijn beslissingen wanneer niemand meekijkt? Is er nog een hoekje van mijn leven waarin ik de Koning niet heb toegelaten?

Het uitstapje van mijn zoon stond voor morgen op de kalender, maar was die avond in hemzelf al begonnen. Ook Rosj Hasjana nadert. Binnenkort zullen wij voor Hashem staan en “HaMelech” verklaren: “De Koning.”

Mogen wij niet tot dat moment wachten om werkelijk voor Hem te verschijnen. Mogen wij de komende dagen en weken gebruiken om dichter naar Hem toe te groeien, en mogen wij het verdienen Hashem tot Koning te kronen over ieder deel van ons leven, zonder verder uitstel, en bij voorkeur zonder er onze slaap voor te verliezen.

Yoel Shukkmann

De auteur

Yoel Schukkmann

Yoel Schukkmann groeide op in Nederland en maakt deel uit van een chassidische gemeenschap, een stroming binnen het ultra-orthodoxe Jodendom. In zijn tienerjaren verhuisde hij naar Israël om in...

Doneren
Abonneren
Agenda