Sluiten

Zoeken.

Artikelen

Activiteiten

Kennisbank

Podcasts

Projecten

Publicaties

Videos

Overig

G-d voorziet in alles en wij mogen elkaar voorzien

Door Yoel Schukkmann - 

1 juli 2021

Kollel Joods Leerhuis Thorastudie

Een kollel: een Joods leerhuis waar men de Thora en de Joodse wet bestudeert. Foto: Yaakov Naumi/Flash90

De zomervakantie komt er aan. Een tijd vol met reizen, uitjes, of een lekkere barbecue in het park. Puur genot. Voor veel mensen is dit een leuke tijd voor de hele familie. Maar dit is niet voor iedereen het geval...

Ik ken persoonlijk Joodse mensen die bijna elke zomervakantie een lening aanvragen om met hun gezin op vakantie te kunnen gaan. Voor mij klinkt het nogal wat vreemd. Maar de Joodse geleerden leren ons om anderen niet te veroordelen voor hun daden, tot we zelf in zo’n situatie gebracht worden. Laten we daarom proberen te begrijpen waarom deze families zich in de schulden werken voor een leuke vakantie. We hebben het hier over gemeenschappen waarin bijna iedereen op vakantie gaat; in Israël, naar de Alpen, of zelfs naar Nederland. Ieder kind heeft klasgenootjes die allemaal op vakantie gaan. En voor een ouder is het natuurlijk moeilijk om te zien hoe hun kinderen alleen achterblijven. Het doet de ouders zeer dat zij hun kinderen geen leuke vakantie kunnen geven. Dat gevoel alleen kan al een heel lijden zijn voor een ouder.

Kollel

Over het algemeen leren de vaders van dit soort Joodse gezinnen grotendeels in een kollel. Een kollel is een leerhuis voor getrouwde mannen, waar zij de Thora en Joodse wet bestuderen. Ze krijgen een zeer minimaal salaris betaald voor hun fulltime leren. Dit bedrag is meestal rond de €500,- per maand, afhankelijk van het aantal aanwezige uren. Deze minimale uitbetaling is echter niet om een speciale ideologische reden; men heeft simpelweg niet genoeg geld om deze kollel-studenten meer te kunnen geven.

In Israël geeft de regering 750 sjekel (+/-  €192,-) per student aan de leerhuizen. De rest wordt financieel ondersteund door Joodse gemeenschappen en filantropen. Dit is een regeling die gebaseerd is op de zegen van Mozes aan de stammen Issachar en Zebulon: "Verheug u Zebulon, in uw vertrek, en Issachar, in uw tenten" (Deut. 33:18). De Joodse geleerden vertellen ons dat Zebulon en Issachar een partnerschap hadden. Zebulon, wiens grondgebied aan de kust lag, ging met hun schepen uit om handel te drijven. Met de winst van de handel voorzag hij vervolgens Issachar van voedsel; zodat Issachar, op zijn beurt, zich bezig kon houden met het fulltime bestuderen van de Thora.

Een kollel is een leerhuis voor getrouwde mannen, waar zij de Thora en Joodse wet bestuderen.

De Midrasj (een samenstelling van Joodse overleveringen) zegt hierover: "De betekenis van het vers “De Thora is een boom van leven voor degenen die het ondersteunen” (Spreuken 3:18), is dat de Thora niet alleen leven geeft aan hen die het bestuderen, maar ook aan hen die deze mensen ondersteunen. Dit is waarom elke grote Joodse gemeenschap vaak vele kolleliem (leerhuizen) heeft.

Maar met zo veel mensen die leren is het natuurlijk moeilijk om iedereen van een goed salaris te voorzien. Dit is de reden  dat zij soms maandenlang niet worden uitbetaald. Zo werden we in mijn eigen kollel bijvoorbeeld bijna een heel coronajaar lang amper uitbetaald. De eerste paar maanden helemaal niet, later kregen we het halve bedrag. Daarom heeft elk leerhuis een vast aantal plaatsen beschikbaar en wordt er elk leerseizoen bepaald wie er het volgende seizoen kan blijven leren. En toch, zelfs al kan het financieel gezien erg onzeker zijn, leert men nog steeds door.

“Parasieten”

Ongelovige mensen beschuldigen ons er vaak van om ‘parasieten’ te zijn, die alleen maar leven op iemand anders rug. Zelfs als dit waar zou zijn, is het natuurlijk onmogelijk om een heel gezin te voorzien met slechts €500,-. Van alle kollel-studenten die ik ken, doen zowel de mannen als de vrouwen alles wat we kunnen om onze families te ondersteunen.

Het is zeker niet makkelijk om zo idealistisch te leven en bijna iedereen zou toegeven dat het stressvol en vermoeiend kan zijn (zowel mentaal als fysiek). Maar het is de prijs die we betalen voor onze toewijding aan G-ds woord. We geloven namelijk dat er niets is in deze wereld dat belangrijker is dan de wil van G-d en het bestuderen van de Thora, aangezien wij hierdoor leren wat G-d van ons verlangt. De verdienste hiervan is namelijk wat de hele wereld staande houdt en wat ons volk beschermt.

Drie goede geschenken

Aan de andere kant vertelt de Talmoed ons ook dat G-d drie goede geschenken aan het volk Israël gaf: de Thora, het land Israël en Olam Haba, de komende wereld. De Talmoed zegt er ook bij dat al deze dingen verkregen worden door lijden. Zowel ik, mijn vrouw en vele anderen met ons kunnen het beamen hoe waar deze woorden zijn. Maar deze woorden gaan niet alleen over het ‘idealistische lijden’ waar wij zelf voor kiezen, al is ‘zelfopoffering’ misschien een beter woord. Het spreekt over tegenslagen, armoede, ziekten - al het lijden wat ons overkomt.

De Thora, het land Israël, en de komende wereld zijn geen kleine dingen die we zomaar eventjes over het hoofd kunnen zien. Het is logisch dat hier een groot prijskaartje aan hangt. Het volgen van G-ds geboden, vooral in het land Israël, heeft met al deze drie categorieën te maken. Dus het is dan niet gek dat dit met veel tegenslagen komt.

We geloven dat er niets is in deze wereld dat belangrijker is dan de wil van G-d en het bestuderen van de Thora.

Ik heb het voorrecht om getrouwd te zijn met de dochter van een echte G-dvrezende man die zijn Schepper dient met heel zijn hart, ziel en al zijn kracht. Iedere ochtend bij zonsopgang, op het vroegste moment dat we volgens de Joodse wet het ochtendgebed kunnen zeggen, heeft hij al een leersessie van de Talmoed gedaan. Om die tijd staat hij klaar in de synagoge voor het ochtendgebed, om daarna nog wat Thorastudie te doen voor hij naar zijn werk gaat. Zelfs tijdens de lockdowns, toen alle synagogen gesloten waren, hield hij zich strikt aan zijn routine. Maar om op dit niveau te komen heeft hij eerst heel wat moeten opofferen.

Verraad

Mijn schoonouders wonen buiten Israël en ooit was mijn schoonvader daar een rijk man. Hij had twee grote succesvolle bedrijven. Zelfs de overheid van het land waar ze wonen was één van hun vaste klanten. Mijn vrouw groeide haar kinderjaren op in een grote villa, waar velen alleen maar van kunnen dromen. Ze kan zich nog goed herinneren hoe erg ze zich schaamde wanneer haar moeder stapels bankbiljetten uit haar tas haalde om in een winkel te betalen.

Maar mijn schoonvader had altijd al een goed hart. Hij hielp een vriend door hem te trainen voor een positie in zijn bedrijf. Toen hij hem uiteindelijk tot mede-eigenaar benoemde, werd hij zelf snel opzij geschoven. Totdat op een ochtend, toen mijn schoonvader op het werk kwam, opeens alle machines en vrachtwagens waren verdwenen. Zijn 'vriend', zijn businesspartner die hij had geholpen, had in het geheim het hele bedrijf gestolen. Dit was de oorzaak van mijn schoonvaders financiële ondergang, maar ook het begin van zijn stijgen in Avodat Hasjem (het dienen van G-d).



Op een ochtend, toen mijn schoonvader op het werk kwam, waren opeens alle machines en vrachtwagens verdwenen.

Het verlies van zijn bedrijf, de mentale klap hiervan en misschien wel nog meer van het verraad van zijn ‘vriend’, hadden zware gevolgen op hun inkomen en hun toekomst. Ik heb enorm veel bewondering voor mijn schoonvader. Hij is slim, heeft een wonderbaarlijk doorzettingsvermogen, en een enorme intellectuele kennis. Het gezegde luidt: ‘een ezel stoot zich niet twee keer aan dezelfde steen’. Maar toch stootte hij zich nogmaals aan dezelfde steen. Niet lang na het verlies van zijn eerste bedrijf, verloor hij ook zijn tweede bedrijf; wat hem zonder maar enig inkomen achterliet. Met zijn kinderen in de beste en duurste school van hun provincie en de hoge hypotheek kosten van hun huis, werd de situatie steeds zorgelijker.

Het echte begin

Mijn schoonmoeder haalde haar kinderen elke dag op van de basisschool. Maar op een dag kwam mijn schoonvader zelf… met een ‘Tisja be’Av-gezicht’ (de meest trieste dag op de Joodse kalender). Hij nam mijn vrouw bij de hand en vertelde haar dat ze op dat moment uit hun huis werden gezet. Mijn vrouw keek haar vader aan, omhelsde hem, en zei: “Gam zu leTova”, ook dit is voor ons goed. Toen ze eenmaal bij hun huis aankwamen zagen ze mijn schoonmoeder op de grond zitten. Gewapende politieagenten stonden in en rondom het huis terwijl ‘verhuizers’ druk bezig waren. En weer zei mijn vrouw oprecht: “Gam zu leTova”.

Mijn schoonouders zijn altijd religieus geweest. Maar het ging niet veel verder dan koosjer eten en sjabbat vieren. Al deze gebeurtenissen hebben ertoe geleid dat ze hulp zochten bij bepaalde rabbijnen die hen weer in contact brachten met andere orthodoxe Joden. Zij hielpen hen om te verhuizen en weer werk te krijgen. Zelfs nu, jaren later, werkt mijn schoonvader nog steeds voor iemand anders en zijn ze er nooit meer financieel bovenop gekomen. Het blijft altijd weer een strijd om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar hij heeft wel de drie goede geschenken gekregen. Zowel hij als zijn kinderen leren de Thora, al zijn kinderen wonen nu in het land Israël en ik ben er zeker van dat hij een groot deel heeft in de komende wereld.

Tsedaka

We danken G-d elke dag voor alle goede mensen die Hij op ons pad heeft gestuurd. Sommige van deze mensen helpen soms financieel een beetje en anderen hebben mijn schoonvader geholpen met werk te vinden. Het geven van tsedaka (liefdadigheid) daagt ons uit om de wereld van andere mensen binnen te gaan, met ze mee te leven en hun behoeften te zien. Als we willen dat onze tsedaka ‘echt’ is, moeten we eerst kijken naar de behoeften van de ontvangers om te bepalen wat we hen zouden moeten geven. Tsedaka is niet het geven van wat wij denken dat men nodig heeft, maar wat zij denken dat ze nodig hebben. Dat is de echte vervulling van de mitswa (het gebod) van tsedaka.

Het geven van tsedaka daagt ons uit om de wereld van andere mensen binnen te gaan, met ze mee te leven en hun behoeften te zien.

Tsedaka is niet beperkt tot het voorzien in iemands fysieke behoeften. Het Jodendom vereist gevoeligheid om erachter te komen wat de persoon werkelijk mist.

Onnodige luxe?

We moeten ons realiseren wat de ware aard van tsedaka is, namelijk het voorzien in de behoeften van de behoeftigen - ongeacht wat dit is. Zelfs als wij het een luxe vinden.

Rabbijn Shlomo Wolbe (1914-2005) schrijft hierover: “Laten we ons de rijke man voorstellen die zijn fortuin heeft verloren. Hij moet plotseling zijn grote huis verlaten en verhuizen naar een klein appartement; al zijn waardevolle meubels zijn ook verdwenen. Met dit alles heeft hij vrede gesloten. Maar één ding zit hem echter nog steeds dwars. Hij is niet alleen zijn luxe auto kwijt, hij heeft helemaal geen auto. Hij moet nu elke dag met het openbaar vervoer reizen of te voet gaan. Hij schaamt zich als hij van huis gaat en keert vernederd weer terug.

Hij zou nooit maar overwegen om iemand om een auto vragen, zelfs het simpelste model niet. Toch zijn we verplicht om zijn stille verzoek zelf te begrijpen. Wij moeten gevoelig genoeg zijn om te begrijpen dat dit echt is wat hij mist. Natuurlijk heeft zijn behoefte aan een auto geen voorrang op de basisbehoeften van anderen, zoals gezondheidszorg, eten, kleding en onderdak. Maar als we het ons kunnen veroorloven, zouden we zeker verplicht zijn om hier geld voor te geven.”

Waarom zou deze persoon meer moeten krijgen? Het antwoord is psychologisch: onze eerste reactie bij het horen van een voorheen rijk persoon die liefdadigheid ‘nodig’ heeft om een nieuwe auto te kopen is waarschijnlijk verontwaardiging. "Hoe durft hij om geld te vragen wanneer er mensen zijn met ‘echte’ behoeften?” De Thora zegt ons echter dat, aangezien hij lijdt onder zijn situatie, we moeten leren dat dit echt zijn behoefte is.

Om onze bestwil

Deze kijk hielp mij om de situatie van mijn schoonfamilie beter te begrijpen. Natuurlijk verlangen ze niet naar veel geld. Helemaal niet zelfs. Ze weten nu dat de Thora veel waardevoller is dan goud en zilver. Maar, vooral met hun achtergrond, blijft het nog steeds moeilijk om er niet zeker van te zijn hoe ze hun vaste kosten aan het eind van de maand gaan betalen. We mogen niet vertrouwen op wonderen, maar het feit is dat het elke maand weer een wonder is dat het lukt. Ze zullen alles doen om anderen te helpen, maar zelf om hulp vragen is iets wat nog steeds heel erg gevoelig ligt.

Als mijn schoonvader al deze verliezen niet had geleden, hadden ze altijd vast gezeten in hun rijke leven en hadden ze de rijkdom van de Thora gemist

Maar toch hebben zowel mijn schoonouders als hun kinderen dit altijd liefdevol geaccepteerd. Ze hebben geen spijt van hun keuzes, omdat ze G-ds hand zien in al deze gebeurtenissen. Het is juist hierdoor dat ze als familie zijn gegroeid in hun dienen van G-d en hun naleving van de geboden. Als mijn schoonvader al deze verliezen niet had geleden, hadden ze altijd vast gezeten in hun rijke leven en hadden ze de rijkdom van de Thora gemist. Als dit nooit was gebeurd dan zouden hun kinderen nooit in de leerhuizen in Israël hebben geleerd. Vandaag de dag zijn mijn schoonouders trots op het feit dat rabbijnen spreken over hun kinderen als “Thora-geleerden die leren en wonen op de heilige grond van Erets Jisraël”. Iets wat nooit gebeurd zou zijn als ze niet eerst door al dat lijden waren gegaan.

Een magische pen

Rabbijn Elimelech Biderman vertelt een gelijkenis over iemand die door een sleutelgat een kamer probeerde binnen te kijken, maar omdat zijn zicht beperkt was zag hij alleen maar een pen dat iets schreef op de tafel. Deze persoon was gefascineerd hoe de pen op magische wijze uit zichzelf schreef. Toen de deur echter open ging, zag hij dat iemand de pen vasthield. De les is dat wij met een beperkt blikveld naar ons leven kijken en met deze beperkte blik proberen te begrijpen wat er gebeurt.

Mijn schoonvader en zijn gezin vroegen zich aanvankelijk af waarom hen dit alles was overkomen. Maar toen keken ze nog door het sleutelgat. Toen de deur uiteindelijk opende zagen ze hoe alles werd voorzien door G-d zelf. In de woorden van mijn vrouw als 14-jarig kind: "Gam zu leTova!" - alles is voor ons goed.

Ontwerp zonder titel

De auteur

Yoel Schukkmann

Yoel Schukkmann groeide op in Nederland, waar hij chassidisch werd, wat wij zouden noemen 'ultra-orthodox' Joods. Hij verhuisde daarom in zijn tienerjaren naar Israël om in een jesjiewa te leren....

Doneren
Abonneren
Agenda